‘De methode-Kok: iedereen het gevoel geven gehoord te zijn’

De vakbondsjaren Door zijn snelle denken en irritatie over mensen die hem niet konden bijhouden, had Wim Kok een knorrig, afstandelijk imago, schrijft oud-speechschrijver

Binnen de vakbeweging was Wim Kok direct voorbestemd om een leidersrol op zich te nemen. Toen ik vanaf de journalistenschool het jongerenwerk van het toenmalige Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) binnenrolde, heb ik de jongensachtige Wim Kok nog meegemaakt. De ontspannen man, goedmoedig grapjes makend over collega’s, die later nog zelden te zien was (zoals op werkbezoeken aan zusterorganisaties in het buitenland). De eerste keer dat Wim Kok wereldnieuws werd, was toen wij – ik meen in 1973 – als NVV-delegatie een bezoek brachten aan de ondergrondse vakbeweging in het Spanje van dictator Franco. Kok – hij was toen al NVV-voorzitter – rende mee in een ‘pop-updemonstratie’ (die bestonden toen ook al) tegen Franco en werd in volle actie door een fotograaf gespot. Persbureau Reuters stuurde die foto de hele wereld over. Het werd een klein diplomatiek incident tussen Nederland en Spanje.

Na het interne conflict binnen het NVV in 1972, toen de jonge Wim Kok tot het voorzitterschap werd geroepen om de eenheid te herstellen, maakte die jongensachtigheid meteen plaats voor de bedachtzame bestuurder die steeds op zijn hoede moest zijn. Een vakverbond met een onevenwichtig samenstel van grote en kleine autonome NVV-bonden, moeizame relaties met andere vakcentrales en regeringen die, of ze nu rechts of links waren, allemaal met loonwetten klaarstonden om de economische ontwikkeling naar hun hand te zetten. De ‘methode-Kok’ werd legendarisch: iedereen het gevoel geven gehoord te zijn en dan met een wolk van woorden waar ieder wel zijn inbreng in terugvond, zijn eigen lijn uitzetten.

Die methode paste bij de tijd van democratisering maar werd niet door iedereen gewaardeerd. Een toenmalig lid van het dagelijks bestuur zei me dat een voorzitter de marsroute moet aangeven en niet eerst iedereen z’n zegje moet laten doen. Maar toch werd zijn gezag meteen herkend. Op de golven van de ontkerkelijking fuseerde het rooie NVV met het katholieke NKV. Dankzij zijn inlevend vermogen en zijn goede relatie met NKV-voorzitter Wim Spit wist Kok in 1976 een voorbeeldig samengaan van de twee vakcentrales tot de Federatie Nederlandse Vakbeweging tot stand te brengen. Daarna volgde – als bijbaan – zijn voorzitterschap van het Europees Verbond van Vakverenigingen, wat hem tot gesprekspartner maakte voor verscheidene buitenlandse politieke leiders (zoals Helmut Schmidt) die hij later als premier zou ontmoeten.

Als woordvoerder en speechschrijver sta je heel dicht bij je ‘eerste man’. Koks snelle denken en irritatie over mensen die dat niet konden bijhouden, gaf hem vaak een knorrig en afstandelijk imago (zowel collega’s als journalisten kwamen zich daarover wel bij mij beklagen). Maar je kon ook zijn emoties zien als hij in de crisisjaren tachtig stukliep op het front van het kabinet-Lubbers en de werkgevers om een fatsoenlijk sociaal stelsel en inkomensniveau voor werklozen en andere uitkeringsgerechtigden overeind te houden.

Het Akkoord van Wassenaar van 1982 tussen vakbondsleider Kok en werkgeversvoorzitter Van Veen is in niet geringe mate te danken aan Koks snelle, nauwelijks voorbereide improvisatie toen hij plots een gaatje zag ontstaan in de sociaal-politieke constellatie.

Henne Pauli was van 1971 tot 1985 woordvoerder en speechschrijver van Wim Kok bij het NVV en de FNV.