Volleybalsters verbijten de pijn van de vierde plaats

De Nederlandse volleybalster vielen op het WK net buiten de prijzen. In de strijd om brons werd verloren van China. Desondanks is Nederland een team met toekomst.

Yvon Belien in actie tijdens de wedstrijd tegen China. Foto Kiyoshi Ota/EPA

Wéér vierde. Na de Olympische Spelen in Rio de Janeiro moesten de Nederlandse volleybalsters op het WK in Japan opnieuw de pijn van de meeste ondankbare plaats verbijten. Weer geen medaille, waarop zo vurig was gehoopt – en waarmee zelfs een beetje rekening was gehouden. In de strijd om het brons verloor Nederland zaterdag kansloos met 3-0 (25-22, 25-19 en 25-14) van China.

Het vertoonde spel rechtvaardigde geen medaille, gebiedt de eerlijkheid te zeggen. Aanvallend, verdedigend en blokkerend had Nederland tegen China niets in te brengen. Maar de zwaarste last bleek zaterdag de mentale dreun die een dag eerder in de halve finale met de 3-1 nederlaag door Servië was toegebracht. Die pijn van de gemiste finale hadden de speelsters nog lang niet verwerkt. Ze bleken niet in staat zich te herpakken tegen China, nog altijd de nummer één van de wereldranglijst.

Dertien wedstrijden

Na een verblijf van drie weken in Japan, dertien wedstrijden, ruim twintig uur volleybal, 31 gewonnen en zeventien verloren sets, 986 punten voor en 1.008 tegen, plus ontelbare zweetdruppels wilden de Nederlandse speelster pertinent niet met lege handen naar huis. Daarvoor hebben ze al die zware arbeid – ook vooraf – niet geleverd, was hun sterke gemoedstoestand. En daarvoor hadden ze niet zoveel vorderingen gemaakt, was hun rationele opvatting. Links-of rechtsom, Japan zouden ze verlaten met een plak, dat was hun oer-gevoel. En dan, ten langen leste, weer niet. Dat deed pijn, véél pijn.

Mathematisch heeft Nederland op mondiaal niveau geen vorderingen gemaakt. Maar is dat ook de werkelijkheid? En zo niet, waarom heeft zich de progressie dan niet in een medaille vertaald? Ziet de toekomst er ondanks de tegenslag in Japan rooskleurig uit? Een analyse.

1. Het resultaat

De eindklassering is onbevredigend. Bemoedigend was de weg naar de halve finales. Die werd bereikt met bij vlagen hoogstaand volleybal en prachtige resultaten tegen met name Duitsland en Japan, maar vooral met de uitschakeling van titelverdediger Verenigde Staten. Maar een plek bij de beste vier impliceert dat onderlinge krachtsverschillen afnemen. Tussen de elite van het vrouwenvolleybal bepalen details de kleur van de medaille óf die vervelende plek net naast het podium. Nederland was in de slotfase van het WK net niet goed genoeg, zo hard moet de conclusie zijn.

2. De balans

Nederland heeft vorderingen gemaakt, ontegenzeglijk. Met dank aan Jamie Morrison, de Amerikaanse ambachtsman en laptopcoach die Oranje tot een stabiele, weerbare vechtmachine heeft geprogrammeerd. De weerslag van de individuele WK-klassementen leverde daarvoor het statistische bewijs, want op de blokkering na staan in alle lijstjes Nederlandse speelsters in de top tien. De beste onder haar Hollandse gelijken is Lonneke Slöetjes, die van alle WK-deelnemers het best heeft geserveerd en met 275 punten de nummer twee van de topscorerslijst werd.

Waar het aan ontbreekt bij Nederland is dat laatste stapje, het vermogen om de hoofdprijs binnen te slepen. Daarvoor is het team net niet allround genoeg. De makke schuilt vooral in de middenaanval, waarvan Nederland in Japan relatief weinig gebruikmaakte. Het gemis van de geblesseerde routinier Robin de Kruijf op die positie liet zich zwaar gelden. Misschien was zij in Japan wel het ontbrekende radertje dat van Oranje net geen precisie-uurwerk maakte.

Waar het aan ontbreekt bij Nederland is dat laatste stapje, het vermogen om de hoofdprijs binnen te slepen

3. De toekomst

Die ziet er nog steeds goed uit. Nederland heeft relatief jonge topspeelsters – het basisteam op het WK was gemiddeld 27 jaar – en een groep talenten die staat te trappelen van ongeduld. Celeste Plak is nog maar 22 jaar en al heel ervaren. Nika Daalderop (19) wordt gezien als de nieuwe Slöetjes. Zij behoort al een jaar tot de selectie, maar moest geblesseerd voor het WK afzeggen. Middenspeelster Juliet Lohuis (22) werd in Japan veelvuldig ingezet, evenals de nieuwe spelverdeelster Britt Bongaerts (22). Ook present in Japan, maar weinig gespeeld, was het talent Nicole Oude Luttikhuis (20). Daarachter wordt via het talententeam op nationaal sportcentrum Papendal fulltime een nieuwe lichting klaargestoomd. Alles wijst erop dat de nationale ploeg het mondiale niveau kan bestendigen.

4. De prijzen

De kardinale vraag blijft: is de huidige generatie, opgestuwd door al die talenten, is staat om door een plafond te breken en op een mondiaal toernooi een medaille te winnen? Het antwoord is: ja, als de ploeg nog beter gaat passen, nog degelijker gaat blokkeren en nog gevarieerder gaat aanvallen. De les van het WK is dat Nederland op die onderdelen tegen de toplanden net tekort schiet. Nog harder werken en nog stabieler worden, dat is de les voor de Olympische Spelen van 2020 in Tokio.

Laat de gouden medaille die het Nederlands mannenteam in 1996 op de Olympische Spelen in Atlanta het voorbeeld voor de vrouwen zijn. Die ploeg verloor zowel een olympische als een WK-finale voordat het op die ene dag, op dat ene moment in Atlanta keihard toesloeg en olympisch kampioen werd. De harde werkelijkheid leert dat de weg naar succes nu eenmaal geplaveid is met vele obstakels.

    • Henk Stouwdam