Opinie

    • Michel Kerres

Spionage is romantisch in het museum, niet in de realiteit

In het spionnenmuseum in New York is het vuile werk van de wereldpolitiek nog romantisch, zag Michel Kerres. Maar dit is geen tijd voor naïviteit.

De hindernisbaan van laserstralen in het spionagemuseum. Foto housetribeca.com

Elke keer als ik een Russische spion op tv zie, denk ik: dat kan echt beter. Spionage is per slot van rekening een eeuwenoud beroep, elke zichzelf respecterende mogendheid houdt er een eigen vakopleiding op na en voor de zzp’er is er een hele bibliotheek om uit te putten. Hoe moeilijk kan het zijn?

In het schemerdonker haastte ik me daarom op Manhattan naar 8th Avenue om me te laten testen. Zou ík een spion kunnen zijn? En zo ja, welk spionnenspecialisme – veldwerk, contraspionage, cryptologie - zou het beste passen? Het liefst iets met snelle auto’s, gemixte drankjes en overwinteren aan de Côte d’Azur.

Want dat is een van de ongerijmdheden van spionage. Het mag niet, het is een vijandige daad, er komen mensen bij om het leven, soms zelfs onschuldige voorbijgangers die een flesje parfum oprapen, en toch hangt er een onweerstaanbare romantiek rond het vuile werk van de internationale betrekkingen.

Ik krijg een zwarte polsband om met een chip. Als ik ermee langs een zilverkleurig zuiltje swipe, word ik met voor- en achternaam verwelkomd. Ik beantwoord vragen over risicobereidheid, over het vermogen om te liegen. Na twee uur krijg ik van het nieuwe spionagemuseum Spyscape een uitvoerige beoordeling en het advies om spycatcher te worden. Spyscape is een van drie nieuwe spionagemusea aan de Amerikaanse oostkust – de ondernemers hebben de tijdgeest goed aangevoeld.

Over het bezoek had ik geaarzeld. Een spionagemuseum klinkt als een belegen tijdverdrijf voor blanke mannen van zekere leeftijd, iets voor de vliegtuigspotters onder de wereldduiders. Maar het publiek is divers en ook al heeft het museum commerciële Broadway-flair, het heeft ook een serieuze boodschap: question everything,

Ze hebben er de clichés die je zoekt. Het scheermesje dat in water altijd naar het noorden wijst, de scheerkwast met kompas in het handvat en natuurlijk de vulpen die eigenlijk een dolk is. Ze hebben de camera waarmee vanaf grote hoogte de Russische raketten op Cuba gefotografeerd werden en als je ‘novichok’ door een Duitse Enigma-machine haalt krijg je ‘bnoygdvw’.

Het is een museum over spionnen met veel aandacht voor de digitale burger. Al in de eerste vijf minuten komt de waarschuwing dat de telefoon het grootste veiligheidsrisico is, dat álles in de publieke ruimte gefilmd wordt en als je ziet wat de NSA over burgers verzamelt, durf je geen app meer aan te raken. Een medewerker duwt me een handig schuifje in handen waarmee ik thuis de camera van mijn laptop kan afdekken.

Want dat is ook wat je ziet in de donkere gangen: de donkere kanten van de overheid, elke overheid. Een collega was verontwaardigd over de brutaliteit waarmee de spionnen bij de OPCW te werk waren gegaan. Zomaar hacken vanaf de parkeerplaats van een hotel op klaarlichte dag in ons Den Haag. Die Russen! Maar het was niet de Haagse plantsoenendienst die ze op heterdaad betrapte.

Tegenover de overheid staat de burger met een groot talent voor naïviteit. Burgers die slordig omspringen met hun wachtwoorden en die maar al te graag vergeten dat ook de internationale bovenwereld van tegenwoordig een onderwereld heeft. Wie na het gestuntel van de militaire inlichtingendienst GROe nog niet wakker was, is met de botzaag uit Riad wel uit zijn vredige post-Koude Oorlog-sluimer gewekt. Het is 2018. Wees op uw hoede. Question everything.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.
    • Michel Kerres