Een rijke elite in het straatarme Gaza

Rijken tussen de armen

Palestijnse zakenlui die de luxe villa’s aan de kust bevolken, willen zo min mogelijk te maken hebben met bloedige protesten.

Palestijnse meisjes doen mee aan een paardrijwedstrijd in Gaza-stad. Foto Mahmoud Ajour

Voor de deur staan luxe auto’s geparkeerd, vanuit een hokje naast de ingang monstert een beveiliger elke bezoeker. Wie geen lid of introducé is, komt er niet in. Binnen stapt een paard rondjes door de bak, een jongetje wiebelend op zijn rug. Tienermeisjes met paardenstaarten en sweaters slenteren langs de stallen, een groepje vrouwen geniet op het terras van een waterpijp. Locatie: paardenclub Al-Asdiqa (De Vrienden), Gaza-stad.

Terwijl ruim de helft van de bevolking onder de armoedegrens leeft en 80 procent afhankelijk is van hulp, kent Gaza ook een rijke elite. Die bestaat deels uit de traditionele elite van Gaza, een klein aantal families dat van oudsher handel en vastgoed beheerst – en deels uit een nieuwe politieke en zakelijke elite, die wist te profiteren van blokkades en oorlogsgeweld door slimme investeringen, smokkelhandel of internationale projecten.

Lees ook de column van Carolien Roelants: Gaza, een rampgebied dat niet meer te redden is

De zakenlui in de luxe restaurants en villa’s aan de kust willen zo min mogelijk te maken hebben met bloedige protesten of chaotische rijen bij de voedselverdeling. Oliehandelaar Mohammed Youssef Bahloul (44): „Wat ik deed tijdens de protesten aan de grens? Toen sliep ik.”

Voor 500 dollar (434 euro) per jaar kunnen mensen zich in de exclusieve club even buiten Gaza wanen. Een groepje paardenliefhebbers richtte de club in 2017 op omdat ze een „thuis” wilden dat voldeed aan de hoogste standaarden, vertelt mede-eigenaar Saed Shurak. De club moet elitair blijven. „We willen niet dat zomaar iedereen binnenkomt”, zegt Shurak. „Hier is de sfeer prettig, ik kan mijn dochter hier ook alleen heen sturen.” Binnenkort is er een springconcours.

Ook restaurant The Lighthouse zou in een willekeurige badplaats kunnen staan. Obers in zwart-wit lopen langs de keurig gedekte tafels met uitzicht op zee, op de kaart staan biefstukken en sorbets voor Europese prijzen, twee meisjes in nette jurkjes rennen achter elkaar aan langs het met bloemen omringde terras. Hun moeders Rima Mousa (37) en Kholoud Abulkheir (38) gaan graag naar dit terras, omdat „hier de kinderen veilig en schoon kunnen spelen”. Maar hoe de elite van Gaza zich ook probeert af te sluiten van armoede en geweld, in hun villa’s ruiken ze de penetrante geur van rioolwater.

Een ruiter doet mee aan de kampioenschappen paardrijden, georganiseerd door een Palestijnse paardrij-organisatie. Foto Mustafa Hassona/ Agency

Geen reisvergunning

Importeur Shurak heeft geen reisvergunning en is al jaren niet buiten Gaza geweest. Zijn beste paarden zijn afgekeurde paarden uit Israël; de club krijgt geen toestemming zelf paarden uit Europa te importeren, laat staan mee te doen aan internationale concoursen.

In een luxe hotelsuite zit een groepje mannen in vrijetijdskleding. Ze hebben hun kapitaal verdiend in het vastgoed of de bouw. Een van hun grootste privileges is de mogelijkheid Gaza af en toe te verlaten. Hun kinderen studeren aan Europese en Aziatische universiteiten. „Maar als ’s zomers de hele campus leegstroomt, is mijn zoon de enige die achterblijft, omdat hij niet tussendoor mag terugkomen”, zegt hoteleigenaar Jawdat Khoudary.

Het beleid voor reisvergunningen wordt steeds strikter. Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie Gisha hadden in 2017 nog maar 551 handelaren een vergunning om Israël in te komen, terwijl dat er in 2015 nog duizenden waren. „Vroeger nam ik de kinderen mee op stap in Jaffa,” herinnert fruitteler Hussein Madroushi zich. „Nu ben ik het enige gezinslid met een vergunning.”

Ook de bovenlaag voelt dat de situatie in Gaza verslechtert.

Ook de bovenlaag voelt dat de situatie in Gaza verslechtert. De vriendinnen op het terras van The Lighthouse kwamen vroeger regelmatig lunchen, nu nemen ze genoegen met een sapje en een waterpijp. Wat er nog over was van een middenklasse, brokkelt gestaag verder af; advocate Abulkheir heeft steeds minder betalende klanten. In de grote zaal staan lange rijen lege tafels. Mousa heeft haar zoontje opgegeven voor paardrijles, één keer per week; een lidmaatschap van de manege is boven haar budget. „Ik moet keuzes maken. Mijn kinderen naar een goede privéschool sturen is belangrijker.”

Met de voortdurende blokkade en de politieke stagnatie is de situatie te onzeker geworden voor investeringen. Met de zaken van de mannen in het hotel gaat het niet goed. Na de laatste Gaza-oorlog in 2014 verdienden ze goed aan wederopbouwprojecten, maar de dollarstroom uit de Golfstaten is geslonken.

Al jaren geen projecten meer

Hotelbaas Khoudary maakt een rondje langs zijn vrienden: „Hij heeft net zijn fabriek gesloten... Hij heeft net driekwart van de werknemers moeten ontslaan... Hij heeft al een jaar geen projecten meer...” Zelf verdient hij de elektriciteitsrekening van zijn bijna lege hotel niet terug. Toch wijzen hij en zijn zakenvrienden de suggestie van een herstart in het buitenland – ze hebben nu nog het kapitaal en de reisvergunning – resoluut van de hand. „Een buitenstaander begrijpt dat niet, maar dit is Gaza.” En ze laten zich nog eens inschenken.

    • Jannie Schipper