Theater maken op hun eigen voorwaarden

Theater Het rommelt al een tijdje in het Rotterdamse theaterland. Vier jonge theatermakers leggen uit waarom ze liever buiten de gevestigde orde blijven. Tekst Foto’s

Dit jaar moest Rotterdam het zonder de traditionele opening van het culturele seizoen doen. ‘De instellingen’ konden het niet eens worden over de locatie, en de zogeheten Uitdagen zouden een ‘te jong’ publiek trekken. Daarnaast kondigde het college onlangs een bezuinigingsmaatregel aan voor alle cultuursubsidies. Het zijn beslommeringen waar een aantal eigenwijze Rotterdamse theatermakers zich weinig van aantrekt. Zij maken – onafhankelijk van de grote theatercollectieven – zelf voorstellingen en weten daarmee ook nog een divers, breed en jong publiek te bereiken.

Om de hoek van de Witte de Withstraat bevindt zich bijvoorbeeld sinds drie jaar de Performance Bar. Alhoewel het hier binnen soms net zo druk is, zou het verschil met de steevast afgeladen horecastraat niet groter kunnen zijn. Voor drie euro is het publiek hier getuige van meerdere optredens, ofwel performances. Van gabbermonoloog tot een show waarin bezoekers worden uitgedaagd op de bar hun favoriete lichaamsdeel te onderzoeken.

Theatermaker Daniel van den Broeke creëerde met zijn compagnon Florian Borstlap deze vrijplaats voor theater, dans, poëzie en kunst. Iedereen kan zich bij hen melden om vrijdag- of zaterdagavond de bar op te klimmen voor een performance. Zelf geeft hij ook regelmatig een show, al dan niet in de badkuip die precies in de vierkante bar gehangen kan worden. Het publiek is divers en jong, ongebruikelijk in de theaterwereld.

De Performance Bar ontstond in Café Ik op de Parade, een klein podium. „Omdat ik daar nog nooit een echte bar had gezien, besloten we die zelf te bouwen van sloophout, met een deksel die erop past en een badkuip.” Hij nodigde al zijn vrienden uit, wat resulteerde in een smeltkroes van disciplines.

Worm

Het (soms chaotische) concept sloeg aan en na een crowdfunding werd een verbeterde versie van de makkelijk opbouwbare bar gemaakt van staal en hout. „Kort daarop kreeg ik een rondleiding door Worm van Hajo Doorn, destijds nog directeur. Hij liet me deze ruimte zien, waar ze nog een goed idee voor zochten. Toen hadden we in een keer een permanente plek.” Inmiddels is de Performance Bar net een weekend te gast geweest in een club in Berlijn, waar ze hopen in september op een vaste plek te openen.

Afke Weltevrede en Jeroen Rienks hebben bewust geen vaste locatie en trekken als theaternomaden door Rotterdam (en de rest van het land). Ze begonnen in 2011 hun eigen theatergezelschap Onderwater Producties. Rienks: „We begonnen in een roerige tijd van de bezuinigingen van Halbe Zijlstra. In Rotterdam heb je wijktheater en wat meer highbrow theater, maar daartussen gebeurt weinig. Wij misten sprankelend, maar toegankelijk theater, waarbij je verbinding maakt met de stad. Van origine zijn we acteurs, maar als theatermaker kun je een eigen verhaal vertellen.”

De makers hebben een voorkeur voor maatschappelijke en grootstedelijke onderwerpen. Ze kiezen een locatie die past bij het thema. Zo maakten ze een voorstelling over winkeliers (oude en nieuwe) in een noodwinkel op de Coolsingel en over radicale duurzaamheid op de Dakakker. In november gaat hun nieuwe voorstelling over eenzaamheid in première. Weltevrede: „Wij linken heel bewust met groepen, dat werkt. Je kunt ook geen voorstelling voor iedereen maken. Ondertussen bereiken we wel een bredere doelgroep dan alleen de culturele elite. En na onze voorstellingen zie je vaak iedereen napraten over het onderwerp.”

Muziektheatermaker Rajae el Mouhandiz wil „ontwapenend theater maken voorbij de cultuurclash”. Vanaf december toert ze door Nederland met haar solovoorstelling over de ruimte die vrouwen mogen innemen.

