Succesvolle initiatieven van bewoners worstelen met onzekere inkomsten

Bewoners Initiatieven in de wijk die de beginfase voorbij zijn zouden baat hebben bij langdurige samenwerking met charitatieve fondsen.

In de Leeszaal zijn er onder meer Nederlandse taallessen. Foto Henriette Guest

Langlopende bewonersinitiatieven hebben geld nodig van fondsen om hun bestaan op langere termijn te garanderen. Dat blijkt uit het deze week gepubliceerde onderzoek Voorbij de pioniersfase van bewonersinitiatieven van vier onderzoekers onder leiding van wetenschappers en initiatiefnemers van Leeszaal West Maurice Specht en Joke van der Zwaard.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Rotterdamse liefdadigheidsorganisatie stichting De Verre Bergen. De stichting besloot zelf geen bewonersinitiatieven langdurig te financieren. Dat kan alleen als zij er een onderzoeksprogramma aan kunnen koppelen dat resultaten oplevert waarvan de hele stad kan profiteren, aldus onderzoeksmanager Nanne Boonstra van De Verre Bergen. „Maar we hopen wel dat andere fondsen gebruik maken van de uitkomsten van dit onderzoek.”

Uit het onderzoek blijkt dat het in de startfase makkelijk is om fondsen te interesseren. Vaak is een nieuw bewonersinitiatief „het snoepje van de week”, schrijven de onderzoekers. Maar daarna wordt er onterecht vanuit gegaan dat ze dan op eigen benen kunnen staan. In het onderzoek analyseren ze zeven bekende Rotterdamse bewonersinitiatieven: Leeszaal West, Speeltuin Jeugdveld in Zuidwijk, Hockeyclub Feijenoord, taekwondovereniging Abdel-kwan Hillesluis, kruidentuin Rotterdamse Munt in Feijenoord, Afri-Cultuur in de Afrikaanderwijk en het Prachthuis in Overschie.

Daaruit blijkt dat zij – ondanks het enthousiasme waarmee ze zijn ontvangen door Rotterdammers in de wijken waar ze actief zijn – voortdurend worstelen met onzekerheid over inkomsten op lange termijn en de vraag of ze wel op hun huidige locatie kunnen blijven.

Oorzaken zijn onder andere het wegvallen van geld uit fondsen, een plotselinge verhoging van de huur of het verdwijnen van de locatie omdat er wordt gebouwd. Zo ontstond kruidentuin Rotterdamse Munt tijdens de crisis op een langdurig braakliggend terrein bij de Laan op Zuid. Maar nu de markt aangetrokken is, wordt er een appartementencomplex gebouwd en moet de publieke kruidentuin verhuizen naar een perceeltje achter De Hef.

Diensten

Een voorbeeld van een dreigende huurverhoging is speeltuin Jeugdveld in Zuidwijk. De gemeente liet de bestuurders daarvan een aantal jaar geleden weten in plaats van 94 euro voortaan 23.000 euro per jaar te willen innen omdat dit kostendekkend zou zijn. „Die huur kunnen ze nooit betalen”, zegt onderzoeker Maurice Specht. Uiteindelijk besloot een ambtenaar van de gemeente de huurverhoging niet door te laten gaan.

Vrijwilligers van bewonersinitiatieven krijgen niet betaald voor hun werk, terwijl dat werk wel degelijk een financiële waarde heeft. De onderzoekers lieten uitrekenen hoeveel geld de diensten van Leeszaal West bijvoorbeeld zouden kosten. Na het optellen van de waarde van alle diensten die ze nu gratis verlenen, zoals taalles aan immigranten, reïntegratie van werkzoekenden en de bibliotheekfunctie komen zij op een bedrag van 4 ton. Terwijl de begroting maar 40.000 euro bedraagt. De meeste bewonersinitiatieven werken omdat ze een gat in de samenleving vullen, zegt onderzoeker Joke van der Zwaard. Soms blijkt uit het enthousiasme voor een initiatief pas dat er een gat was. Soms worden gemeentelijke voorzieningen wegbezuinigd, zoals de wijkbieb waaruit Leeszaal West ontstond.

Fondsen

Het aangaan van een reguliere subsidierelatie met de gemeente is niet de oplossing volgens Specht en Van der Zwaard. „Dan moet het initiatief al snel passen in een bepaald programma van de gemeente. Terwijl de meeste bewonersinitiatieven zelf willen bepalen wat er moet gebeuren.”

Daarom zien de onderzoekers meer in een „langdurige werkrelatie” met de gemeente en fondsen, zeggen ze. Hun eigen Leeszaal West kan daarbij als voorbeeld dienen. Bij toeval heeft de leeszaal een langdurige werkrelatie ontwikkeld met stichting DOEN. In het oprichtingsjaar, eind 2012 kreeg de leeszaal 41.000 euro van DOEN. „We dachten dat we die nodig hadden voor het eerste jaar. Uiteindelijk hadden we maar 6.000 euro nodig; we hebben ook andere inkomsten, zijn zuinig en doen veel zelf. Wat we overhielden mochten we meenemen naar volgende jaren.” Nu het geld op is, stort stichting DOEN weer 41.000 euro, zegt Specht. Hoewel dat volgens hen niet gebruikelijk is, smeren zij dat weer uit over vijf jaar.

Een andere werkrelatie hebben ze met de stichting Bevordering van Volkskracht. De stichting doneerde 20.000 euro, voor het verbeteren van het aanbod. Ze besloten een jeugdbibliotheek in te richten in een pand aan de Gaffelstraat. Daar komen een goede collectie en een uitleensysteem, aldus de onderzoekers. „In de Leeszaal zelf zijn te weinig kinderboeken.”

    • Lucette Mascini