Quick en HBS, sterk door de onderlinge rivaliteit

De Haegsche Derby De Haagse clubs Quick en HBS combineren een rijke traditie met een bloeiend bestaan. Ruim 3.000 toeschouwers kwamen af op de derby.

DEN HAAG - traditieclubs Quick en HBS in de derde divisie voetbal serie ROBIN UTRECHT

Partypoppers knallen blauw-witte confetti en slierten het veld op, kleine blauwe lampjes vliegen door het strafschopgebied en achter het doel rennen spelers van Quick naar hun ‘harde kern’ van supporters. Scheen de maan vlak hiervoor nog feeëriek over de Haagse Bosjes van Pex, als de thuisploeg op voorsprong komt tegen HBS ontploft Nieuw-Hanenburg. „Willen de Quick-supporters achter het doel het strafschopgebied schoonmaken”, roept de speaker om. „En een verzoek van de scheidsrechter of dit de laatste keer kan zijn. Anders moet hij de wedstrijd stilleggen.”

Dit is niet zomaar een duel tussen twee clubs onderin de derde divisie, waar ruim drieduizend toeschouwers op af zijn gekomen. Dit is ‘dé Haegsche Derby’, zoals op het klassieke affiche staat: zaterdagavond 18.00 uur Quick-HBS. Blauw-wit tegen zwart-rood, buren in de Bosjes van Pex, rivalen sinds de eerste tweestrijd in 1904. De ‘Kraaien’ van HBS zijn dit jaar 125 jaar oud, wonnen ooit drie landstitels (1904, 1906, 1925). De ‘Haantjes’ van Quick zijn drie jaar jonger en werden in 1908 kampioen. Elkaars lievelingsvijand. „Zonder HBS geen Quick en zonder Quick geen HBS”, typeert Quick-voorzitter Dick Vierling. En zijn collega Jacco Visser van HBS: „Dit soort derby’s moeten we koesteren.”

Over het bospad

Een uur voor de wedstrijd arriveren honderden HBS-fans in colonne over het bospad dat beide clubs scheidt. „Zag je dat jongetje van Quick hard wegrennen”, klinkt onder de kleinsten. „HBS-hockey-club!”, roepen de mannetjes van Quick. Houdt Braef Stant (officieel HBS-Craeyenhout) is de grootste, met 2.200 leden en een voetbal-, cricket- en hockeytak. Quick, voetbal (mannen en vrouwen) en cricket, heeft er 1.500. Na een glorieus verleden en een lang verblijf in de lagere amateurregionen zijn beide clubs sinds vorig jaar terug op landelijk niveau. Hun jeugdafdeling bloeit. „De vitaliteit van onze verenigingen schuilt voor een deel in de onderlinge rivaliteit”, zegt HBS-voorzitter Visser. „Zo’n geweldige rivaal houdt je sterk.”

Internetverkoop van tickets (5 euro), professionele horeca op een ‘foodcourt’ en een onopvallende ordedienst. „Dit moet een veilig feestje worden”, zegt gastheer Vierling, die de kosten van de derby becijfert op 10.000 tot 15.000 euro. „We willen een geweldige dag voor iedereen van Quick en HBS.” Vorig jaar moest het eerste onderlinge duel sinds lange tijd even worden gestaakt vanwege vuurwerk. „Dat is nu verboden.” Quick-fans leven zich uit op spandoeken. ‘Hier staat de nouveau riche’, toont Vierling. „Johan Derksen had kritiek op Quick, dat wij een club zijn van dure auto’s en armbandjes. Daar kunnen wij wel om lachen.”

Bij de middenlijn staan intussen wat jeugdspelertjes van Quick klaar om met blauw-witte vlaggen een erehaag te vormen voor de spelers. „Vanmorgen speelde onze F’jes, ook tegen HBS”, vertelt Bas Spaans, jeugdtrainer van Quick. „Wij wonnen met 6-5. Als je dan die ontlading ziet. Winnen van je vriendjes van HBS, dat is geweldig. Daar begint de rivaliteit al.” Quick of HBS? „Het ligt er net aan waar je familie, klas- of buurtgenootjes zitten. Maar als je eenmaal voor Quick of HBS hebt gekozen, blijf je daar. Dan ga je nooit meer naar die ander.”