Door zelf uitgevoerd publieksonderzoek ontdekte ze dat er een mismatch is tussen de vraag naar cultuur van hoogopgeleide Nederlandse Marokkanen en het aanbod. „Dat betekent niet alleen een voorstelling tijdens het Suikerfeest met muntthee in de foyer, dat is een truc.” Tijdens de presentatie van haar resultaten voor mensen uit de culturele sector was iemand van Luxor aanwezig. „Die kwam naar me toe en zei: de deur bij ons staat altijd open.” Zo vond ze een ‘thuis’ bij het Nieuwe Luxor om haar voorstelling te produceren. „Ik ben naar andere plekken geweest die pretenderen een productiehuis te zijn, maar daar werd ik doodgeknuffeld met goede gesprekken en intenties, zonder concrete hulp om mijn voorstelling te realiseren. De tijd is voorbij dat makers met een andere culturele achtergrond elke mogelijkheid als een kans zien.”

El Mouhandiz hekelt de stevig gesubsidieerde theaters (ter vergelijking, Luxor krijgt 2,5 miljoen euro gemeentesubsidie tegenover 8,3 voor Theater Rotterdam). „Die zitten in hun ivoren toren met andere gebouwen te praten. Luxor herkende mij als een maker die zelfbewust is en haar doelgroep kent. Hier voel ik me serieus genomen in mijn ambitie.”

Volgens directeur Marc Kaam van Luxor past het in de nieuwe strategie van het theater om betekenisvol in de stad te zijn. „Naast grote shows die onze zalen vullen wilden we ons gezicht meer naar de stad keren. We hebben de kleedkamers omgebouwd tot kantoorruimtes, waar Rajae, maar ook het productiehuis Het Huis van Asporaat een plek hebben. Dat brengt een andere dynamiek teweeg hier in het bedrijf, andere gesprekken. Ik vind dat positief en passen bij deze stad.”

Toch zet ook Theater Rotterdam de deuren open: de Performance Bar is uitgenodigd om tijdens een première in de foyer te komen staan. Van den Broeke: „Meestal zijn die feestjes niet zo uitgelaten. Voor ons is het nu spannend of we die codes kunnen doorbreken.” Volgens hem zit er een groot verschil tussen de twee werelden. „De gevestigde theatermakers benijden ons omdat we constant het ongemak durven aan te gaan, iets wat in het theater juist wordt vermeden.” Ze verzonnen er zelfs een woord voor: misleukt. „In het beste geval willen we iets teweeg brengen dat mislukt, maar wel voor een nieuw idee of inspiratie zorgt. Je denkt dat je dingen kunt bedenken en controleren maar iets ontstaat vanuit chaos. Daarom is de Parade zo heerlijk, daar hebben bezoekers nog het gevoel dat je mens mag zijn. In een theaterzaal vraag je eigenlijk heel onnatuurlijk gedrag van mensen. Je durft nog net te ademen, maar niet te hard.”

Herkenning

Zijn collega El Mouhandiz merkt dat de ouderwetse bühne juist de plek is waar ze een diverse doelgroep kan bereiken. „Omdat diversiteit tot nu toe iets was wat in het theater tot uiting kwam in de randprogrammering in de foyer van een theater. Mijn doelgroep snakt naar een voorstelling waarin ze zichzelf herkennen.”

Het is een contrasterende ervaring met die van Weltevrede. „De tijd van mijn ouders en een programmaboekje waarin ze voorstellingen uitkozen is niet meer. Theater is minder vanzelfsprekend geworden. Door op locatie te spelen verlaag je de drempel.” Rienks: „Rotterdammers zijn verliefd op hun stad, dus hoef je ze niet een theaterzaal in te sleuren.” Weltevrede: „Soms is het bij ons koud en heb je een plu nodig, maar ergens is dat misschien toegankelijker dan iemand in het pluche neerzetten en te zeggen: nu gaat het beginnen.”

Van den Broeke: „Het is een eenvoudige waarneming dat er in de schouwburg weinig jong publiek komt. Het viel mij op de toneelschool al op dat theater vast zit in zijn podiumvorm. Veel groepen gaan daar dapper tegenin door bijvoorbeeld op locatie te spelen. Jonge mensen voelen zich niet op hun gemak in het theater en alles daaromheen.” Het helpt wat hem betreft niet mee dat leerlingen van school verplicht naar voorstellingen moeten. „Het systeem schiet daar echt in te kort. Daarnaast hebben veel mensen niet het geduld om door hun eigen irritatiegrens heen te gaan om te kijken wat daarachter ligt. Dat is exemplarisch voor de wegklikcultuur. Ergens lopen wij mee met die trend omdat performances nooit langer dan een biertje duren, zo’n vijftien minuten.” Rienks: „We hebben nu eenmaal niet het marketingapparaat van Theater Rotterdam. Dat betekent dat je alles uit de kast moet trekken. Het moet een beleving zijn, in plaats van alleen een voorstelling.”

    • Tara Lewis