‘We wachten niet meer met dingen doen’

Spitsuur Leo (39) en Sytske Boermans (36) wonen in Nes in Friesland. Hij is uitvaartverzorger, zij is micro- biologisch analist. „Ons werk leert relativeren. Dat je gezond bent en nu van het leven moet genieten.”

Leo: „Ik ben geen uitslaper, ook nooit geweest. Rond kwart over zes sta ik op en smeer boterhammen voor de kinderen. Onze oudste zoon zit op het voortgezet onderwijs in Heerenveen en moet vroeg op de fiets.”

Sytske: „Vijftien kilometer heen en vijftien kilometer terug.”

Leo: „Daarna maak ik mij klaar voor de dag. Als uitvaartondernemer is die altijd anders.”

Sytske: „Soms heeft Leo ’s nachts een overlijdensmelding.”

Leo: „Als iemand thuis sterft, kom ik meteen voor de laatste zorg – ook ’s nachts. Ik verwijder waar nodig de katheter, een pacemaker en haal de infusen weg. Dan pyjama uit, kleren aan, het haar netjes. Ik plaats een koelplaat onder het lichaam en sluit definitief de ogen en de mond.”

Sytske: „De telefoon gaat vaak rond de klok van één of de volgende ochtend.”

Leo: „Daartussen slapen mensen en merken ze pas ’s ochtends dat een persoon is overleden. Dat is niet altijd zo, dit voorjaar hadden we de griepepidemie. Sommige nachten moest ik er twee of drie keer uit.”

Sytske: „Soms heb ik ’s nachts ook een oproep. Ik werk drie dagen in de week als microbiologisch analist.”

Leo: „Dat klinkt heel ingewikkeld.”

Sytske: „In ons laboratorium onderzoeken we patiëntmateriaal als bloed en urine op infecties: urineweginfecties, griep, noem maar op. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij hersenvliesontsteking, moet ik er meteen zijn.”

Leo: „Sytske’s oproepen gaan altijd voor die van mij.”

Sytske: „Binnen een half uur moet ik dan op het lab zijn.”

Omscholen

Leo: „De interesse in het vak komt van vroeger. Als ik bij ons in het dorp een rouwstoet zag met daarvoor een man in lange jas en hoge hoed, was ik meteen getriggerd. Ik vond het mysterieus en interessant. Ik wilde er altijd iets mee doen, maar vond eerst dat ik levenservaring moest hebben.”

Sytske: „Leo wilde eerst wachten tot zijn vijftigste.”

Leo: „Mijn achtergrond is eigenlijk de bank- en verzekeringswereld. Daar heb ik zo’n twaalf jaar in gewerkt.”

Sytske: „Wel bij verschillende werkgevers.”

Leo: „Ik ben bewust uit die wereld gestapt. Daarna zat ik in de automatisering, de digitalisering en uiteindelijk de autoverkoop. Toen mijn moeder in 2012 overleed, was ik erg betrokken bij de uitvaart. Daarna ben ik begonnen als vrijwillige uitvaartspreker. Ik deed zo’n twee uitvaarten per week. Soms reed ik bij een bedrijf weg waar ik auto’s had verkocht en ging meteen door naar het crematorium. Dat was vreemd. Toen heb ik snel de keus gemaakt om mij te laten omscholen.”

Sytske: „Het begin was heel intensief.”

Leo: „Ik nam alles aan, tot over de Duitse grens heb ik families bezocht.”

Sytske: „We zijn wat dat betreft het tegenovergestelde. Ik heb een afstudeerstage in het lab gedaan en ben blijven hangen.”

Leo: „In mijn allereerste jaar vroeg een bekende in de straat of ik de begrafenis voor zijn ernstige zieke vrouw wilde doen. Dat was bijzonder, er kwamen veel dorpelingen en ik liep voor de rouwauto langs mijn eigen huis. Elke uitvaart doet toch wat met je. Ik probeer het dan zelf te verwerken. Na een uitvaart blijf ik even hangen, praat ik met collega’s of overdenk ik het in de auto.”

Sytske: „En je praat het thuis van je af.”

Leo: „Soms komt het wel dichtbij. Een tijdje geleden verzorgde ik een uitvaart van een jongen van dertien, een dorp verderop. Hij werd geschept door een auto.”

Sytske: „Jesper fietst over hetzelfde stuk naar school.”

Leo: „Dat was heel heftig, maar huilen laat ik dan niet toe.”

Sytske: „Laatst had je een uitvaart van bekenden en iemand sloeg een arm over je schouder. Toen zei je: ‘Dat had hij beter niet kunnen doen.’”

Leo: „Het intense verdriet van de familie doet mij toch altijd pijn.”

Sytske: „Je bouwt ook een band op met familie’s.”

Leo: „Mensen herkennen mij in het dorp.”

Sytske: „Soms lopen we door de supermarkt en komen we iemand tegen.”

Leo: „In juni hebben we hier een dorpsfeest. In de feesttent kwam iemand op mij af en zei dat ik een uitvaart netjes had geregeld. Ik had een glas bier in mijn handen. Dat is eigenlijk het enige moment dat ik mij ongemakkelijk voel.”

Relativeren

Sytske: „Bij mijn werk is dat anders, denk ik. Ik ben bezig met patiëntmateriaal en ziektes, maar zie de patiënten zelf niet.”

Leo: „Heel af en toe komt het voor dat ik een overlijdensmelding krijg en Sytske ineens vraagt waaraan diegene is overleden. Het kan dan zijn dat Sytske materiaal daarvan heeft gehad.”

Sytske: „Op mijn computer zie ik wel wie het is, maar dat zijn er honderden op een dag – ik ben er minder mee bezig. Ons werk leert wel relativeren. Dat je gezond bent en nu van het leven moet genieten.”

Leo: „Dat denk ik ook. Door ons werk, en doordat ik mijn beide ouders vrij vroeg ben kwijt geraakt.”

Sytske: „Vroeger gingen mensen pas na het pensioen genieten. Wij staan volop in het nu.”

Leo: „We wachten niet meer met dingen doen.”

Sytske: „Uitstapjes, we gaan graag naar het theater. Varen.”

Leo: „We hebben drie jaar geleden een boot aangeschaft. Die ligt hier in de achtertuin, aan het meer. Vanuit de woonkamer zien we net de mast. We kunnen zo instappen en wegvaren.”

    • Fabian de Bont