Van hofdichter tot staatsvijand

Jang Jin-sung Dichter uit Noord-Korea

Jang Jin-sung bejubelde in gedichten de Kim-dynastie, maar vluchtte uiteindelijk naar Zuid-Korea. „Als je in Noord-Korea een gedicht over de liefde schrijft in plaats van over de leider, beland je in een concentratiekamp.”

Voormalig Noord-Koreaans staatsdichter Jang Jin-sung: „In feite is Moon medeverantwoordelijk voor de misdaden tegen de menselijkheid van Kim.”

Het was vooral vanwege papierschaarste dat de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il zoveel van poëzie was gaan houden. In een land waar het gebrek aan papier ertoe leidde dat zelfs schoolboeken nauwelijks gedrukt konden worden, was er een noodzakelijke voorkeur voor poëzie ontstaan om de leider te vereren. Gedichten betekenden immers: meer zeggingskracht in minder woorden.

Als kind had de in 2004 naar Zuid-Korea gevluchte dichter Jang Jin-sung (1971) niet veel op met woorden. „Die waren er om de Kims te vergoddelijken. Sommige woorden mocht je alleen in verband brengen met de Leider, niet om het over gewone zaken te hebben”, vertelt hij vlak voordat hij gaat optreden bij een literaire avond van B-Unlimited in de bibliotheek van Den Haag. Toen hij op het conservatorium compositieleer deed, besloot hij mee te doen aan een wedstrijd waar de mooiste gedichten verzameld werden ter ere van de vijftigste verjaardag van Kim Jong-il. Zijn epische gedicht werd een succes: het kwam niet alleen in de bundel terecht, Jang Jin-sung werd een van de favoriete dichters van Kim Jong-il: een soort hofdichter.

Jang Jin-sung brak zijn studie aan het conservatorium af en ging werken voor het Verenigde Front Departement (VFD), bij de afdeling Literatuur. Daar kreeg hij als taak zich voor te doen als Zuid-Koreaan die het Noord-Koreaanse regime bejubelde. Het idee erachter was dat het Noord-Koreaanse volk leerde dat ook in Zuid-Korea de Kim-dynastie werd geprezen.

Moesten de gedichten aan bepaalde regels voldoen?

„Omdat ik moest doen alsof ik een Zuid-Koreaanse dichter was, had ik meer vrijheid. Maar alle gedichten moesten wel voldoen aan de Juche-leer, [de Noord-Koreaanse officiële leer die sinds 1955 in zwang is; een mengsel is van marxisme, maoïsme en confucianisme, red.] Als je in Noord-Korea een gedicht over de liefde schrijft in plaats van over de leider, beland je in een concentratiekamp. Ik werd in feite een gevangene van de Juche-dichtstijl.”

Wat gebeurde er wanneer een gedicht afweek van die leer en Kim Jong-il kreeg dat onder ogen?

„Dat gebeurde nooit. Een comité keek ernaar en zette er stempels op bij de gedeelten die goedgekeurd waren, bij andere stukken stond waar het gedicht aangepast moest worden. Zodra je het gedicht had ingeleverd, was het niet meer van jou, maar van een commissie die ervoor zorgde dat de juiste woorden werden gebruikt en het zuiver paste in de Juche-leer. Als het klaar was, ging het gedicht naar Kim Jong-il en hoorde je er nooit meer iets over.”

Hield Kim Jong-il van poëzie, of überhaupt van kunst?

„Hij had niet veel op met poëzie, maar er waren economische redenen om er dol op te zijn. Romans om propaganda over te brengen waren te duur, de ene papierfabriek na de andere sloot de deuren. Maar hij had wel iets met kunst in het algemeen, hij wilde alle kunstproducten persoonlijk goedkeuren. Zijn vader had de fysieke dictatuur ingevoerd en het politieke systeem gebouwd. Kim Jong-il had bedacht dat je ook een psychologische dictatuur moet voeren, en dat kon het beste via kunst. Daar zette hij zich persoonlijk voor in. Hij vond het noodzakelijk voor het regime.”

Kunst als noodzaak. Ziet de huidige Kim dat ook zo?

„Of Kim Jong-un iets met kunst heeft, is onbekend. Deze psychologische dictatuur bestendigt het systeem. Haal je de kunst weg, dan heb je geen gedichten meer die de loyaliteit aan de leider verwoorden. Vergelijk het met de psalmen die je opeens uit het christendom haalt.”

