Opinie

Laat Nederland zaken doen met China, maar laat het niet naïef zijn

Hoe om te gaan met de opkomst van China? Deze week bezochten Aziatische regeringsleiders de Europese Unie in het kader van de Asia-Europe Meeting (ASEM), een tweejaarlijkse top. De Europese bijeenkomst werd gezien als een poging de „multilaterale wereldorde” in stand te houden nu het Amerika van Donald Trump zich langzaam lijkt terug te trekken van het wereldtoneel. Maar is er op dit moment wel sprake van iets wat een wereldorde mag worden genoemd? Eerder is er sprake van een periode van onduidelijkheid en verwarring.

De veranderde houding van de Verenigde Staten onder de regering-Trump lijkt daarbij de belangrijkste variabele. De VS trokken zich terug uit de nucleaire deal die met Iran gesloten werd. Al snel bleek dat Europese bedrijven de Amerikaanse sancties tegen dat land zullen moeten naleven om zichzelf in de VS niet onmogelijk te maken. Door de architectuur van het internationale financiële systeem, waarin de Amerikaanse dollar nog steeds domineert, is het vrijwel onmogelijk om geen dollar aan te raken bij internationale transacties. En is het dus ook vrijwel onvermijdelijk om kwetsbaar te worden voor mogelijke Amerikaanse vergelding.

Dit extraterritoriale karakter van de Amerikaanse maatregelen bracht de EU er vorige maand toe een betalingssysteem te gaan onderzoeken dat onafhankelijk van de dollar opereert. Zo’n voornemen zou niet zo lang geleden nog ondenkbaar zijn geweest, en het tekent de veranderende sfeer in de internationale betrekkingen.

Daarnaast blijkt in het nieuwe USMCA-handelsverdrag dat de VS met Mexico en Canada sloten, een clausule te staan waarin de verdragspartijen zich verplichten geen handelsverdragen aan te gaan met ‘niet-markteconomieën’. Aangezien China als zodanig wordt gezien door de VS, kunnen Canada en Mexico niet langer zelf met China handelsovereenkomsten sluiten, op straffe van de opzegging van USMCA door de VS. In het verdrag staat ook een verbod op ‘valutamanipulatie’. Dit lijkt gericht op het tegengaan van financiële banden met China, welk land door het Witte Huis als een manipulator van zijn valuta wordt beschouwd.

Het verdrag kan een mal worden voor een Amerikaanse overeenkomst met Japan. En wellicht ook met de EU. Door eerst handelssancties af te kondigen en vervolgens te gaan onderhandelen, kunnen de VS zo langzamerhand hun handelsovereenkomsten met andere landen omvormen tot een cordon rond China. De vergelijking met de naoorlogse politiek van ‘containment’ ten aanzien van de Sovjet-Unie dringt zich hier op.

Op het eerste gezicht lijkt dit alles reden genoeg voor Europa om een eigen koers te varen ten opzichte van China. Maar net zoals de VS een wankele partner aan het worden zijn, is China dat ook. Kansen op de Chinese markt zijn beperkt, technologie-overdracht is vaak impliciet verplicht en er zijn tal van zichtbare en onzichtbare barrières. Het enorme en ambitieuze ‘Belt and road-initiatief’, waarin infrastructuur wordt aangelegd tot zeer ver in het Chinese achterland, is niet zonder meer goedaardig. Datzelfde geldt voor de territoriale expansie in de Zuid-Chinese Zee.

Het was beter geweest als de VS samen met Europa zouden zijn opgetrokken om China een volwassen plek te geven in de wereldeconomie, met alle voordelen én verplichtingen die daarmee gepaard gaan. Het land is inmiddels te ver ontwikkeld en geemancipeerd om nog een beroep te kunnen doen op de status van opkomende markt.

In plaats daarvan dreigt de EU bekneld te raken in de strijd tussen de heersende en de opkomende supermacht. Het strijdperk waar dit gevecht zich afspeelt is vooral de internationale economie. Voorafgaand aan de ASEM-bijeenkomst bezocht de Chinese premier Li Keqiang deze week Nederland. Het verbeteren van de handelsbetrekkingen, het voornaamste doel van het bezoek, is altijd een goede zaak. Maar Nederland moet zich niet laten uitspelen. Dit is een Great Game. Het enige forum waar de grote zaken moeten worden gedaan met China is de Europese Unie: een markt en een macht die groot genoeg zijn om daadwerkelijk rekening mee te houden.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.