Lege kades, geen vis, scheve woonboten

Laag water Het water in de Rijn, IJssel en Waal staat extreem laag. Het laagterecord van 683 centimeter boven NAP bij Lobith sneuvelde vorige week en zal de komende dagen nog meer dalen. Wat zijn de gevolgen voor het leven langs de rivieren?

Woonboot aan de Nederrijn in Arnhem ligt droog en daardoor scheef Foto's Nick Somers

Millingen aan de Rijn: 633 cm boven NAP

Aan het water bij Millingen liggen drie veerboten, de voorste deels op het zand. Op het platform staat niemand, het hek naar de loopbrug is gesloten. „Het veer ligt er sinds deze week uit”, vertelt een ober van het eethuis bovenop de dijk. „Het water staat te laag. Hij kan niet meer op en neer.”

Een vrijdagochtend in oktober, over de dijk flitst een auto. De zon schijnt, het terras is leeg. Iets verderop laat een buurtbewoonster haar hond uit. „In het weekend is ’t hier normaal een goudmijn met al die fietsers”, zegt ze. „Het zal wel wat dagjesmensen schelen.”

Aan de loswal, een kleine kilometer verderop, ligt het bunkerstation, een mobiel bevoorradingsschip voor de binnenvaart. Bij binnenkomst klinkt een bel, aan de muren hangen moersleutels en schroevendraaiers, een doe-het-zelfzaak op rivierwater. Achterin zit directeur Ton Heijmen voor twee grote beeldschermen: een voor brandstofprijzen, de ander voor de actuele waterstand. „Ik heb eerder lage waterstanden meegemaakt”, vertelt Heijmen. „Maar zo laag en al zo lang, dat nog nooit.”

Al sinds de zomer kunnen schippers niet meer met volle lading de rivieren op. Om dezelfde duizend ton te vervoeren, zijn nu twee schepen nodig. Het alternatief – wegtransport – is volgens de directeur op lange termijn ondoenlijk. „Het gebeurt al, maar voor één vrachtschip zijn vijftig vrachtauto’s nodig.”

Het is de vraag hoe lang de schepen nog varen. Heijmen: „Het water wordt alsmaar lager. Voor een stijging moet het eigenlijk een tijdlang regenen in Duitsland en Zwitserland, maar dat gaat de komende weken niet gebeuren.”

Westervoort: 592 cm boven NAP

Op de dijk bij Westervoort, een dorp nabij Arnhem, fietst een man met zonnebril richting de Nederrijn. Daar, beneden aan het water, kan hij met het veer naar Huissen. Hij stevent op de kade af, om daar enkel het bord ‘veerdienst gestremd’ te vinden. „Dit meen je niet.” Hij maakt een boog, voor vragen geen tijd. „Nee, nu niet. Ik moet helemaal omfietsen.”

Die ochtend is het Looveer uit de vaart gegaan. Het water is te laag, de pont kan niet meer aanmeren. Met regelmaat rijden auto’s tevergeefs de dijk af, om vervolgens te keren. Een vrouw met elektrische fiets belt naar haar vriendin aan de overkant. Ze komt later, ze moet nu vijftien kilometer om via ’t Pleij, een brug nabij Arnhem.

Iets verderop parkeert Andre in het Veld zijn auto. Hij opent de kofferbak, pakt een kruk en schroeft een hengel in elkaar. Eigenlijk vist hij in Westervoort, bij de verbindingswateren in zijn achtertuin, maar die staan al maanden droog. „Normaal zit er nog een laag modder in, maar nu is het kurkdroog. Je vraagt je af waar al die vissen zijn gebleven. In onze buurt hadden we vier aalscholvers, maar die zijn verdwenen.”

Dan stopt een autootje. Achter het stuur zitten Harry en Anja van den Beld. Ze maken van het ongemak gebruik om een broodje te eten. „Tja, wat doe je eraan”, zucht Anja. Harry kijkt door de voorruit. „Er is wel iets aan de hand”, zegt hij. „Vroeger volgden strenge winters elkaar op, de rivier vroor dicht. Nu niet meer.” Anja knikt. „Het is fijn, dit weer. Maar aan de andere kant, het is oktober en we lopen nog steeds rond in T-shirts.”

Arnhem: 611 cm boven NAP

De Nederrijn komt in Arnhem amper aan de meetlat van de John Frostbrug. Passagiersboten liggen in rijen langs de kade, zowat alle plekken aan de kade zijn bezet. Iets verderop ligt een rij woonboten, door stenen omsloten in het water – al trekt dat Rijnwater langzaam weg. Onder een aantal boten is de bodem drooggevallen. Sommige staan scheef, bewoners kruien rond hun woning om het zand te verwijderen.