Wat voor soort gedichten schreef u die níét ter ere van de Leider waren?

„In 1997 heb ik over de honger geschreven. Die had ik met eigen ogen gezien in een wijk in het oosten van Pyongyang [gedicht 2]. Ik schreef dat gedicht om de droefheid te boekstaven die ik had doordat ik niet kon opschrijven wat ik werkelijk dacht en voelde. Officieel schreef ik epische gedichten over bijvoorbeeld het geweer in handen van de leider [gedicht 1]. Ik heb de persoonlijke gedichten meegenomen toen ik in 2004 naar Zuid-Korea vluchtte en ze daar gebundeld.”

In Zuid-Korea schreef Jang epische gedichten, waaronder een over de laatste vrouw van Kim Jong-il. Dat gedicht is gebaseerd op feiten. De Leider laat zijn oog vallen op een zangeres aan het hof. Ze heeft een vriendje, maar raakt in de ban van de Leider die haar in zijn bed wil.

Als ze meer te weten komt over de Leider en de willekeur van het regime ontdekt, wordt de illusie geleidelijk verstoord. Wanneer ze ook nog eens hoort wat er met haar vriend is gebeurd, doet ze een zelfmoordpoging. Ze raakt in een coma. Kim Jong-il is woedend: een bijvrouw van hem pleegt geen zelfmoord. Hij eist dat ze uit haar coma wordt gehaald, om haar alsnog te executeren. De poging mislukt, waarop Kim Jong-il het meisje in comateuze toestand aan een paal laat binden om haar te executeren in het bijzijn van haar familie.

Nadat Jang Jin-sung dit gedicht had gepubliceerd, kreeg hij een reprimande van de baas van de Zuid-Koreaanse inlichtingendienst waar hij op dat moment voor werkte. Kritiek op het buurland kwam de verhoudingen niet ten goede. Andere politieke gedichten schreef hij daarna onder pseudoniem. In Noord-Korea wordt Jang Jin-sung gezien als een staatsvijand die vermoord moet worden (ook zijn familie ziet hem als verrader, maar vragen over de achtergebleven familie wil Jang niet beantwoorden). Omdat hij een Noord-Koreaanse staatsvijand is, heeft hij in Seoul 24 uur per dag beveiliging.

Hoe kijkt u aan tegen de toenaderingspolitiek die nu gaande is tussen beide landen?

„De ontwikkelingen nu zijn compleet kansloos. Er komt geen denuclearisatie, er komt geen verbetering voor het Noord-Koreaanse volk. Waarmee herenig je de twee Korea’s? Je hebt hier te maken met een staat die haar leider beschermt, verder niet. Je kunt de Zuid-Koreaanse regering nu niet geloven. De vrede is gericht op wat de Noord-Koreaanse leider wil, maar niet op wat de burgers willen.”

Waarom zijn veel Zuid-Koreanen dan toch enthousiast?

„Progressieve Zuid-Koreanen hebben het niet over mensenrechten. Als je dat wel doet – zoals ik in mijn gedichten bijvoorbeeld – dan word je als verrader van de eenheid van Korea gezien. Zuid-Korea is bang om de relatie met Noord-Korea te verslechteren. De adviseurs die de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in nu heeft, waren veelal radicale pro-Noord-Koreaanse studenten. Ze keerden zich tegen het Amerikaans imperialisme en zagen in Noord-Korea een bondgenoot in het verzet tegen de VS. Dat was in de jaren zeventig toen Zuid-Korea nog een militair bewind had misschien begrijpelijk, maar inmiddels moet je beter weten. Moon behoorde ook tot die groep. Dus dat die toenadering nu soepel loopt, is te begrijpen, maar in feite is Moon medeverantwoordelijk voor de misdaden tegen de menselijkheid van Kim Jong-un.”

De kans bestaat dat de paus ook Kim Jong-un gaat ontmoeten.

„Noord-Korea stuurt al 40 jaar christenen naar kampen. Wat heeft de paus er te zoeken? Hij wordt, als hij gaat, gebruikt om van de sancties af te komen. De paus moet alleen gaan als hij daar gaat zeggen dat de leiders van Noord-Korea net als ieder mens gewoon schepselen van God zijn en niet zelf een goddelijke status hebben. Alleen als hij dat doet, is het prima wanneer hij gaat.”

    • Toef Jaeger