Prehistorische vis knabbelde aan andermans vinnen

Paleontologie Er zijn fossiele resten van een vleesetende vis in Zuid-Duitsland opgegraven. De nieuw ontdekte soort lijkt op moderne piranha’s.

Fossiele Piranhamesodon pinnatomus, gevonden in Beieren. Foto M. Ebert

Zuid-Amerikaanse piranha’s staan bekend om hun puntige mesachtige tanden, waarmee ze stukken vlees uit andere dieren scheuren. Nu blijkt dat een vergelijkbare soort roofvis al in de tijd van de dinosaurussen rondzwom in wat nu Europa is. Duitse en Australische wetenschappers hebben fossiele resten opgegraven in het Duitse Beieren. Het is de oudste bekende vissoort met een geschikt gebit om andere vissen te eten, schrijven de wetenschappers in Current Biology. Overblijfselen van beknabbelde vissen – vermoedelijke slachtoffers – lagen dicht bij de vindplaats.

150 miljoen jaar geleden (in de Jura-periode) lagen grote delen van Europa onder water. „Waar nu de Alpen zijn, was een ondiepe tropische zee”, vertelt Martina Kölbl-Ebert van het Jura-Museum in Eichstätt aan de telefoon. „Het zag eruit als de Bahama’s nu – alleen zonder palmbomen, want die bestonden nog niet.” Sinds 2017 graven Kölbl-Ebert en haar team in een kalksteengroeve in Ettling, waar fossielen uit deze tijd zich hebben opgestapeld. „Er komen de mooiste fossiele vissen uit. Deze vis was als het winnen van de loterij.”

Zijn lichaam is vergelijkbaar met dat van soortverwanten, uit hetzelfde prehistorische tijdperk, voegt medeauteur David Bellwood van de James Cook University in Townsville in Australië via e-mail toe. „Maar zijn tanden waren een complete schok – de overeenkomsten met moderne piranha’s zijn opvallend.” Bellwood vergelijkt het met een „lasersnijder aan een hooiwagen”, een stokoud werktuig met modern gereedschap.

De wetenschappers noemden de soort Piranhamesodon pinnatomus. Maar de vis is absoluut niet verwant aan huidige piranha’s. Ze leefden bijvoorbeeld niet in zoet water, zoals huidige piranha’s, maar in zout water. Alleen de vorm en functie van hun tanden doen denken aan de Zuid-Amerikaanse roofvissen. „Miljoenen jaren voor de piranha’s kwam deze bizarre groep vissen al met een manier om andere vissen te eten”, schrijft Bellwood. Wetenschappers noemen dat ‘convergente evolutie’: het ontwikkelen van dezelfde kenmerken bij verschillende, niet-verwante dier- en plantengroepen.

Volgens de onderzoekers vrat Piranhamesodon pinnatomus vermoedelijk geen hele vissen maar knabbelde alleen aan vinnen van zijn slachtoffers. „Het is een opmerkelijk slimme zet omdat vinnen weer teruggroeien – het is dus een hernieuwbare voedingsbron”, legt Bellwood uit. Er bestaan tegenwoordig ook piranhasoorten die dit doen. Maar de meest bekende, de roodbuikpiranha, verslindt hele vissen (als ze klein genoeg zijn) of scheurt met zijn indrukwekkende tanden stukken vlees uit grotere dieren.

    • Brigitte Osterath