In de Toneelschuur is geschiedenis geschreven

Jubileum De Toneelschuur in Haarlem werd in het roerige jaar 1968 opgericht. In die vijftig jaar groeide de plek uit tot hét podium van theatervernieuwing.

‘Wat gebeurde met Majakovski’ door het Onafhankelijk Toneel. Regie: Jan Joris Lamers. Première: 2 juni 1981 in de Toneelschuur, Haarlem. Met: v.l.n.r. Helmert Woudenberg, Ditha van der Linden en Dirk Groeneveld Foto Ben van Duin

‘Daar in Haarlem is iets gaande met toneelactivisme”: met deze belofte begaf beeldend kunstenaar Rieks Swarte zich naar een jeugdhuis in de stad, waar jongeren een nieuwe cultuur nastreefden. Het was in het veelbewogen revolutiejaar 1968 met de Vietnamoorlog, studentenprotesten in Parijs, The White Album van de Beatles en rebellerende toneelspelers tegen ‘ijdeltuiterij’ van het gevestigde toneel.

In dat legendarische jaar ’68 werd in Haarlem de Toneelschuur opgericht als podium voor avant-gardistische theatervernieuwing. Zaterdag vierde de Toneelschuur het jubileumfeest met de presentatie van het boek Toneelschuur 50 jaar, een animatiefilm en de opening van het festival Toneelschuur: vijftig jaar vooruit. Directeur vanaf het eerste uur, Frans Lommerse, beschouwt het podium als een „geschenk aan de stad”.

Meteen al in 1968 pleitten de anarchistische toneeljongeren, onder wie Hans Man in ’t Veld, Jan van Galen en Hans Dagelet, voor een eigen gebouw voor toneel. Dat kwam er, eerst aan de Smedestraat en sinds 2003 aan de Lange Begijnestraat, een theater- en filmhuis ineen. De Toneelschuur is meer dan alleen een plek voor spel en dans. De eigen Toneelschuur Producties gelden als voorbeeld voor alle Nederlandse productiehuizen. In 2017 bereikte het bezoekersaantal een record van ruim 200.000.

Matthias de Koning en Marjanne de Graaf in 1981 Foto Ben van Duin

Vlakke vloer

In de Toneelschuur is geschiedenis geschreven. Beslissend is de voorstelling Wat gebeurde met Majakovksi (1981) door Onafhankelijk Toneel en ook Maatschappij Discordia in de regie van Jan Joris Lamers. Een van de acteurs, Dirk Groeneveld, beschrijft in het boek de ontstaansgeschiedenis. De vlakke vloer als ideale speelplek was destijds betrekkelijk nieuw: toeschouwers bevinden zich op dezelfde vloer als de spelers, waardoor een sterke verbondenheid ontstaat. Vanaf het prille begin heerst er geen vaste taakverdeling, zoals gebruikelijk in theaterhuizen: iedereen bezit verantwoordelijkheid en overal in het pand werd en wordt toneel gemaakt en over toneel gesproken, aan de gezamenlijke keukentafel evenzeer als in de beide zalen.

„Uiteindelijk is iedereen in de Toneelschuur begonnen”, stelt de pas overleden toneelcriticus Loek Zonneveld in Zeven stijlkenmerken van Toneelschuur Poducties. Het mooiste kenmerk heet: „Talent is belangstelling.” Theatermakers moeten gretig zijn, zowel naar het werk van gevestigde als van aankomende regisseurs en acteurs.

De ontmoeting tussen gearriveerd en nieuw is altijd een pijler geweest van de Toneelschuur. Zo bracht Lommerse Ivo van Hove van Toneelgroep Amsterdam samen met de Toneelschuur Producties. Gerardjan Rijnders regisseerde er zijn zelfgeschreven stukken, zoals Silicone en Pick-up.

Tijdreis

Het door Studio Suze Swarte vormgegeven en rijkgeïllustreerde boekwerk toont de ontwikkeling van het hedendaagse toneel met de Toneelschuur als ijkpunt en is een tijdreis. We zien het eerste bovenzaaltje met een handjevol spots, lege vloer, een stuk of wat stoelen. Dat is de essentie van theater, meer is niet nodig. De in 1991 overleden toneelcriticus Jac Heijer van Haarlems Dagblad en later NRC Handelsblad vond in de Toneelschuur zijn gedroomde toneel: rebels en artistiek hoogstaand, geëngageerd. Hij schrijft liefdevol over ‘de schuur’ waar ze „grenzen willen verleggen, maar ook kwaliteit in huis halen”.

Helmert Woudenberg van het Werkteater deed mee als Vladimir Majakovski Foto Ben van Duin

Een van de jongste regisseurs van de Toneelschuur is Eline Arbo (1986) van de bekroonde voorstelling Het lijden van de jonge Werther . Ze groeide op in Noorwegen in een socialistische woongemeenschap. Haar voorstellingen anno 2018 zijn gemaakt, zegt ze, „om de wereld te veranderen en beter te maken”. Een ideaal dat al een halve eeuw leeft in de Toneelschuur, ook in het aankomende festival.

Acteur Gijs Scholten van Aschat, veelvuldig te zien in Haarlem, bepleit in zijn feestrede dat het talent dat opgroeit in de Toneelschuur „kan zien in wiens voetsporen ze treden en op wiens schouders ze staan”. Vernieuwing is ook het doorgeven van begaafdheid, al doet „iedere nieuwe generatie het toch lekker anders”.

    • Kester Freriks