Defar kiest nooit de makkelijke weg

Amsterdam Marathon Meseret Defar, gelauwerd baanatlete, maakte haar debuut op de marathon. Het werd een lijdensweg. Maar stoppen is voor de Ethiopische geen optie.

Meseret Defar komt zondag volledig verkrampt over de finish in het Olympisch Stadion in Amsterdam na haar eerste marathon. Foto Remko de Waal/ANP

Amper de finish gepasseerd, zijgt Meseret Defar op de grond en schreeuwt het uit. Kramp, en niet zo zuinig ook. De meervoudige wereld- en olympisch kampioene op de baan wordt op de been geholpen en ondersteund, wankelt verder om na een tiental meters weer te gaan zitten. Na een licht herstel schiet de kramp in alle hevigheid terug in haar benen.

De Ethiopische sterft van de pijn en dreigt flauw te vallen. Pas nadat een passerende fysiotherapeut haar benen voorzichtig heeft gemasseerd, kan Defar worden weggedragen naar de kleedkamer, waar ze na een urenlange behandeling van haar ergste pijn verlost wordt. De atlete schrijdt drie uur na haar finish met kinderpasjes voorwaarts.

Haar eerste marathon is Defar, die op de 3.000 en 5.000 meter een glansrijk cv opbouwde, zwaar gevallen. „It was very bad”, reageert ze uit de grond van haar hart. „Ik wilde een tijd tussen de 2.22.00 en 2.24.00 uur lopen. Zeer teleurstellend dat het niet is gelukt. Halverwege de race kreeg ik al kramp, maar opgeven was geen optie. Ja, ik ga door met de marathon en kom sterker terug, dat beloof ik.”

Dat de overgang van baan naar weg haar zwaarder viel dan verwacht, had Defar al een beetje ingecalculeerd. Ze had het gevoel dat de langdurige trainingen in de heuvels rond Addis Abeba haar sloopten. „Altijd had ik pijn”, zegt ze een paar dagen voor de Amsterdam Marathon met een grimas op haar frêle gezicht. „En dan die vermoeidheid, die maar niet overging. Van baantrainingen was ik na één dag hersteld, maar die duurtrainingen hakken erin, zeg.”

Wankel omaatje

En dan blijkt de werkelijkheid van de wedstrijd zondag nog weerbarstiger dan verwacht. Na een kilometer of dertig stroomt de kracht uit haar benen, en ze bereikt als een wankel omaatje strompelend de finish. Als achtste vrouw in een tegenvallende tijd van 2.27.25. Haar eerste marathon heeft Defar gesloopt.

Ze had het kunnen weten, want toen ze te rade ging bij haar beroemde landgenoot Haile Gebreselassie, vertelde die dat de marathon vooral een mentaal gevecht met jezelf is. „Toen ik hem naar de belangrijkste eigenschap voor een marathonloper vroeg, wees hij naar zijn hoofd.”

‘Amsterdam’ was een bittere tegenvaller voor de atlete die in haar carrière amper obstakels kende. Waarom dan op 34-jarige leeftijd de stap naar de marathon willen maken, de afstand die geen mededogen kent en een gruwelijke uitwerking op het lichaam kan hebben? Niet vanwege het geld. „Ik heb op de baan genoeg verdiend”, vertelt Defar. „Maar ik wil rennen. Ik ben geboren om te rennen, zo voel ik dat. En ik wil graag nog een keer naar de Olympische Spelen.”

Wat Defar in het hoofd heeft, laat ze niet los, leert haar geschiedenis. Armoedige leefomstandigheden – „mijn ouders hadden zes kinderen en moesten lange tijd van 10 euro per maand rondkomen” – leerden haar te vechten. Ook toen ze als kind wilde hardlopen en haar moeder dat verbood, vanwege de gevaren bij trainingen op de openbare weg. Maar de jonge Meseret zette door, werd lid van een atletiekclub en ontwikkelde zich tussen 2004 en 2014 tot de beste baanatlete van Ethiopië.

Eenmaal op eigen benen koos Defar nooit de makkelijke weg. Nog voor ze in 2014 beviel van haar dochter, had ze twee adoptiekinderen. Eén dochter van een tienermoeder die haar straatleven onmogelijk met de opvoeding van een kind kon combineren. Toen Defar trouwde met Teddy Hailu, een Ethiopische voetballer, besloot ze de zorg voor het kind over te nemen.

Haar tweede adoptiekind is een elfjarig meisje met een hartafwijking. Maar voor Defar was dat geen beletsel ook de zorg voor dat kind op zich te nemen. Waarom? „Ik hoop dat ik hulp en inspiratie kan bieden aan anderen. Ik doe niet graag aan liefdadigheid maar probeer kansen te bieden aan mensen die geen hoop meer in het leven zien”, zei ze ooit op de hardloopwebsite Losse Veter.

Sociale betrokkenheid

Defars sociale betrokkenheid gaat verder dan het grootbrengen van twee adoptiekinderen. De atlete zet zich in voor vrouwenemancipatie in Ethiopië. Nu nog fragmentarisch, maar na haar sportcarrière wil ze zich helemaal toeleggen op verbetering van de leefomstandigheden van vrouwen in haar land. Ze is al ambassadrice van de UNFPA, het fonds van de Verenigde Naties dat zich onder meer inzet voor rechten van jonge vrouwen en bewust gewenste zwangerschappen. „Dat is bittere noodzaak. Gelukkig krijgen meer meisjes scholing en daalt het aantal tienermoeders, maar nog niet genoeg.”

Maar eerst wil Defar een nieuw hoofdstuk aan haar sportloopbaan toevoegen. Al was haar marathondebuut een lijdensweg, ze raakt er niet door ontmoedigd. Haar motivatie lijkt oprecht, want Defar is zonder een contract naar Amsterdam gekomen.

De afspraak met de organisatie is dat er na afloop onderhandeld wordt. Afhankelijk van het uit te betalen prijzengeld plus bonussen wordt een bedrag bepaald. „Dat is uniek”, zegt atletenmanager Valentijn Trouw, die verantwoordelijk is voor het deelnemersveld in Amsterdam. „We doen het eigenlijk nooit op die manier, maar Defar wilde graag komen en wij konden niet het bedrag bieden dat recht doet aan haar status.”

„Nee”, zegt Trouw, „Defars vergoeding zal bij lange na geen ton bedragen. Ga maar uit van enkele tienduizenden euro’s.”

    • Henk Stouwdam