Margaret Wertheim.

Foto University of Iowa

‘Mannen halen God de fysica binnen’

Margaret Wertheim Wis- en Natuurkundige De fysica is een mannenbolwerk. Van oudsher houden die mannen vrouwen erbuiten en slepen ze God er wél bij.

Het duurde even: de laatste keer dat een Nobelprijs voor Natuurkunde aan een vrouw werd toegekend was 55 jaar geleden. Dit jaar viel hij de Canadese Donna Strickland toe. Het aantal vrouwelijke winnaars van de 117 jaar oude prijs groeide zo in één klap met 50 procent. Van 2 naar 3.

Laat dat zien dat de opmars van vrouwen onstuitbaar is? Zelfs in de natuurkunde? Want in dat vak zijn vrouwen nóg zeldzamer dan in scheikunde of biologie, laat staan medicijnen. De fysica is een mannenbolwerk. Vlak voor het Nobelprijsnieuws peperde de Italiaanse theoretisch fysicus – professore dottore – Allessandro Strumia het nog maar eens in. „De natuurkunde is uitgevonden en opgebouwd door mannen. Je kan niet zomaar op uitnodiging meedoen”, zei hij tijdens een workshop voor gender en fysica op het Europese instituut voor deeltjesonderzoek Cern.

Het boek De broek van Pythagoras van de Australische wis- en natuurkundige Margaret Wertheim is daarmee nog even relevant als bij verschijning (in het Engels) in 1995. Over de fysica en het buitensluiten van vrouwen gaat het. En over hoe dat meer dan twee millennia geleden al begon, toen de Griekse wijsgeer en wiskundige uit de titel van het boek de wiskunde en natuurfilosofie definieerde als mannenvakken. Een „tragedie”, vindt Wertheim.

Transcedente activiteiten

Zelf wijt zij Pythagoras’ houding aan een diepe asymmetrie tussen de seksen in de maatschappij waarin hij leefde. „Vrouwen werden geassocieerd met de aarde, het lichaam en het materiële. Mannen met de hemel, het bovenaardse en het etherische, waaronder Pythagoras en zijn volgelingen al snel ook getallen, wiskunde en abstract denken schaarden.” Hun idee dat wiskunde – en daarvan afgeleid natuurkunde – transcendente activiteiten zijn, werkte sindsdien „helaas” door tot vandaag, zegt Wertheim via Skype vanuit New York. „Nog steeds denken veel mensen dat vrouwen dicht bij het aardse en materiële staan en niet zijn toegerust om abstract te denken.”

Vrouwen en allerlei andere minderheden willen niet langer zwijgen

Wertheims boek liet zien hoe de kerk die gedachte versterkte. Toen de katholieke kerk in de vroege middeleeuwen het onderwijs op zich nam, bijvoorbeeld, werden meisjes van de opleidingen uitgesloten. Het instellen van het celibaat wakkerde daarna het dédain voor vrouwen aan. En vanaf de vroege renaissance kwam daarbij dat natuurwetenschappers zelf – de gelovige Copernicus, Kepler en Newton bijvoorbeeld – hun werk met religie verknoopten.

Op zich begrijpelijk, zegt Wertheim. „De mannen wilden natuurwetenschap bedrijven in een systeem dat klopte met hun christelijkheid.” En met een slimme zet richtten ze zich daartoe niet op het tot dan toe belangrijkste aspect van God als verlosser en morele kracht, maar op het onderbelichte aspect van God als Schepper. „Hoe had God de aarde geschapen, vroegen zij zich af, en ze kwamen tot de conclusie dat God dat volgens wiskundige principes had gedaan.”

