Van films word je slimmer

Film Waarom is er geen ‘kijklijst’ voor scholieren, vraagt zich af. Van films leer je misschien nog wel meer dan van boeken.

Illustratie Cliff van Thillo

Als kind keek ik het liefst naar Annie, E.T. en Sjakie en de Chocoladefabriek. Toen de films Annie en E.T. uitkwamen, in 1982, was ik elf jaar. Ik herkende mijzelf in het roodharige weesmeisje Annie en in de aardige Elliot die vriendschap sluit met het ruimtewezentje. Tegelijk schotelden ze mij een andere wereld voor; Annie en Elliot waren helden, door hun doorzettingsvermogen en hun loyaliteit. Bij E.T. en Sjakie en de Chocoladefabriek kon ik mij verliezen in een onbekende fantasiewereld.

Dat is wat films doen. Ze tonen je een andere wereld, zetten je aan het denken, laten je dromen. Goede jeugd- of kinderfims vertellen bovendien verhalen vanuit het perspectief van het kind. Maar hoe vind je je weg in het woud van films, YouTube filmpjes en andere media?

‘De Mediajungle’ is dit jaar het thema van Cinekid, het kindermediafestival dat zaterdag 20 oktober van start gaat. Met dit thema baant het festival zich een weg door het enorme media-aanbod: de duizenden kinderspeelfilms, de 2,5 miljoen kinderapps, de miljoenen YouTube-filmpjes. De programmeurs van Cinekid kozen voor deze editie uit driehonderd speelfilms.

Die toename van het media-aanbod is niet van vandaag of gisteren. De commissie Jeugd, Geweld en Media stelde eind 2005 in een advies dat kinderen weerbaarder moeten worden in hun mediagedrag; de Raad voor Cultuur stelde in datzelfde jaar dat de overheid de plicht heeft om burgers ‘mediawijs’ te maken. Het ministerie van OC&W richtte in 2008 het landelijk expertisecentrum Mediawijzer.net op, om de mediawijsheid van kinderen en jongeren tussen de nul en achttien jaar te bevorderen. Vanaf dat moment werken diverse, al dan niet aan de overheid gelieerde instellingen aan wat ‘mediawijsheid’ is gaan heten; vaardigheden die je nodig hebt om actief en bewust deel te nemen aan de mediasamenleving.

Het belang van die vaardigheden mag niet worden onderschat. Op internet is er evenveel plaats voor de leugen als de waarheid – en alles wat daar tussen in zit. De gebruikers, jong en oud, vragen we om zelf kaf en koren te scheiden, echt nieuws te herkennen tussen fake nieuws en bronnen als betrouwbaar of onbetrouwbaar te herkennen. Maar we zouden mediawijsheid niet alleen moeten inzetten om slecht nieuws te onderscheppen. Mediawijsheid zou je ook moeten leren je beter uit te drukken, bijvoorbeeld.

Lees ook: Meer les maakt je niet ‘mediawijzer’

Sinds mijn aantreden als directeur van Cinekid, in 2017, vraag ik mij af waarom we kinderen niet beter in die door media gedomineerde wereld begeleiden. Er gebeurt te weinig en het gaat te langzaam. Naast het vertonen van kinderfilms biedt Cinekid het Medialab, waar kinderen onder andere workshops mediawijsheid kunnen volgen. Cinekid mag dan een warm bad in een overigens nogal guur media-onderwijsklimaat zijn, het is niet voldoende. Kinderen moeten niet alleen in de herfstvakantie met media aan de slag; mediales zou niet af en toe moeten worden gegeven, het zou een vaste waarde moeten zijn in het lesaanbod op basis- en middelbare scholen.

Positieve insteek

Die mediales zou een positieve insteek moeten hebben. Niet alleen omdat het zelden zin heeft om jongeren te waarschuwen voor zaken die zij nu juist leuk vinden, ook omdat we geen hel en verdoemenis hoeven te prediken.

Kinder- en jeugdfilms zijn uitstekend geschikt om in zo’n mediales te worden vertoond. In haar boek De dappere kijker beschrijft filosoof Ellen ter Gast hoe films en series juist (ethische) inzichten aan de orde stellen. Waarom bewonderen we schurken als J.R. Ewing, Gordon Gekko en Frank Underwood? Wat maakt hen zo slecht? Aan de hand van verhalen over helden en schurken uit series en films laat Ter Gast zien waarom we beter Netflix kunnen kijken dan Kant lezen. Van kijken word je slimmer. Of, zoals Ter Gast schrijft: „Eigenlijk bevat ieder verhaal een les. Je moet alleen bewust kijken, en praten over wat je ziet.” En waar kun je daar nu beter over praten dan thuis en in de klas?

Juist film, dat een sterk verhaal op beeldende wijze in relatief korte tijd vertelt, heeft de potentie om de kijker aan het denken te zetten. Goede jeugd- of kinderfims nemen kinderen serieus. Een kinderfilm kan een spiegel zijn, maar ook als breekijzer fungeren om zaken bespreekbaar te maken. Maak film daarom tot een vaste waarde in de medialessen op basis- en middelbare scholen. Neem de kinderklassieker Het Zakmes, van regisseur Ben Sombogaart, over het jongetje Mees dat per ongeluk een zakmes van zijn vriendje Tim krijgt. Die leert je iets over vriendschap en doorzettingsvermogen. In Billy Elliot, over de worsteling van een jongen uit een Britse achterstandswijk die balletdanser wil worden, leren jongeren dat het doorbreken van taboes je leven kan veranderen.

De kijklijst voor het basis- en middelbaar onderwijs had er natuurlijk al moeten zijn. Maar hoe moet deze eruit zien? Het aanbod is groot en divers; voor ouders en docenten is het niet altijd makkelijk een geschikte film te vinden. De Kijkwijzer geeft weliswaar waarschuwingen over wat wel/niet geschikt is voor bepaalde leeftijden, maar dat zegt niets over de kwaliteit of inhoud van een film.

Lees ook: Nepnieuws? Boeiuh! Het raakt scholieren niet

De VPRO Cinekid Top 100 zou uitkomst kunnen bieden. De lijst worden ieder jaar door Cinekid opgesteld, in samenwerking met VPRO Cinema. Op de lijst staan klassiekers (de oudste titel is The Kid, uit 1921, waarin Charlie Chaplin een baby vindt) en nieuwe releases (zoals de Duitse roadmovie Tshick, die in 2017 de MovieZone Cinekid Award won). De meeste films zijn van Nederlandse makelij, gevolgd door de VS. Maar er staan ook films uit minder voor de hand liggende filmlanden op, zoals Arriety van de Japanse regisseur Hiromasa Yonebayashi (2010).

Minister Engelshoven (Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen, D66) heeft op Prinsjesdag 900.000 euro beschikbaar gesteld voor filmeducatie.

Dat lijkt niet veel, maar ik kan me voorstellen dat het relatief weinig moeite kost om de kijklijst op te nemen in kunstzinnige vormingslessen of in de Culturele - en Kunstzinnige Vorming (CKV) in het middelbaar onderwijs. Daarna is het aan de leraar en de leerling. Onderschat het effect van zo’n kijklijst niet. Want ons ‘denkraam’, om met Marten Toonder te spreken, wordt voor een aanzienlijk deel bepaald door wat we zien, door de audiovisuele producties die we voorgeschoteld krijgen. Wie daarmee op een verstandige manier kan omgaan, heeft een voorsprong. Waar zij of hij ook vandaan komt.