Opinie

Wim Kok was de polder in persoon

Voorzitter van Nederland. Het is de uitermate treffende typering die socioloog Abram de Swaan in 1995 van Wim Kok gaf. Want inderdaad, dat was de op 20 oktober op 80-jarige leeftijd overleden oud-vakbondsleider, oud PvdA-leider, oud-minister, oud-premier en minister van Staat boven alles: voorzitter. Niet de man van de bevlogen vergezichten of de grote idealen, maar de man die vond dat er bestuurd diende te worden en dat hiervoor alle mogelijkheden moesten worden aangewend. Wim Kok polderde al lang voordat dit werkwoord tot het algemeen spraakgebruik ging behoren.

Net als de eerder dit jaar overleden oud-premier en CDA-leider Ruud Lubbers stond Wim Kok voor consensuspolitiek die vooral niet gehinderd mocht worden door ideologie. Het ging allereerst om het haalbare, niet om het misschien wenselijke. Wat dit betreft was Kok haast het tegendeel van zijn voorganger Joop den Uyl die zowel geprezen als verguisd werd om zijn gedrevenheid. Zeker, Kok was sociaaldemocraat maar vond het niet nodig dit van de daken te schreeuwen. Het moest immers allemaal wel kunnen. Rustig aan dus.

De kracht van Kok was daarmee tevens zijn zwakte. Een nuchtere uitstraling is maar zelden een wervende uitstraling. Als lijsttrekker van zijn partij heeft hij dat pijnlijk ervaren. Onder zijn leiding heeft de PvdA in de jaren tachtig en negentig vooral verkiezingsnederlagen geleden. Wat overigens niet verhinderde dat zijn partij na jaren van afwezigheid een kleine dertien jaar aaneengesloten regeringsverantwoordelijkheid droeg.

Kok was sinds 1994 aanvoerder van twee in economisch opzicht zeer succesvolle kabinetten waarbij zoals toen werd gezegd ‘het geld tegen de plinten klotste’ en de werkgelegenheid met sprongen toenam. Nederland stond krom van de welvaart, maar in plaats van met een beloning reageerde de kiezer in 2002 op de erfenis van Kok met een ongekende electorale afstraffing: de PvdA verloor 22 zetels. Toen een recordverlies.

Het viel Kok persoonlijk nauwelijks aan te rekenen. Vanwege zijn pragmatische bestuurdershouding was hij nu eenmaal bij uitstek product en uitvoerder van zijn tijd. Die tijd kon al sinds het begin van de tachtig gedefinieerd worden door begrippen als deregulering, privatisering en marktwerking. De ´paarse´ kabinetten van Kok waarin socialisten en liberalen elkaar omarmden bouwden daarop voort. Waar in de jaren zeventig met het kabinet Den Uyl de verbeelding aan de macht was, groeide onder de kabinetten Kok de managementstaat. Maar onderschat heeft Kok de aversie tegen de politieke technocratie, die uitmondde in Pim Fortuyns geslaagde aanval op ´de puinhopen van paars´.

Het is de tragiek van Wim Kok die altijd klaar stond om verantwoordelijkheid te nemen. Als minder geliefd zijn daarvoor de prijs was dan moest dat maar. Dat was al zo toen hij in de jaren zeventig als leider van de grootste vakcentrale van het land, de aangesloten bonden tot een redelijke, minder syndicalistische koers probeerde te bewegen. En zo was het ook toen hij tien jaar geleden als commissaris bij ING tegen de heersende sentimenten in het land de aanzienlijke salarisverhoging van leden van de raad van bestuur verdedigde.

Wim Kok, vanaf de vroege jaren zeventig tot begin deze eeuw in vele functies volop maatschappelijk actief was er niet om te worden toegejuicht. Een zeldzame eigenschap die hem met recht de geschiedenis in zal laten gaan als voorzitter van Nederland.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.