Samen met haar tweelingzus Christine en vrijwilligers heeft Margaret Wertheim enorme koraalriffen gehaakt. In 2012 werd dit ‘satellietrif’ voltooid in een museum op het Duitse eiland Föhr. Foto IFF

Mascotte van de fysica

Die conclusie was voor de geleerden onderdeel van een holistische visie waarin ook de morele dimensie paste. En daar zat ook wel iets moois in, zegt Wertheim. „Ze zouden geschokt hebben gekeken naar de 18de eeuw, toen het mechanistische wereldbeeld populair werd, en de (christelijke) ziel pardoes werd afgeschaft.” En minstens zo geschokt zouden ze zijn geweest over de 20e-eeuwse fysici die the mind of God gelijkstelden aan een reeks vergelijkingen en die God vaak vooral, zoals Wertheim zelf ooit zei, gebruikten als „mascotte van de fysica”.

Wie daar eenmaal oog voor heeft, ziet het gebeuren. Natuurlijk bij Einstein die met zijn ‘geestige oneliners’ een ideale pr-machine voor de fysica was en God er voortdurend bijsleepte – God zou niet dobbelen, God zou de kosmos harmonieus hebben ontworpen, enzovoorts. Maar ook bij Nobelprijswinnaar Leon Lederman die het higgsdeeltje tot het God particle omdoopte, in de hoop dat die sexy naam de kansen vergrootte op een miljardensubsidie voor een nieuwe Amerikaanse deeltjesversneller (de Super Synchrotron Collider in Texas die toch afgeblazen werd). Of bij de Amerikaanse fysicus George Smoot, die de aanblik van de eerste kaart van de kosmische achtergrondstraling beschreef als „kijken naar het gezicht van God”. En niet te vergeten: bij Stephen Hawking, die in zijn bestseller A Brief History of Time de hoop uitsprak dat fysici binnenkort de mind of God zouden doorgronden.

En alwéér versterkten zulke teksten het oude imago van het vak: Dat de natuurkunde is uitgevonden en opgebouwd door mannen, zoals Strumia zei. En dat in de fysica, net als in de katholieke kerk, mannen de (hoge)priesters zijn. En zo bezien verbazen de drie schamele Nobelprijzen voor vrouwen natuurlijk niet langer.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Onbehaarde Apen: Over de Nobelprijs voor Natuurkunde
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

Alleen: dit keer geeft het toch ophef? En in deze tijd organiseert Cern in elk geval zo’n workshop ‘gender en fysica’? Dat betekent toch iets? „De strijd van vrouwen, vanaf de negentiende eeuw, voor gelijke rechten, is voortgezet en uitgebreid naar een strijd van allerlei minderheidsgroepen voor gelijke rechten”, constateert Wertheim. „Vrouwen en andere minderheden willen niet langer zwijgen.”

Ik hoop – heel erg – dat op termijn gelijkheid zal zegevieren

Maar ze klinkt voorzichtig, want zoiets roept ook een tegenreactie op. De laatste tijd, zegt ze, heeft ze veel teruggedacht aan het boek Backlash, ook al uit 1991. De feministe Susan Faludi beschreef daarin hoe op elke actie waarmee vrouwen sinds de negentiende eeuw meer rechten verkregen, steevast een ‘backlash’ volgde, waarin de heersende macht vrouwen weer op hun plek probeerde te zetten. „Zo’n backlash beleven we nu”, denkt Wertheim. Dat Strumia en plein public zo strijdlustig op vrouwen foeterde, is er een uiting van.

Wertheim: „Het is niet verrassend. Er is maar een eindig aantal banen in de natuurkunde. Als vrouwen de helft daarvan bezetten, krimpen de kansen voor mannen aanzienlijk.” Het verklaart Strumia’s boosheid. Hij liep een baan mis die naar een vrouw ging. „Alleen”, zegt Wertheim opgewekt, „waarom zou zij níet mogen solliciteren?”

Is zij dan uiteindelijk optimistisch? Of niet? Zal ‘Strickland’ zegevieren, of ‘Strumia’? „Ik hoop – heel erg – dat op termijn gelijkheid zal zegevieren”, zegt Wertheim. Maar nee, erg optimistisch is ze, kijkend naar de wereld, niet. „Ik denk dat onderweg naar die gelijke kansen de dingen gedurende lange tijd eerst nog erg lelijk zullen worden.”

    • Margriet van der Heijden