Bij nummer 115 staat Pierre Courbois op de loopbrug naar zijn voordeur. Beneden liggen scherven en gebroken vazen. „Ik betaal me scheel om op het water te liggen”, zegt hij. „Maar zie jij ergens water?” Binnen hangen schilderijen scheef, Pierres vrouw Winnie houdt de leuningen van de trap vast. „Het is vervelend”, zegt ze. „We wonen hier al 54 jaar en ik heb dit nog nooit meegemaakt. Ik moet mij overal aan vastgrijpen, de pannen vallen tijdens het koken naar beneden.”

„Aan het scheve wen je”, zegt Pierre. „Het spannende moment komt als het water terugkeert. Dan pas weten we of de bodem beschadigd is.” Pierre, die bijna tachtig jaar is, ploft neer op de sofa in de woonkamer. „Ik krijg er pijn van aan m’n heupen.”

Ook bij Mary Bosman en Theo van Geffen op nummer 119 staat de woonboot scheef. Stoppers houden de deuren op de juiste plek. „Het ziet er erger uit dan het is”, zegt Theo. „Het slapen en opstaan is vervelend, je bent je oriëntatie kwijt, maar het komt wel goed.” Mary: „De gemeente gaat baggeren, maar wanneer – ik heb geen idee.” Ze loopt richting de slaapkamer, duwt het matras omhoog. Op de lattenbodem ligt een houten balk. Alleen zo kunnen ze waterpas slapen.

Theo van Geffen op zijn scheve woonboot met de Nederrijn in de achtergrond.
Foto’s: Nick Somers
De veerpont tussen Westervoort en Huissen is stilgelegd. Reizigers moeten omreizen.

Brummen: 178 cm boven NAP

Voordat de IJsselsteden bruggen hadden, waren veerboten de belangrijkste manier van transport. Nu maakt vooral de grijze golf er gebruik van, vertelt veerman Dirk Wijers, die passanten van Brummen naar Bronkhorst overzet en weer terug – elke dag opnieuw.

„Het gaat allemaal net, ik moet oppassen dat schippers de ketting van de pont niet kapot varen”, zegt hij. Per dag bekijkt hij of hij blijft varen. „Regen zou goed uitkomen.” Wijers heeft een stoppelbaard, daaronder een shirt met vlekken. De wandelaars op zijn veer dragen buideltassen, fietsers hebben een kaart op het stuur geklemd. Als de pont vol is, turft hij het aantal klanten, daarna trekt hij naar de overkant. De motor bromt, de bodemketting van de pont komt boven het water.

Iets verderop staat Cas uit Brummen, op zijn fiets een tas gebonden. Hij komt terug van zijn stage in de veiligheidssector in Steenderen, een dorp aan de overkant. „Nu doe ik er twintig minuten over, anders moet ik vijftig minuten om via de brug in Zutphen.” Hij vindt het niet erg, mocht de pont uitvallen. Hij lacht. „Ik heb een stevige fiets.”

Veerbaas Wijers zit in z’n hut, hij draait aan het stuur, de laadklep knalt op de kade. In zijn cabine ligt een stapel sigarendoosjes, daarnaast staat een koffiekan. Boven, aan het plafond, zit een radarcomputertje. „Hierop kan ik schippers zien aankomen”, zegt hij. „Ze moeten bij de betoncentrales zijn, de bedrijven langs het Twentekanaal.” Wijers bekijkt de radar, zes kilometer verder is er eentje.

Nederland heeft dit jaar veel last van de droogte. Lees het artikel Wat heeft Nederland geleerd van de hevige droogte?

Deventer: 64 cm boven NAP

De avond valt in de haven van Deventer. Het IJsselwater is weinig rimpelig, de kade verlaten – om meerpalen ontbreken touwen en lijnen. Bij de loods aan de overkant, waarop de tekst ‘hout en bouwmaterialen’ prijkt, zijn geen schepen aanwezig.

Bij de tweede havenarm sluit een oudere man met bril een hek waarachter jachtschepen op aanhangers liggen. Een vlag met de tekst ‘Deventer Watersport Vereniging’ wappert. „Schippers komen hier al weken niet meer”, zegt hij. „De enige schepen die hier nog kunnen komen, zijn lege schepen.” Hij bergt zijn sleutels op. „Mijn optimistische schatting is dat ze hier tegen Kerst weer zijn.”

    • Fabian de Bont