Scholen moeten verhelderen waar hun geld heen gaat

Besteding in onderwijs Hoeveel geld besteden scholen aan hun leraren of besturen? De ministers willen dat ze dit duidelijker in de begroting zetten.

Scholen, hogescholen en universiteiten moeten duidelijker gaan opschrijven waar ze hun geld aan besteden. Dat schrijven ministers van Onderwijs Ingrid van Engelshoven (D66) en Arie Slob (ChristenUnie) deze week in een brief aan de Tweede Kamer.

1 Waarom is beter inzicht noodzakelijk?

Nu krijgen onderwijsinstellingen jaarlijks een ‘lumpsum’ van het Rijk: een vaste som die ze naar eigen inzicht besteden. De Inspectie van het Onderwijs en de accreditatie-instellingen controleren de kwaliteit. Toch vinden Kamerleden en andere belanghebbenden de verantwoording vaak onduidelijk. Besteden scholen niet te veel aan mooie gebouwen ten koste van de salarissen voor het personeel? En vakbonden vragen zich af: hoeveel geld gaat er naar de besturen?

Afgelopen zomer adviseerde de Onderwijsraad daarom om het inzicht in de financiën van onderwijsinstellingen te verbeteren. Instellingen moeten dan duidelijk maken aan welke beleidsdoelen ze het geld besteden. De ministers van Onderwijs hebben dit advies overgenomen.

2 Wat houdt de verandering precies in?

Bij hun begroting kunnen instellingen gebruik maken van zogenoemde benchmarks, oriëntatiepunten waaraan ze hun uitgaven afmeten. In hoeverre wijken de bestedingen aan schoolmeubilair af van het gemiddelde? Als instellingen hun begrotingsposten langs dezelfde meetlat leggen, kan iedereen beter aflezen wat voor beleid ze voeren. Ze kunnen ook beter onderling worden vergeleken.

3 Leidt dit niet tot meer bureaucratie?

Het gaat niet om meer maar om anders registreren. Edith Hooge, hoogleraar onderwijsorganisatie bij Tias, van Tilburg University, vindt dat een verbetering. „Ik begrijp goed dat er vragen zijn over de besteding van het geld. Voor de Kamer is het lastig om te beoordelen of de onderwijsdoelen zijn gerealiseerd. Ja, er zijn een jaarrekening en resultatenrekening. Maar stel er staat 2,7 procent ‘overige lasten’. Wat zijn die dan? Als je het onderwijs vernieuwt, kun je nu niet zien of dit via de leermiddelen of meer leraren gebeurt. Bij een jaarrekening vol beleidsinformatie is dat wel zo. Het past bij een decentraal onderwijssysteem dat directeuren en leraren inhoudelijker kunnen meebepalen waar het geld voor wordt ingezet en nagaan wat er wordt bereikt.”

4 Wordt er veel geld verspild in het onderwijs?

Gemiddeld besteden alle onderwijsinstellingen driekwart aan personeel en een kwart aan materieel – denk aan het gebouw, computers, potloden. Basis- en middelbare scholen hebben minder dure voorzieningen, dus daar gaat ruim 80 procent van het geld naar personeel. Dat blijkt uit een overzicht, het zogenoemde ‘nationale dashboard’ van inkomsten en uitgaven dat er nu al is. „Dat wijkt niet af van wat internationaal op scholen gewoon is”, aldus Hooge.

„Onderzoek van de onderwijsinspectie laat zien dat bestuurskosten niet afwijken van de norm. De kosten voor gas en elektra zijn wel behoorlijk gestegen. Dan heeft men soms iets uit de salarispot moeten halen. Scholen moeten meerjarig strategisch denken en daar reserves voor opbouwen. Als er extra geld ter beschikking komt, dan duurt het even voor het kan worden besteed, omdat scholen dan mensen moeten aannemen of nieuwe materialen moeten aanschaffen. Daar zit vertraging in.”

5 Dwingen die benchmarks de scholen niet op elkaar te lijken?

Nee, zegt Hooge. „Ik hoop juist wel dat er meer variatie komt in bestedingen. Scholen moeten niet op de algemene benchmark afgaan maar op die van scholen van vergelijkbare schaal of met dezelfde methode. Je praat er dan onderling over. Dat betekent niet dat je hetzelfde gaat doen. Een schoolbestuur kan ook besluiten 75 in plaats van 82 procent van de begroting te besteden aan leraren omdat ze meer ICT hebben. Een begroting waarin het beleid duidelijk wordt uitgezet, dwingt tot een beter gesprek met de Raad van Toezicht en de medezeggenschap.”

6 Worden scholen afgerekend op wat het geld heeft opgebracht?

Hooge: „Nee, dat gaat over iets anders. We hoeven niet precies te weten wat het geld heeft opgebracht. Onderwijs is niet iets dat je financiert, maar een basale overheidstaak. Dat blijkt ook uit de brief van de ministers. Het onderwijs is geen emmerfabriek. Het is niet de bedoeling om de leerwinst voor een kind per euro vast te leggen.

„Het onderwijs hier werkt volgens het leerstuk van de autonomie. In het buitenland is daar jaloezie over. In Frankrijk wordt elke leraar door de centrale overheid aangesteld en over het land uitgezonden. Hier kunnen scholen eigen leraren in dienst nemen. Besturen kunnen hun eigen strategie bepalen en geld naar eigen inzicht besteden. Met goede verantwoording en medezeggenschap. Dat is iets anders dan producten leveren.”

    • Maarten Huygen