‘Kok niet schuldig aan verlies PvdA’

Sociaal-democratie De zaterdag overleden Wim Kok heeft het land goed bestuurd, klinkt het overal. De teloorgang van de PvdA valt hem niet te verwijten.

Premier Wim Kok, de Amerikaanse president Bill Clinton en (op de achtergrond) de Engelse premier Tony Blair en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder luisteren naar de Italiaanse premier MassimoD’Alema (op de rug gezien) tijdens een NAVO-bijeenkomst in Washington, 1999. Foto Getty Images)

Alom lof klinkt er sinds zaterdag voor Wim Kok, de oud-premier en oud PvdA-leider die op die avond overleed. Trefwoorden: een staatsman met gezag die verantwoordelijkheid durfde te nemen.

Maar uit Brabant kwam dit weekeinde een afwijkend geluid. „De erfenis van Wim Kok voor de sociaal-democratie? Die is zonder meer rampzalig” , aldus de 82-jarige Bram Stemerdink die in de jaren zeventig namens de PvdA zitting had in het kabinet Den Uyl; eerst als staatssecretaris van Defensie, later als minister op datzelfde departement. In het Brabants Dagblad hekelde hij de „zakelijke” aanpak van Kok die hij plaatste tegenover de „intellectueel uitdagende sfeer” van het kabinet Den Uyl. Volgens Stemerdink staat de PvdA er nu „desastreus” voor en is dat proces onder Kok begonnen.

De verlies- en winstrekening voor Wim Kok als aanvoerder van de PvdA geeft inderdaad een weinig florissant beeld te zien. Van de 52 Tweede Kamerzetels die hij in 1986 aantrof toen Joop den Uyl de leiding van de partij aan hem overdroeg, waren er in 2002 na zijn vertrek nog slechts 23 over. Hij won als lijsttrekker slechts één verkiezing: in 1998 na het eerste (paarse) kabinet onder zijn leiding toen de PvdA van 37 naar 45 zetels steeg.

Ideologische veren

Heeft Wim Kok met zijn pragmatisme en omarming van de zogeheten ‘Derde Weg-filosofie’ (de combinatie van sociaal en liberaal) de PvdA richting de afgrond geduwd? Veel geciteerd wordt in dit verband zijn Den Uyl-lezing uit december 1995 waar hij het had over ideologische veren van de PvdA die moesten worden afgeschud. Toen is het verval begonnen, is de veelgehoorde constatering. Letterlijk zei Kok toen: „De oude ideologie blijkt niet in staat antwoord te geven op sleutelvragen van deze tijd. Het afschudden van ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem, het is in bepaalde opzichten een bevrijdende ervaring.”

Volgens emeritus-hoogleraar parlementaire geschiedenis en oud PvdA-senator Joop van den Berg wordt deze zin stelselmatig verkeerd geciteerd en uit zijn context gehaald. Allereerst sprak Kok niet over dé ideologische veren maar juist zonder het lidwoord de. „Als je nieuwe veren wilt krijgen moet je je ook van een aantal oude veren ontdoen. Hij wilde een partij die echt vastgelopen was weer in beweging krijgen”, zegt Van den Berg. „Dan moet je van een aantal vastgeroeste ideeën afstand doen.”

Ruud Koole, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden en van 2001 tot 2005 voorzitter van de PvdA, zegt „echt last” te hebben gehad van de ‘ideologische veren’-uitspraak. Hij heeft Kok destijds gesuggereerd in een nieuwe toespraak de werkelijke bedoeling van zijn woorden duidelijk te maken. Maar daar is Kok nooit op ingegaan. „Dat vind ik jammer”, zegt Koole nu. Maar hij kan zich er wel iets bij voorstellen: „Je moest geen grootse beschouwingen aan Kok vragen.”

Ook de aan de Universiteit van Amsterdam verbonden bijzonder hoogleraar politicologie Sarah de Lange meent dat aan de ideologische veren een veel te zware lading is gegeven. En al helemaal is het „veel te eenvoudig” te stellen dat hiermee de doodsteek aan de PvdA is toegebracht. De kritiek concentreren op Wim Kok miskent volgens haar dat de PvdA er al veel langer slecht voorstaat. Bovendien zijn de weglopende kiezers geen probleem voor alleen de PvdA, maar voor de sociaal-democratie in geheel West-Europa. De brede teloorgang van deze partijen is dan ook haar onderzoeksopdracht op de J.M. den Uyl-leerstoel van de Universiteit.

De Lange: „Het is wel heel bijzonder als de langetermijnontwikkeling van een partij aan één persoon wordt toegeschreven.” Dat geldt al helemaal voor iemand als Kok die de leiding overnam toen de partij volop verwikkeld was in een discussie over de koers. Kok heeft volgens haar niet zoals Tony Blair in het Verenigd Koninkrijk met New Labour wel deed één stroming aan zijn partij opgelegd. „Kok was veel meer het symbool van de verandering die al sinds eind jaren zeventig gaande was in de PvdA”, zegt zij.

Het etiket van de Derde Weg

Door de verminderde ideologische scherpslijperij kon de PvdA in 1994 met de liberalen van de VVD gaan regeren. Oud-partijvoorzitter Koole: „Toen kreeg Kok het etiket van de Derde Weg opgeplakt zonder dat hij daar zelf iets mee had”. Kok had volgens hem in zijn kabinet te maken met twee liberale partijen, VVD en D66, die samen de meerderheid hadden. In die constellatie kon Kok slechts de scherpe kantjes eraf vijlen. „Maar”, zegt Koole terugkijkend, „hij had wat meer kunnen tegenduwen”. Had gekund, meent Joop van den Berg, maar de schuld aan Wim Kok geven is te makkelijk. „Er was ook de passiviteit in de rest van de partij.”

Allen menen dat het probleem van de PvdA het probleem van de sociaal-democratie in zijn algemeenheid is. Hoogleraar De Lange wijst op de nieuwe maatschappelijke breuklijnen met vraagstukken als integratie en immigratie waardoor sociaal-democratische partijen zich in een blijvende spagaat bevinden. Is er een oplossing? „Nee”, zegt zij, „niet zolang de basis zo verscheurd is.”

Lees ook de necrologie van Wim Kok: Sober sociaal-democraat die liberaal regeerde
    • Mark Kranenburg