Recensie

Vrolijke grabbelton van balancerende kunstwerken

Beeldende kunst

Kunsthal Kade steekt de lichtvoetige ambities van ‘A Balancing Act’ niet onder stoelen of banken. Resultaat is een prettige thema-tentoonstelling, met kunstwerken waarbij je fijn oh en ah kunt roepen.

Werk van de Franse kunstenaar Daniel Firman bij ‘A Balancing Act’ in Kunsthal Kade. Foto Peter Cox

Er hangt een olifant aan de muur in Kunsthal Kade in Amersfoort. Een forse olifant is het, behoorlijk zwaar ongetwijfeld, maar het enige punt waarmee hij met de muur is verbonden is de top van zijn slurf. Het beest, vervaardigd door de Franse kunstenaar Daniel Firman, en nu te zien op de tentoonstelling A Balancing Act, doet daarmee wel een beetje denken aan het blok ‘beton’ dat ontwerpduo Studio Drift deze zomer door het Stedelijk Museum in Amsterdam liet zweven – ‘goochelkunst’ is blijkbaar een kunstcategorie met potentie. Veel effect, een klein beetje natuurkunde en/of engagement, een vage zweem van kunst – en klaar is je museumselfie.

Maar is dat erg? Dat hangt vooral af van de context. Zelf heb ik me enorm geërgerd aan de pretentieuze Studio Drift-trucjes in het Stedelijk (ik was een van de weinigen geloof ik), simpelweg omdat het Stedelijk zoveel beter zou moeten kunnen en willen. Maar Kunsthal Kade heeft zulke pretenties niet. Sterker nog: Kade is een van de vele kleinere Nederlandse musea die voortdurend worstelen met hun budget en hun bestaansrecht moeten bevechten, en dus inventieve manieren moeten bedenken om bezoekers te trekken.

Kade doet dat door afwisselend presentaties van mid-career Nederlandse kunstenaars te maken (Henk Visch, Tom Claassen, Maria Roosen) en thematentoonstellingen als A Balancing Act. Je voelt daarbij heel goed dat het een Januskop-expositie is (ook een tentoonstellingscategorie met veel potentie): aan de ene kant een inhoudelijk historisch-filosofisch verhaal over ‘balans’ en ‘evenwicht’ („Balans speelt een belangrijke rol in ieders leven”), en tegelijk een hoop werken waarbij je fijn oh en ah kunt roepen – een hangende olifant, of een gigantische perspex knikkerbaan waar je van boven een munt in gooit die dan perfect op zijn kant de hele weg naar beneden suist – Studio Drift zou het bedacht kunnen hebben.

HeyHeydeHaas, 50/50, 2018. (detailfoto) courtesy de ontwerpers

Met kunst hebben zulke werken niet zo veel te maken, en toch voelde ik weinig ergernis of verontwaardiging op A Balancing Act. Dat komt allereerst doordat Kade zijn lichtvoetige ambities niet onder stoelen of banken steekt en dat nog lijkt te werken ook: op de zondag dat ik er rondliep, was het ronduit druk. En je zou de tentoonstelling als een leuke meta-metafoor kunnen zien: de kunsthal die nadrukkelijk op twee gedachten hinkt maakt een tentoonstelling over balanceren.

Maar als A Balancing Act al een beginselverklaring is, dan hoef je je daar weinig zorgen over te maken: de tentoonstelling is een vrolijke grabbelton, de pretkunst werkt prima, en op subtiele wijze weet Kade daar complexere werken van kunstenaars als Alexander Calder, Carel Visser, Job Koelewijn, Renie Spoelstra, Folkert de Jong en Samson Kambalu tussendoor te weven.

Wie een doorwrochte kunsthistorische tentoonstelling wil, kan beter naar het Stedelijk (nou ja, meestal dan); voor een aangename middag waar beduidend meer intelligentie en diepgang wordt geboden dan op de meeste andere zondagmiddagactiviteiten is A Balancing Act een prima alternatief.

    • Hans den Hartog Jager