Oprichters van The Great Bubble BarrierAnne Marieke Eveleens, Francis Zoet en Saskia Studer

Foto Roger Cremers

Wie is verantwoordelijk voor plastic in de rivieren?

Oprichters The Great Bubble Barrier

Drie vrouwen bedachten een oplossing om plastic uit rivieren te vissen. Hun start-up won in een wedstrijd een half miljoen, de oprichters zegden hun baan op. Maar wie gaat de techniek kopen?

Achteraf gezien is het van een hemeltergende eenvoud. Waarom zou je plastic dat in water ronddrijft pas gaan opvissen wanneer het op open zee ligt? Iedereen kent het in de media breed uitgemeten plan van de Nederlandse twintiger Boyan Slat om met een groot schort de ‘plastic soep’ in de Grote Oceaan weg te halen. Maar dat plastic komt toch vooral – visnetten uitgezonderd – van land? Is het dan niet handiger en goedkoper om het dáár aan te pakken?

Ja, denken Anne Marieke Eveleens, Francis Zoet en Saskia Studer op een avond in de kroeg in Amsterdam. Het is begin 2015, de drie vriendinnen – die elkaar kennen van zeilen – raken in gesprek over het probleem van de plastic soep. Prompt bedenken ze een idee om met een ‘scherm’ van luchtbellen in rivieren het plastic naar de kant te sturen. Immers, het grootste deel van het plastic raakt te water doordat het er, vaak bij stedelijke omgevingen, inwaait.

Meer dan drie jaar later werken de drie fulltime aan wat The Great Bubble Barrier is gaan heten: een start-up die bellenschermen in rivieren of kanalen plaatst. In september wonnen de oprichters de Green Challenge, een duurzaamheidswedstrijd van de Postcode Loterij, waar een bedrag aan gekoppeld is van 5 ton. Er deden 845 initiatieven mee.

Net iets daarvoor hadden Studer (28), die werkte als freelance grafisch ontwerper, en Eveleens (29), afgestudeerd neurobioloog werkzaam als sustainability manager, hun oude banen opgezegd. Zoet (28), adviseur op het gebied van duurzame energie, werkte al voltijds voor het bedrijf.

„De prijs kwam precies op het goede moment”, vertelt Studer in een torentje bovenop het start-upkantoor in Amsterdam-Noord waar The Great Bubble Barrier zit. Fluisterend, met grote ogen: „Een half miljoen! Het is echt bizar. We hielden ook rekening met een scenario van, oké, als dit en dit niet gebeurt in februari, dan moeten we er weer een baan bij zoeken.”

De Bubble Barrier is een buis met gaatjes die iets boven de bodem van een rivier of kanaal hangt. Er wordt onder hoge druk lucht in gespoten, waardoor een grote hoeveelheid belletjes ontstaat, reikend tot aan de oppervlakte. Wanneer je de buis schuin plaatst, dwingt de rivierstroming het plastic langs de bubbelstroom naar de kant, terwijl vissen en boten er gewoon doorheen kunnen.

Dat voorkomt dat zeedieren bijvoorbeeld stikken in de jaarlijks met 8 miljard kilo groeiende hoeveelheid plastic in water, of dat de stof via hun magen ook in ons eten terechtkomt.

Net als in het drinkwater, trouwens: kleine deeltjes plastic haal je er bij de waterzuivering niet zomaar uit. De deeltjes verteren bovendien niet: eenmaal in het water blijven ze voor altijd aanwezig.

Eenmaal naar de kant gedreven kan het plastic uit het water gehaald worden door verschillende systemen. Daar bestaan al technologieën voor; de Barrier richt zich daarom specifiek op het samenbrengen van het plastic aan de wal.

Een jaar geleden deed de Barrier een eerste grootschalige test in de IJssel bij Kampen, samen met Rijkswaterstaat en drinkwaterbedrijf PWN. De organisaties hadden een wedstrijd uitgeschreven voor het beste idee om plastic afval in rivieren tegen te gaan, die de Barrier won. Tijdens de test bleek dat 86 procent van het testmateriaal werd afgevangen.

Uit een andere proef bleek bovendien dat het ging om stukjes vanaf 3 millimeter grootte. Dat is cruciaal: één van de grootste kritiekpunten bij Boyan Slats project is dat de schort vooral de grote stukken plastic opvangt. Bovendien heeft die methode mogelijk júíst ook effect op zeedieren.

Jullie dachten, die avond in de kroeg, uit het niets: een buis met gaatjes op de bodem, dat is gewoon een goed idee?

Studer, zonder sarcasme: „Ja, het was letterlijk: waarom is er geen muur aan bellen in een rivier om plastic op te vissen?”

Wisten jullie alle drie dat een bellenmuur handig zou zijn?

„Dat was... Nou ja, het lijkt logisch dat het kan. Dus we dachten: laten we er onderzoek naar doen. Het klonk eigenlijk ook weer te simpel. Als het zo makkelijk is, waarom bestaat het dan nog niet? Francis heeft toen online wat gekeken. Ze zei: er is slecht nieuws en goed nieuws. Het slechte nieuws is dat het eigenlijk al bestaat, bijvoorbeeld in de olie-industrie om de verspreiding van olievlekken tegen te gaan. Het goede nieuws is dat het nog niet gebruikt wordt om plastic tegen te houden.”

