Recensie

Vonkig-ronkige virtuositeit op opening 7de Cellobiënnale

Recensie

Naast ruige celloklanken klonken er engelachtige tonen bij de wereldpremière van Roukens nieuwe compositie Angeli: het openingsconcert van de Cellobiennale waaierde breed uit.

Alle cello’s in de lucht: de stemming bij de opening van de Cellobiennale donderdag in Amsterdam was opgetogen Ronald Knapp

Het Muziekgebouw aan ’t IJ zo vol dat er stoelen op het podium bij moeten – dat zie je zelden. Voor het openingsconcert van de 7de Cellobiënnale donderdagavond was het nodig, en dan nog was er een wachtlijst. Het zegt iets over de populariteit van het festival, dat vanuit de smalle scope op één instrument breed uitwaaiert naar alle genres.

In tien dagen passeren meer dan 90 concerten, er is een celloconcours, je kunt cello’s uitproberen, er klinkt een parade aan nieuwe cellostukken en er is een uitgebreide educatieve programmering met onder meer een groot kindercello-orkest waarvoor ook een groep kinderen van de West Bank werden klaargestoomd en ingevlogen.

Lees ook: twee jonge cellosterren op het leukste festival

De Iraans-Perzische cellist Kian Soltani mocht het festival openen met Schumanns Adagio en Allegro in As, geweldig gespeeld en in de mix van dromerij en vonkig-ronkige virtuositeit ook het meest conventionele programmaonderdeel.

Wereldpremière

Je vroeg je daarna af of de wereldpremière van Joey Roukens’ nieuwe compositie Angeli met zijn etherische spanwijdte niet beter tot zijn recht zou zijn gekomen in een minder bont programma. Roukens koos een interessante bezetting – Cello Octet Amsterdam met vocaal vrouwenkwintet Wishful Singing – en spon van dertien lijnen een breed, grotendeels ingetogen betoog met een angeliek In Paradisum, een vocale behandeling die soms naar Perotinus leek te knipogen en troostrijk melancholieke akkoorden in het octet.

Nauwelijks bekomen werd je daarna vijf eeuwen terug de tijd in gekatapulteerd door de musici van Hesperion XXI, die hersens en voeten tot actie prikkelden met een selectie oude Spaanse volksmuziek, waarin de opruiende en tegendraadse percussie van Pedro Estevan werkte als aanjager voor de imposante virtuositeit van stergambist Jordi Savall (77) en medespelers.

Representant van de cello op zijn ruigst was Ashley Bathgate in de langzaam tot een industrieel inferno ontsporende minimalistische akkoorden van Michael Gordons Industry (1982). Ook “artist in residence” en hypervirtuoos Giovanni Sollima, die vrijdag de Anner Bijlsma Prijs krijgt, liet zijn cello hard werken in Costanzi’s Sonate in g, dat in zijn handen een swingend feestnummer bleek. Minder sterk was de bewerking van Zappa’s Wild Love, mede dankzij de wat gewilde poging mensen uit de zaal tot dansen aan te sporen.

Het geheel was zeer contrastrijk, en ergens miste je de vervoering die een langere adem eist. Maar dat de cello een veelzijdig prachtinstrument is – dat statement werd in alle toonaarden gemaakt.

    • Mischa Spel