Als je voor iets leeft, is het binnen een hel

Vrouwengevangenis De helft van de vrouwelijke ex-gevangenen wordt nog eens veroordeeld, blijkt uit promotieonderzoek. Een vaste woonplek helpt.

In de gevangenis in Nieuwersluis, waar zo’n 190 vrouwen verblijven, loopt een proef die reïntegratie moet bevorderen. Foto’s Olivier Middendorp

Is dat een gevangenis? Een gezette man met pet wijst verbaasd naar een statig gebouw aan de Vecht. Alles strak in de verf, hoge bomen. Maar ook stalen hekken met punten en camera’s. Hij pakt zijn iPad erbij en maakt een foto. „Prachtig.”

Tot 1999 was de penitentiaire inrichting Nieuwersluis een militaire strafinrichting. Tegenwoordig verblijven er pakweg 190 vrouwen. Er zitten moordenaars, fraudeurs en drugssmokkelaars. Drugsdealers, winkeldieven en vrouwen als Hayat, een dertiger, die elf maanden vastzit omdat ze iemand heeft mishandeld.

Hayat praat makkelijk en formuleert scherp over het leven in de gevangenis en erbuiten, maar wil niet met haar achternaam in de krant. Daar krijgt ze alleen maar last mee, bijvoorbeeld als ze straks weer aan het werk gaat. Ze zit in de laatste fase van haar straf en heeft extra vrijheden. Vier dagen per week werkt ze als vrijwilliger met bejaarden en elk weekend gaat ze met verlof. „Maar door de week gaat de celdeur om half tien op slot.” Ze doet mee aan een pilot die haar terugkeer naar de maatschappij moet bevorderen.

Reïntegratie is geen sinecure, zo blijkt uit promotieonderzoek van criminoloog Elanie Rodermond aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Gedetineerde vrouwen

Rodermond onderzocht de recidive onder voormalig gedetineerde vrouwen. Vrijdag verdedigt ze haar proefschrift. Twee conclusies uit haar onderzoek: de helft van de vrouwen wordt na detentie nogmaals veroordeeld. En vier op de tien vrouwen belanden opnieuw in de bak. Bij mannen ligt dat percentage iets hoger, rond een op de twee. In Nederland zitten ongeveer 8.000 personen vast, onder wie 600 vrouwen.

De criminoloog baseert haar onderzoek op een databestand van de Dienst Justitiële Inrichtingen met daarin 2.800 vrouwen. De vrouwen kwamen in 2007 vrij, Rodermond bekeek of ze daarna opnieuw in de gevangenis belandden. Bij de helft van hen zocht ze uit wat hun persoonlijke omstandigheden waren, bijvoorbeeld of ze getrouwd waren, kinderen hadden en al dan niet werkten. Daarnaast interviewde ze dertig vrouwen. Het merendeel van de ex-gedetineerden heeft een ‘beschadigde jeugd’, zo bleek. De meesten hebben kinderen, een fractie is getrouwd.

Vooral het eerste jaar na detentie is cruciaal, zegt Rodermond. Vrouwen worstelen met verschillende problemen. Ze hebben vaak geen huis, geen geld, moeizaam contact met hun kinderen en drugsproblemen. Een aantal van deze omstandigheden, blijkt uit onderzoek van onderzoeksinstituut WODC, geldt ook voor mannelijke gedetineerden die vrijkomen.

Onderdak is voor vrouwen doorslaggevend voor succes, constateerde Rodermond. Vrouwen zonder vaste verblijfplek slapen bij criminele vrienden op de bank of op straat. Kleine gemeenten zijn vaak niet goed voorbereid op ex-gedetineerden, zegt Harry Versteeg, directeur in Nieuwersluis met 41 jaar ervaring in het gevangeniswezen. Sommige vrouwen belanden daardoor onder een brug. „Je kunt wel raden hoe dat afloopt.”

Met een vuilniszak de poort uit

Kinderen en een goede relatie met een partner motiveren om op het rechte pad te blijven, aldus Rodermond, maar kunnen crimineel gedrag niet voorkomen. Ook het hebben van een baan – bij mannen de zwaarstwegende factor voor een goede terugkeer in de maatschappij – is voor vrouwen van belang: het zorgt eigenwaarde, en een inkomen.

Gedetineerde Hayat herkent dat. „Ik voel me nuttig als ik met de ouderen werk”, zegt ze. „Ze zijn heel dankbaar.” Ze zit in de zithoek, op de achtergrond blaast een haardroger. Vrouwen lopen in en uit hun cel: ze doffen zich op voor het weekendverlof.

Hayat is enthousiast over haar vrijwilligerswerk en deelname aan de pilot. Niet alle vrouwen zijn echter gemotiveerd, vertelt directeur Versteeg. „Sommige vrouwen zeggen: ‘Ik word al gestraft, laat me met rust.’”

Hayat snapt dat niet. „Ze kunnen je hier helpen met je cv, motivatiebrief en de brief voor de woningbouwvereniging. Maar als je niks doet, is het logisch dat je met een vuilniszak in je handen de poort verlaat, zonder bestemming.”

Een aanbeveling uit het rapport van Rodermond: de overheid moet betere nazorg bieden. Er wordt volgens de onderzoeker te veel geleund op zelfredzaamheid. De vrouwen worden „een beetje aan hun lot overgelaten”, beaamt directeur Versteeg.

De pilot uit de gevangenis in Nieuwersluis die nu ruim drie jaar loopt, is een stap in de goede richting, vindt hij. Van de driehonderd vrouwen die tot nu toe meededen vond ongeveer de helft een baan. Een maatjesproject, waarbij een maatje direct na detentie bijspringt, en speciale woonlocaties voor ex-gedetineerden kunnen verder uitkomst bieden. De tijd dat gevangenisstraf diende als vergelding en maatschappelijke genoegdoening is voorbij, aldus Versteeg.

Hayat, die het laatste deel van haar straf uitzit, verlangt naar haar man en kind. En ook de trouwerijen van vriendinnen, haar vrienden en haar werk, mist ze – ze is met „onbetaald verlof”. In de gevangenis ontmoette ze een vrouw die in december ging stelen, zodat ze de feestdagen vast zou zitten – ze had niemand om die dagen mee door te brengen.

Treurig, vindt Hayat. Ze heeft haar jas aangetrokken: het weekendverlof begint. Naast haar staat een tas met cadeautjes voor haar kind. „Als je genoeg hebt om voor te leven”, zegt ze, „dan is het hierbinnen een hel”.

    • Martin Kuiper