Benfica leeft van de spelershandel

Champions League Benfica staat net als Ajax bekend om zijn scouting en opleiding. De Portugezen verdienen jaarlijks 100 miljoen euro aan transfers.

De 19-jarige middenvelder Gedson Fernandes (8) – in actie in de Champions Leaguewedstrijd tegen Bayern München – is een nieuwe parel uit de opleiding van Benfica. Foto Armando Franca/AP

Benfica presenteert zichzelf graag als een voorbeeldclub en laat de schaduwkanten van het succesverhaal liever achterwege. Zo mag financiële topman Domingos Oliveira tijdens de World Football Summit, in september in Madrid, het ‘geheim’ achter de financiering van de Portugese grootmacht aan een zaal vol met ingewijden uit de voetbalwereld vertellen, maar worden verder geen vragen gesteld over de justitiële onderzoeken die tegen de club lopen. „Als club in een beperkte markt van televisie-rechten en recettes moet je inventief zijn”, legt Oliveira uit. „Met de handel van spelers halen we zo’n 100 miljoen per jaar binnen.”

‘Handelshuis’ Benfica kan zich op het veld niet meer meten met de absolute top van Europa, maar mag zich met een omzet van 157,6 miljoen euro wel ‘de grootste club van de kleine landen’ noemen. Op de jaarlijkse ranking van de Deloitte Football Money League staat O Glorioso op de dertigste plaats. Achter de Engelse clubs Bournemouth en Stoke City, maar ruim voor Ajax, dat in het seizoen 2016-2017 een omzet van 118,2 miljoen euro had. „Deelname aan de Champions League hebben we dit seizoen niet begroot”, stelt Oliveira. „Dat is nu dus een bonus van ongeveer 45 miljoen euro.”

Grote aanhang

De 36-voudig kampioen van Portugal wil zich er niet bij neerleggen dat de Europese top alleen uit landen als Engeland, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk komt. Voorzitter Luís Filipe Vieira sprak onlangs nog de hoop op een nieuw Europees succes uit. Bij Benfica wijzen ze trots op het aantal van 184.000 socios, waarmee ze na Bayern München de grootste aanhang ter wereld hebben. Zelfs de diepe economische crisis kreeg volgens financieel directeur Oliveira in het voorbije decennium de club niet klein. Banken vielen om, maar Benfica hield stand. „We zijn gaan samenwerken met andere investeerders”, legt Oliveira uit. „Bedrijven die wel in de financiële huishouding van een voetbalclub geloven. De prestaties op het veld zijn nu eenmaal niet vooraf te bepalen. Toch hebben we door ons transferbeleid een stabiele inkomstenstroom.”

De trots van Benfica ligt op zo’n dertig kilometer buiten Lissabon in het vissersplaatsje Seixal: de Futebol Campus. In deze kraamkamer worden talenten omgevormd tot topspelers voor de internationale handel. De club maakt vooral in Zuid-Amerika nog handig gebruik van de grote naam uit het verleden en beschikt met kweekvijvers in Brazilië, Argentinië en Uruguay over een enorm achterland. „Het begint allemaal met goed scouten”, legt Oliveira uit. „Vervolgens moet je de juiste coaches hebben die de talenten ontwikkelen en ook echt naar een hoog niveau brengen. Dus moet je jonge spelers kansen geven. Iedereen bij ons gelooft in deze filosofie.”

Elite van Europa

Als het gaat om opleiden en doorverkopen van talent behoort Benfica tot de elite van Europa. Daarbij hebben ‘de Adelaars’ clubs als Ajax en FC Barcelona overvleugeld. Benfica verkocht de afgelopen vijf jaar voor bijna 500 miljoen euro aan spelers. Ajax haalde met circa 212 miljoen euro minder dan de helft op. Tussen het lijstje van recordtransfers staan jonge Portugese profs als Renato Sanches (35 miljoen, Bayern München), Nélson Semedo (30 miljoen, FC Barcelona) en Gonçalo Guedes (30 miljoen, Paris Saint-Germain). Maar ook aan de doorverkoop van buitenlandse spelers als de Belg Axel Witsel (40 miljoen, Zenit) en de Argentijnen Ángel di María (33 miljoen, Real Madrid) en Nico Gaitán (25 miljoen, Atlético Madrid) werd goed verdiend.

Toch zijn er ook schaduwzijden aan het verhaal van Benfica. Allereerst in sportief opzicht. De laatste Europese hoofdprijs dateert van 1962 toen in het Olympisch Stadion van Amsterdam een legendarische finale van de Europa Cup I met 5-3 van Real Madrid werd gewonnen. De toenmalige succescoach Bela Guttmann sprak uit razernij vanwege het uitblijven van een salarisverhoging een vloek uit: in geen honderd jaar zou Benfica meer een Europese beker winnen. De club speelde sindsdien Europese finales in 1963, 1965, 1968, 1983, 1988, 2013 en 2014, maar verloor die allemaal. Benfica beleefde vorig seizoen met zes nederlagen op rij een dieptepunt in de Champions League.

Aanval door de erfvijand

Het elftal van Benfica kwam niet alleen binnen de lijnen in problemen, maar ook de clubleiding moest zich verantwoorden toen FC Porto vorig jaar via haar communicatiedirecteur Francisco Marques de aanval opende. De erfvijand uit het noorden van Portugal beschikte over een database vol geheime, belastende informatie over de werkwijze van de club. Het Portugese Openbaar Ministerie begon een onderzoek naar onder meer corruptie, witwassen en het manipuleren van de rechterlijke macht. Benfica zou zelfs drie jaar uitsluiting van alle competities boven het hoofd hangen. De Portugese sportjournalist José Carlos Freitas acht dat echter uitgesloten: „Daarvoor zit Benfica te diep geworteld in de Portugese samenleving. De oorlog tussen Benfica en FC Porto is van alle tijden. De twee clubs kunnen elkaar niet uitstaan, maar zonder elkaar kunnen ze niet bestaan.”

    • Koen Greven