Schaken tot de laatste snik

RL

In het algemeen is het misschien ongezond om bij alles wat nieuw is meteen te denken aan iets uit het verleden dat erop lijkt, maar veel schaakschrijvers zijn er dol op. Het toernooi op het Isle of Man werd een week geleden gewonnen door de Pool Radoslaw Wojtaszek. Zijn Russische vrouw Alina Kasjlinskaja won de prijs voor de beste vrouw in het toernooi en met elkaar wonnen ze 45.000 Britse pond. Ze hebben elkaar gevonden in 2011 bij een toernooi in Hongarije dat ze toen samen wonnen. Het zijn geluksvogels, die twee.

Op het Isle of Man bracht Kasjlinskaja in de laatste ronde een stukoffer waarover ik meteen dacht: net Bernstein - Najdorf, Montevideo 1954. Ik was vast niet de enige, want het is een beroemde partij en historisch besef is in de schaakgemeente goed ontwikkeld.

Ossip Bernstein (1882-1962) was in het begin van de 20ste eeuw een van de beste tien schakers van de wereld. Hij was een amateur, een succesvol advocaat in Rusland, die zijn fortuin verloor toen hij vluchtte voor de communistische revolutie. In Frankrijk verwierf hij een nieuw fortuin, maar hij moest als Jood weer vluchten in 1940. Met zijn vrouw trok hij te voet over de Pyreneeën en volledig uitgeput bereikte hij Spanje. Na de oorlog richtte hij zijn advocatenpraktijk weer op.

Hij bleef altijd schaken. De laatste keer dat hij schitterde was in Montevideo in 1954, toen hij 72 jaar oud was. Hij won het toernooi met een punt voorsprong op Miguel Najdorf, die toen bij de toptien van de wereld hoorde, en hij versloeg Najdorf in een prachtpartij. Bernsteins laatste toernooi was het IBM-toernooi in Amsterdam in 1961. Toen kon hij het niet goed meer en een jaar later stierf hij.

Ik had graag de partijen van Bernstein en Kasjlinskaja hier als tweeling gepresenteerd, maar ik moest kiezen en ik nam de mooiste.

Ossip Bernstein - Miguel Najdorf, Montevideo 1954

1. d4 Pf6 2. c4 d6 3. Pc3 Pbd7 4. e4 e5 5. Pf3 g6 6. dxe5 dxe5 7. Le2 c6 8. 0-0 Dc7 9. h3 Pc5 10. Dc2 Ph5 11. Te1 Pe6 12. Le3 Le7 13. Tad1 0-0 14. Lf1 Phg7 15. a3 f5 16. b4 f4 17. Lc1 Lf6 18. c5 g5 19. Lc4 Kh8 20. Lb2 h5 Zwart was er niet goed aan toe, maar met zijn laatste zet laat hij zien dat hij zich van geen kwaad bewust was. De verzwakking van veld g6 speelt in het vervolg een grote rol. 21. Pd5

Zie diagram

Een winnend stukoffer dat onder iets andere omstandigheden ook de partij van Kasjlinskaja besliste. 21...cxd5 22. exd5 Pd4 23. Pxd4 exd4 24. d6 Dd7 25. Txd4 f3 Alle kanonnen staan op zwarts koning gericht. Er was geen behoorlijke verdediging meer. 26. Tde4 De mooiste manier om te winnen was 26. Te7 Lxe7 27. Dg6 Tf6 28. Th4 en of zwart nu de dame of de toren neemt, hij gaat mat. 26...Df5 27. g4 hxg4 28. hxg4 Dg6 29. Te8 Een dameoffer als klap op de vuurpijl. Na 29...Dxc2 zou wit met 30. Txf8+ Kh7 31. Lg8+ Kh6 32. Txf6+ Dg6 33. Txg6+ Kxg6 34. Te7 winnen. 29...Lf5 30. Txa8 Txa8 31. gxf5 Dh5 32. Te4 Nog even oppassen. Na 32. Lxf6 Dg4+ gaat wit mat. 32...Dh3 33. Lf1 Dxf5 34. Th4+ gxh4 35. Dxf5 Pxf5 36. Lxf6+ Kg8 37. d7 Zwart gaf op.

    • Hans Ree