Een ontvoering met militaire precisie

Rechtszaak In 2016 werd peuter Insiya ontvoerd en door haar vader meegenomen naar India. De eerste verdachten staan nu voor de rechter.

De Amber Alert voor Insiya werd ook getoond in Duitsland, waar ze naar haar ontvoering naartoe werd gebracht. Foto Piroschka van de Wouw / ANP

Het is acht uur ’s ochtends als een man aanbelt bij het huis van de oma van Insiya aan de Anfieldroad in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer. Moeder Nadia Rashid is net weg. „Ik ben inspecteur van de sociale dienst,” zegt de man. „Is de moeder van Insiya thuis?”

Enkele seconden later komen twee andere mannen de woning in. „I’m here on behalf of the Indian Court!” schreeuwt de een, een gezette man, en zwaait met een document. Terwijl hij oma in bedwang houdt, nemen de andere mannen Insiya mee.

Maandag begon de inhoudelijke behandeling van de zaak tegen de ontvoerders die de destijds tweejarige Insiya op 29 september 2016 meenamen uit het huis van haar grootmoeder. Het is een lang en slepend proces. Sinds februari 2017 probeert het Openbaar Ministerie de vader en opdrachtgever van de ontvoering, Shehzad H., te horen. Zonder succes: de rijke Indiase zakenman verblijft sinds de ontvoering met zijn dochter in India en heeft Gerard Spong in de arm genomen als advocaat. Een uitleveringsverdrag met India is er niet, en ook het rechtshulpverzoek in de zaak van de ontvoerders loopt moeilijk.

In de rechtbank zijn maar twee van de zes verdachten aanwezig, Willem V. en Daniël C. De advocaten van de andere verdachten laten weten dat hun cliënten gezien de grote media-aandacht besloten niet te komen. Ook wijzen alle advocaten erop dat het verhoor van Shehzad H. onmisbaar is voor het voortzetten van de zaak.

Even lijkt het erop dat de zaak wordt aangehouden, maar de rechtbank besluit enkel een gedeelte te verzetten – naar mei 2019. Ook wordt een ‘bevel persoonlijke verschijning’ uitgevaardigd aan de verdachten die vandaag niet aanwezig zijn. Het heeft lang genoeg geduurd.

Lees ook: OM vraagt India om uitlevering vader ontvoerde peuter

Codenamen

Terug naar de gebeurtenissen van 29 september 2016. Bij het huis aan de Anfieldroad ontstaat een worsteling tussen oma, een tante, een neef en Robert B. Buren komen – sommigen nog in pyjama – op hun hulpkreten af. Als de politie enkele minuten later arriveert, ligt B. op de grond, bloedend. Van Insiya en de twee andere ontvoerders ontbreekt ieder spoor.

De man die aanbelde, is Willem V. Kalm vertelt V. op de zitting hoe hij als ondernemer – hij handelde in meetapparatuur voor spoorwegen – betrokken raakte bij de zaak. Zijn onderneming had geld nodig. „Ik nam in die tijd alles aan,” zegt hij. Dus als zakenrelatie Erik S. hem benadert om samen telefoons te regelen voor een vader wiens dochtertje onterecht uit India is ontvoerd, beschouwt hij dat als een „good opportunity”.

Maar uiteindelijk is V. degene die een uiterst gedetailleerd plan schrijft voor de ontvoering van de tweejarige. In een document met de titel ‘operatie Barney’, door de politie aangetroffen op een computer, wordt met militaire precisie omschreven hoe de ontvoering moet worden uitgevoerd. Er waren vijf fases, codenamen gebaseerd op Disneyfiguren, een observatie- en een pick-upteam en V. zou tiewraps meenemen. „Om de duimen van de oma vast te binden, mocht ze niet meewerken.”

V. en Imran S., de neef van Insiya’s vader, rijden met Insiya naar wegrestaurant de Witte Bergen in Eemnes, waar ze hebben afgesproken met Shehzad H. en Daniël C. Die laatste rijdt met H. en S. verder naar het ‘safe house’, het huis van Erik S. in Duitsland. Vanuit daar weten ze een vlucht te regelen naar India.

Na de overdracht bij de Witte Bergen levert Willem V. zijn huurauto in en gaat hij aan het werk. Die avond ziet hij op het Journaal een item over de ontvoering. Dat is een kantelpunt, vertelt hij in de rechtszaal. „Ik kreeg een bloemkool in mijn buik.”

Volgens V. had Shehzad H. hem ervan overtuigd dat moeder Nadia juist Insiya had ontvoerd, terwijl H. van de Indiase overheid het gezag had gekregen. Hij dacht dat hij iets goeds deed, zegt hij. Nee, hij deed het niet voor de 40.000 euro die hij samen met Erik S. voor hun medewerking zou krijgen. „Het was het emotionele argument dat zwaarder woog.” Een aanbetaling leverde hij in bij de politie toen hij zich de dag na de ontvoering aangaf – het was ‘besmet geld’.

De Amerikaan Daniël C. is minder spraakzaam. Hoewel de man in verhoren zou hebben gezegd dat hij ‘duizendmaal excuses’ wil maken, is maandag steevast zijn antwoord: ‘geen commentaar, your honor’.

Na afloop van de zitting spreekt C. in de gang moeder Nadia aan. „Het spijt me van uw dochter, mevrouw”, zegt hij in het Engels. Haar neef springt er snel tussen. „Ga weg! Je hebt mijn nichtje ontvoerd!”

Dinsdag en woensdag gaat de rechtbank verder met de inhoudelijke behandeling. Het is onduidelijk of de andere verdachten dan aanwezig zijn.

Correctie (24 oktober 2018): In een eerdere versie stond dat Daniël C. vlak na de ontvoering bloedend op de grond werd aangetroffen. Dat moet zijn Robert B. Dat is in het artikel aangepast.

    • Charlotte Bouwman