Hebben jullie met Boyan Slat gesproken over de plannen?

„We zijn een keer bij The Ocean Cleanup op bezoek geweest om even hallo te zeggen. Toevallig hebben we aan het einde van de week weer een gesprek. Het is goed om te communiceren met elkaar. Wij hebben niet dé oplossing om de plasticsoep te verbannen. Er zitten verschillende aspecten aan, je moet óók de zee schoonmaken. En dan zijn er mensen die zeggen: de hele tijd met een boot de zee op, dat kost geld. Maar ja, het moet er nog steeds uit.”

Afgelopen week stond in de VPRO Gids een stuk met twee wetenschappers van de TU Delft. Die zeiden: je kunt het echt veel beter in de rivier opvangen. Dat is veel efficiënter dan op zee.

„Er zijn misschien effectievere maatregelen, maar wat hij doet is noodzakelijk. En hij heeft het probleem enorm op de kaart gezet. Bewustzijn gecreëerd. Dit probleem is er, ik ga er wat aan doen – wat doen jullie? Misschien is dat voor ons ook wel een inspiratiebron geweest.”

Na de proef met Rijkswaterstaat worden de plannen voor de Barrier steeds concreter. Anderhalf jaar geleden begint Francis Zoet als eerste voltijds te werken aan „de bubbels”, zoals de bedenkers het consequent noemen. Zonder vergoeding, maar met steun van familie. Anne Marieke Eveleens en Saskia Studer deden het ernaast. Studer: „Ik was freelancer. Dat gaf mij veel vrijheid, maar ook beperkingen. Vaak zei ik ja tegen afspraken voor de Barrier, terwijl ik eigenlijk geld moest verdienen. Nu kunnen we ons wel laten uitbetalen. Godzijdank. Maar het blijft lastig. Je kunt namelijk niet direct klanten aanwijzen voor dit product.”

Het is een terugkerend thema in het gesprek: op zich werkt de Barrier en weten Studer, Eveleens en Zoet inmiddels ook alles over hoe je hem moet aanleggen. Maar wíé gaat het product kopen?

Beleid over wie verantwoordelijk is voor plastic in water bestaat in Nederland eigenlijk niet, vertellen de drie vrouwen – inmiddels zijn ook Zoet en Eveleens aangeschoven in het torentje.

Eveleens: „Er is wel beleid voor zwerfafval op straat. Daar krijgen gemeenten ook budget voor. Maar er ontbreekt beleid over wat er gebeurt als het in de rivier terechtkomt. Er zijn veel regels over water en waterkwaliteit, maar plastic valt daar net buiten. Het wordt in eerste instantie niet als toxische stof gezien.”

Een logische klant zou Rijkswaterstaat zijn – dat nota bene zelf een pitch organiseerde over het probleem – maar die handelt vanuit beleid dat door de politiek opgesteld wordt. Studer: „Iedereen kijkt naar Rijkswaterstaat maar zij zeggen: wij hebben hier geen budget voor. En dat snap ik.”

Zoet: „We zijn inmiddels al twee jaar met alle betrokken partijen in gesprek, van waterschappen tot het ministerie. Het hangt ook deels af van het vinden van de juiste personen. Soms vind je iemand binnen een organisatie die zegt: dit is volledig onze verantwoordelijkheid! Dan denk je: hè, hoe kan dat nou? Eerder zeiden anderen steeds dat het niet jullie verantwoordelijkheid is.”

De vrouwen zien wel iets van beweging in de politiek. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Milieu, D66) wil met verschillende partijen gaan werken aan een ‘plasticpact’. The Great Bubble Barrier is daar ook voor uitgenodigd. Studer: „Het moet op dat soort plekken gebeuren.”

Verder is het bedrijf naar eigen zeggen op dit moment met een aantal potentiële klanten in gesprek; namen willen de oprichters nog niet kwijt. Ze richten zich specifiek niet alleen op non-commerciële organisaties: ze zouden al een keer benaderd zijn door een plasticproducent.

Over de kosten van de aanleg zijn de vrouwen ook terughoudend. Studer: „Dat heeft te maken met de stroming, de diepte, de breedte. Je kan er niet zomaar een prijskaartje aan hangen. Als je de context niet kan meenemen dan is een prijs wellicht misleidend voor potentiële klanten.”

Na een eigen crowdfundingcampagne kan The Great Bubble Barrier binnenkort wel zélf de eerste aanleg van een permanent bubbelscherm financieren. Saskia: „Maar we kunnen niet zomaar een bellenscherm neerleggen. Elk landje, elk waterstukje heeft vergunningen, een eigenaar... En er zijn ook blijvende kosten aan verbonden, zoals het recyclen van plastic en het energieverbruik. Die bellen gaan niet zomaar omhoog.”

    • Milo van Bokkum