Bal van een daalder

Er zijn oudere derby’s dan Quick-HBS. De beladen Schotse Old Firm tussen het katholieke Celtic en het protestante Rangers was voor het eerst in 1890. Vier jaar later de Merseyside Derby tussen Liverpool en Everton. En op het Malieveld speelde HBS al in 1896 tegen het chique HVV, nog altijd bekend als de ‘échte Haagse Derby’. Datzelfde jaar verkoopt Jan Stempels, een van de oprichters van HBS, volgens het prachtige jubileumboek HBS 125 ‘voor een daalder’ een bal aan zijn broertjes Noud en Bob. Die richten een nieuwe club op: Quick. „Zo oud is onze band”, zegt Vierling.

Vuurwerk was verboden bij dé Haegsche Derby, confetti niet. Foto Robin Utrecht

Scherpe kantjes als bij IJsselmeervogels-Spakenburg of Katwijk-Quick Boys? „Die ga je hier niet vinden,” aldus Vierling. Collega Visser, de twee hebben met de voorzitters van HVV en het Rotterdamse VOC een app-groepje, wijst op de familiebanden die dwars door de clubs lopen. „Genoeg Quick-leden hebben zusjes bij ons hockeyen.” Vierling: „En zusjes van HBS’ers voetballen bij ons.” Zijn vrouw komt zelfs uit een HBS-famjlie. Lachend: „In bed valt de rivaliteit weg.” De 95-jarige Ruud Hemmes – 85 jaar HBS-lid, oud-voorzitter en erelid – heeft genoeg ‘makkers’ onder Quickers. „Wij strijden op het veld en daarna drinken we met z’n allen bier.”

Beroemde edities als de bekerfinale van 1916, gewonnen door Quick. Zwart-wit beelden uit 1922 van Harry Dénis, de beroemde 56-voudig international van HBS. Bij een tentoonstelling in het Haags Historisch Museum over het 125-jarig jubileum hangt zijn ‘oudste Oranjeshirt ooit’ van Duitsland-Nederland in 1923 (0-0). „Ik heb dat shirt nog gedragen toen we bevrijd werden door de Canadezen”, vertelt zoon Rob Dénis.

Oud-international

Ook nu nog heeft HBS een oud-international in de gelederen. Oud-Feyenoorder Ruben Schaken (36) kwam zeven keer uit voor Oranje en werd vorig jaar de eerste officiële contractspeler in de historie van de Kraaien. Profs of amateurs? „Wij doen het echt helemaal zonder betaling”, bezweert Quick-voorzitter Vierling. „Onze eerste elftalspelers draaien gewoon bardienst en betalen contributie. Dat is bij HBS niet meer het geval.”

Quick won het duel met HBS met 2-0. Foto Robin Utrecht

Toch benadrukt ook Visser het belang van „gezond topvoetbal” bij de amateurs. „Je ziet veel kleinere clubs die hangen aan sponsoring. Daar gaat het minder mee, ze verdwijnen zelfs. HBS en Quick hangen aan de contributie van hun leden.” Vrijwilligers vormen volgens beide voorzitters de kurk waarop hun club drijft. Visser: „Je moet de mensen warm houden om wat voor de club te willen doen, leden moeten het leuk hebben. Dat is de enige manier om een club overeind te houden.” Vierling: „Als je bij ons lid wordt, staan er al twee kruisjes als vrijwilliger ingevuld: bardienst en rijden.”

Beide clubs hebben zelfs een wachtlijst voor nieuwe leden. „De velden zijn gewoon vol”, zegt Visser. „En als we nog groter groeien, wordt het moeilijk onze cultuur te bewaren.” Elitair, de twee Haagse traditieclubs in de Bosjes van Pex, van de welwarende Vogelwijk, Bohemen en Vruchtenbuurt tot het Statenkwartier? „Je bent als club een afspiegeling van de wijk waarin je zit”, stelt Vierling. „Maar centjes of komaf spelen geen rol. Iedereen is welkom.”

Geen confetti op het veld als Quick in de tweede helft op 2-0 komt. De ene waarschuwing volstaat. „Zij staan onderaan”, joelen de Quick-fans naar die van HBS aan de overkant. Na afloop bestormen ze het veld alsof de Champions League is gewonnen. „We gaan er met z’n allen nog een mooie avond van maken”, roept de speaker als hij het publiek bedankt. In het clubgebouw doet DJ Prosciutto de rest.

    • Maarten Scholten