Voor nóg een groep baby’s is geen plek

Kinderopvang Er zijn op de opvang nog meer begeleiders nodig. En het was op deze krappe arbeidsmarkt al zo lastig om personeel te vinden.

Het aantal kinderen waarvoor kinderopvangtoeslag werd aangevraagd, steeg naar 796.000 kinderen. Foto’s Kees van de Veen

‘We hebben een wakker jongetje, waar laten we die?” „Ook de korstjes eten, hoor.” „Jij wil gewoon op schoot zitten, hè?” „Niet die bakjes leeghalen. Nee-hee.” „Poepscheet.”

Zomaar een dinsdag bij SKSG in Groningen, locatie Klavertje 6. Het is er druk, voor de buitenstaander dan, die een groep van negen baby’s ziet die allemaal om aandacht vragen. Voor de begeleiders is het een eitje. Kwestie van het ritme van de baby’s volgen. Ze bepalen zelf wanneer ze eten, een plasje doen en gaan slapen, alsmede de volgorde van die activiteiten.

Druk, dat is het pas als er drie baby’s tegelijk wakker worden en allemaal om hun flesje schreeuwen. Recent kwam er weer een groepje baby’s bij, dat kon nog net.

Zie Klavertje 6 als een thermometer van de economie: draait die slecht, dan blijven ouders thuis wegens geen werk of minder klussen en halen ze hun kinderen van de opvang. Gaat het goed met de economie, dan lopen de groepen hier vol.

Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, maar net als elders is er ook in deze branche een enorm personeelstekort. „Wij horen van veel bedrijven dat ze wel willen uitbreiden, maar die plannen voorlopig in de koelkast hebben gezet”, vertelt René Loman van de Branchevereniging Kinderopvang. „Ze kunnen geen mensen vinden.”

Zoals bijvoorbeeld de Utrechtse kinderopvangorganisatie Ludens. „Als we een nieuwe vestiging openen, is de eerste vraag: vinden we wel voldoende medewerkers?”, zegt Nancy van Thiel uit de raad van bestuur. De organisatie heeft nu rond de vijftig vestigingen.

Wat een verschil met vier jaar geleden, toen de kinderopvang zware klappen van de crisis incasseerde. Het aantal kinderen waarvoor kinderopvangtoeslag werd aangevraagd was in 2014, op het hoogtepunt van de crisis, 621.000. Vier jaar later is dat aantal naar 796.000 kinderen gestegen.

In dezelfde periode zijn er drieduizend dagopvanglocaties bijgekomen, naar een totaal van negenduizend – een stijging van 30 procent. Het UWV becijferde dat vorig jaar al een kwart van de werkgevers in de branche met moeilijk vervulbare vacatures zit. Een jaar daarvoor was dat nog 15 procent.

Loman: „Een deel van de begeleiders is door de crisis naar een andere sector overgestapt. Die komen niet zomaar terug. En de instroom op de opleidingen is ook niet voldoende. Met name in de steden lopen de wachtlijsten nu op.”

Dat vraagt om creatieve oplossingen om personeel te werven. Het Amsterdamse bedrijf Compananny zag zich gedwongen acht studio’s te kopen, zodat starters direct woonruimte hebben in een stad die voor de meesten onbetaalbaar is. Sommige bedrijven bieden een compleet leer-werktraject aan, betaald door de baas. Bij Ludens in Utrecht is een senior recruiter aangenomen, vertelt Van Thiel en zijn er ‘meet-and- greets’ voor zij-instromers georganiseerd.

„Wij zitten hier nog in de luxe positie dat we niet een hele trukendoos hoeven open te trekken”, zegt Lybrich Dubois, hr-manager van SKSG (700 werknemers). Toch organiseerde het bedrijf recent een evenement waarop geïnteresseerden konden ervaren hoe het is om met een babygroep te werken. „En we scholen ons personeel wel bij naar mbo-4-niveau, om zo te laten zien dat we echt in ze investeren.”

Het is overigens niet alleen zo dat er minder personeel is, het werk zelf is ook drukker en veeleisender geworden. Zo is er het nodige papierwerk. Bij Klavertje 6 ligt op de eettafel tussen de bordjes met brood en appelstroop („géén chocoladepasta of andere suikerbommen”) een iPad, inhufterproofhoes. De leidsters noemen het ding het ‘schriftje’, en houden er nauwkeurig in bij wat de kinderen eten en wat ze doen. Ook sturen begeleiders foto’s naar de ouders.

Vanaf januari volgend jaar verandert de zogeheten beroepskracht-kindratio: straks moet er niet per vier maar per drie baby’s één begeleider zijn. „Heel fijn”, zegt een begeleidster bij Klavertje 6 terwijl ze de allergieën van een peuter checkt. „Meer aandacht voor de kinderen.”

Maar het betekent óók meer hoofdpijn voor de personeelsmanager. Had je voor twaalf baby’s eerst drie begeleiders nodig, na 1 januari moeten dat vier begeleiders zijn. „Wij moeten alleen daarom al op zoek naar 26 nieuwe collega’s voor de babygroepen”, zegt Dubois.

Dat de overheid hiermee de kwaliteit in de sector wil opkrikken, kan op instemming rekenen. Maar de timing is ongelukkig. Van Thiel: „Tijdens de crisis maakten minder ouders gebruik van de kinderopvang, schroefde de overheid de kinderopvangtoeslag terug, vertrokken medewerkers, en droogde de instroom op de opleidingen op.” Nu gebeurt er iets soortgelijks, alleen andersom: terwijl de tekorten al enorm zijn, moeten er volgens de nieuwe regels nóg meer pedagogisch werknemers aangetrokken worden.

René Loman van de branchevereniging vreest dat door die oplopende wachtlijsten met name moeders dan maar thuisblijven. „Meer vrouwen gaan de arbeidsmarkt op, maar dat dreigt te stagneren door het tekort.”

Wat ouders op zoek naar een plek bij de kinderopvang op de korte termijn misschien kan helpen: op werk met de baas over het rooster praten. Want op woensdag en vrijdag is er meestal nog wel plek, vertelt Van Thiel. „Op de andere dagen hebben we wachtlijsten.”

Bij Klavertje 6 komt een moeder haar kind ophalen. Rugzakje om, en gaan. Een begeleidster wuift hem uit: „Tot donderdag!”

Veel vacatures, weinig huizen: vind als bedrijf dan nog maar eens personeel
    • Philippus Zandstra