Opinie

    • Marike Stellinga

De hoofdpijn van Wouter Koolmees

Hervormen, als er één partij groot mee is geworden is het D66. Alexander Pechtold maakte er een kernpunt van. Taboes als de pensioenleeftijd en de hypotheekrenteaftrek aanpakken voor het algemeen belang. Pas op voor pseudo-hervormers, zei hij in 2012, voor politici die er alleen lippendienst aan bewijzen en het begrip politiek plattrappen. De boodschap: D66 is het origineel als het om hervormen gaat. In zijn afscheidstoespraak zei Pechtold het nog één keer: „Hervormen. Werken aan de toekomst. Aanpakken wat anderen niet durfden. Niet om de hete brij heen, maar recht erop af.” Het leverde de partij opvallend veel populariteit op onder economen.

Een kabinet met D66 erin moet dus hervormen. Waar blijven die hervormingen eigenlijk, wilde de NOS op Prinsjesdag weten. Ze komen eraan, zei Pechtold. Daarom had hij degene die in de fractie de afgelopen jaren de grootste mond had als het om hervormingen gaat naar voren geschoven. Pechtold had het over Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken.

Precies deze minister zien we worstelen met de grote hervormingen die hij moet doorvoeren. Zijn revolutionaire plannen voor zzp’ers stuiten op allerhande problemen in de uitvoering. De echte klapper, het echte taboe, een hervorming van het pensioenstelsel, sleept maar voort. De onderhandelingen tussen werkgevers, vakbonden en bijvoorbeeld toezichthouder De Nederlandsche Bank duren nu al jaren. Het streven was dat er begin 2018 een polderakkoord zou zijn, schreef Rutte III in het regeerakkoord. Maar er is nog steeds niks. Niemand durft te beweren dat het er gaat komen.

De grote hervormer Pechtold zette zijn hervormingsmaatje in het kabinet en die staat in een poldermoeras. Je zou zeggen: Koolmees heeft het relatief makkelijk, want het gaat economisch goed en hij heeft smeergeld in zijn achterzak. Hij kan verliezers van een nieuw stelsel compenseren en mopperaars apaiseren. Maar een leuk hoekje van de economische wetenschap dat hervormingen bestudeert, constateert: juist in slechte tijden lukt het politici vaak om te hervormen. Dan durven ze én mensen slikken het sneller. ‘Ja, jammer, mensen, even doorbijten, het is crisis en we moeten wel.’ Goede tijden helpen Koolmees dus niet per se.

Een andere vereiste om hervormingen geaccepteerd te krijgen, noemen economen van de Wereldbank in een recente studie. Per saldo moet de maatschappij er helder en aantoonbaar beter van worden. ‘Ja, we gaan sommige mensen wat afpakken maar daar worden we allemaal beter van.’ Dan is er soms een kans van slagen (soms, want mensen geloven lang niet altijd dat de maatschappij er beter van wordt).

Juist dat zal bij een hervorming van het pensioenstelsel moeilijk worden: helder laten zien dat de maatschappij er beter van wordt. Het pensioenstelsel is al ingewikkeld, een hervorming ervan is dat helemaal. Dat geldt extra bij een zwaar bevochten en daarom verre van ideaal compromis. Ook economen kunnen eindeloos debatteren over de beste pensioeningreep. Zie het juninummer van economenblad ESB voor een duizelingwekkende illustratie.

Dikke kans dat bij een eventueel akkoord kritiek volgt van duizend kanten, van economen, van vakbondsachterban, van politieke partijen. Als die voorspelling niet uitkomt, zet ik een petje op en neem ik die af.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.
    • Marike Stellinga