Recensie

Lahav Shani groots met een geweldig spelend Rotterdams Philharmonisch

Klassiek De nieuwe Rotterdamse chef-dirigent Lahav Shani betoonde zich een volbloed bruckneriaan. Minstens zo vervoerend was MacMillans ‘Altvioolconcert’, een eigentijds meesterwerk.

Lahav Shani tijdens zijn inauguratieconcert op 29 september 2018. Foto Guido Pijper

Lahav Shani (29), die vorige maand aantrad als chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, leerde Bruckner relatief laat kennen, maar was toen wel meteen verkocht. De dirigent en componist passen bij elkaar, bleek vrijdagavond. Shani heeft nog maar weinig Bruckner gedirigeerd en leidde diens Zevende symfonie voor het eerst, maar hij betoonde zich een volbloed bruckneriaan.

Van onwennigheid was geen sprake. Dirigerend uit een minuscuul studiepartituurtje etaleerde Shani een geweldige greep op de spanningsboog, vooral in de monumentale eerste twee delen. Door na ieder crescendo significant gas terug te nemen voorkwam Shani verzadiging en bleef er steeds ruimte voor meer – met gretige oren tot gevolg. De laatste zinderende climax werd onthaald met eerbiedige stilte en een langdurige ovatie.

Lees ook de recensie van het inauguratieconcert: Er is maar één conclusie mogelijk: Shani heeft het (●●●●)

Shani’s dynamische retorica werkte vooral zo goed doordat het orkest geweldig speelde: alert, zonder twijfel, met een warmbloedige klank. Een elegisch brommende Wagnertuba-fanfare zette de toon voor het Adagio, dat nergens plechtstatig werd. Het Scherzo was een opgewonden gesprek waarin de orkestgroepen op een haast kamermuzikale manier op elkaar reageerden. En in de speelse finale gingen alle remmen los. Ik kan me voorstellen dat er in Rotterdam komende jaren een enerverende Bruckner-cyclus in de steigers wordt gezet.

Voor de pauze klonk het Altvioolconcert van James MacMillan, waarvan Shani in 2016 ook al de Nederlandse première dirigeerde, toen bij het Radio Filharmonisch. Wederom was Lawrence Power, aan wie het is opgedragen, de solist. Het Altvioolconcert klonk dit keer iets troebeler, iets doorleefder, en zo mogelijk nog indrukwekkender: een meesterwerk.

MacMillans op het oog traditionele driedelige concert speelt een briljant spel met verwachtingen. Dat begint al met de uitgesponnen openingsrapsodie, heerlijk vertolkt door Power. Een kortstondige geluidorkaan in het tweede deel vloeide weg in melodieuze melancholie. Trage glijers in de begeleiding dropen van de blues, zij het een dissonante variant. De flageolettencadenza was adembenemend. En daarna kwam nog het razende slotdeel, met zijn bevreemdende en geëxalteerde effecten.

    • Joep Stapel