Opinie

    • Luuk van Middelaar

Waar is de redelijkheid van het Britse midden?

Heerlijk om te spreken met politieke ervaring maar bevrijd van ambities en verplichtingen. De Britse oud-premier John Major (1990-1997) ging deze week los met een keiharde aanval op het Brexit-kamp. Destijds gold hij als grijze muis, nu had hij er zin in: „Ik ben vrij om absoluut en precies te zeggen wat ik vind. Ik begrijp de motieven van wie stemde voor vertrek uit de EU: die kan inderdaad – ik weet het goed – frustrerend zijn. Toch leidt het, alle frustraties en kansen afwegende, voor mij geen twijfel dat onze beslissing een kolossale misrekening is, waarmee zowel het VK als de EU slechter af zijn. Het zal onze nationale en persoonlijke welvaart schaden, mogelijk onze veiligheid; het kan mettertijd zelfs leiden tot het opbreken van het Verenigd Koninkrijk.”

Uitsmijter: „Zij die het onmogelijke beloofden moeten zich verantwoorden. Ze overtuigden een misleide bevolking te stemmen om zwakker en armer te worden. Dat zal nooit worden vergeten – noch vergeven.” Dat mochten de fantaserende ophitsers Johnson, Gove en Farage in hun zak steken. Maar wie luistert naar zulke stemmen? De redelijkheid van het midden verloor gezag.

Labour-premier Tony Blair (1997-2007), die ijvert voor een tweede referendum, verspeelde zijn publieke geloofwaardigheid, zeker bij Labour, met zijn steun aan de Irak-oorlog. De Tory-kiezers verwijten ‘hun’ Major de verkiezingsnederlaag van 1997, die een einde maakte aan achttien jaar regeren. Valse beschuldigingen klonken ook: de oud-premier zou Britse belangen hebben verkwanseld in het EU-verdrag van Maastricht (1992). Niets is minder waar: zeer succesvol sleepte Major in Maastricht Britse opt-outs binnen: wel de interne markt, geen euro, geen sociaal beleid. Dit was ‘have your cake and eat it’ op zijn best. Bereikt dankzij charme, vasthoudendheid en gevoel voor de verhoudingen.

De stemming is geradicaliseerd. Recent vergeleek Ivan Rogers, Brits oud-ambassadeur in Brussel, de Brexit met de Franse Revolutie van 1789. Het ‘Oude Regime’, zowel in Londen als Brussel, moet kapot; ieder die tegenwerkt is contrarevolutionair of buitenlandse vijand. Inmiddels ontbrandt in Londen de factiestrijd en eet de revolutie haar eigen kinderen op. Hoon valt dus Brexiteers ten deel die pleiten voor een ‘softe’ Brexit per 29 maart 2019, om tenminste te vertrekken, en daarna het ‘harde’ ideaal te verwezenlijken.

In de vergelijking met Parijs 1789 van de oud-diplomaat: „Ik weet niet of we het punt al hebben bereikt waarop Gove en zijn hulpjes vanwege tekortschietende revolutionaire ijver zullen worden veroordeeld door de Robespierres-in-krijtstreep uit het Comité du Salut Public en als hedendaagse Dantons beschuldigd worden van landsverraad.” (Het streepjespak is een verwijzing naar Brexiteer Jacob Rees-Mogg, de rijke vlerk die zich tot lieveling van de Tory-basis ontpopt, en aan wie je afleest dat Brexit geen volksbeweging is maar een eliteproject voor regime change.) In deze sfeer van opgewonden beschuldigingen kopt het blad The Spectator over de vastgelopen onderhandelingen tussen premier May en de EU27: „Hoe de EU Ierland gebruikt om greep op de Brexit te krijgen.”

Vertrekken uit de EU is een vrije democratische keuze, maar met een prijs. Het probleem zit in de valse beloften van de Vertrekken-campagne. Dat illusies over meer macht en rijkdom buiten de EU aansloegen, valt de hele Britse (beter: Engelse) leidende klasse te verwijten: het land lijdt sinds 1960 aan postimperiale zelfoverschatting en ontbeert gezaghebbende woordvoerders voor de mondiale machtsverhoudingen anno 2018. Het dilemma voor Europa: als wij het ze vertellen, voeden we rancune. Als we ze het eerst zelf laten uitvinden, met een dikke crash, krijgen we ook de schuld.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar Europees recht (Leiden). Zijn column is wekelijks.

    • Luuk van Middelaar