Recensie

Schetsmatige les in menselijkheid van Davy Pieters

Recensie

In de futuristische bewegingsvoorstelling ‘How to build a universe’ schetst Davy Pieters hoe humanoids zich oefenen in menselijkheid. Met als sterkste onderdeel de geluidscollage van Jimi Zoet.

Humanoids testen elkaars lichaam in How to build a universe van Davy Pieters. Foto Jochem Jurgens

De voorstelling How to build a universe van Davy Pieters begint fascinerend, met een trippy sciencefictionsoundtrack en een vrouw in gele jurk die met een spot van boven wordt beschenen. Alsof ze elk moment kan worden opgebeamd of net via teleportatie is geland. Achter haar ontplooit zich een grote witte blob, waar even later plastic en gouden plukken folie uit waaien. De vrouw beweegt robotesk hoekig, met een hoofd dat kleine rukjes maakt. Van links komt er een uit plastic zakken gevormd creatuur aangekropen.

Terwijl de krassende en sissende geluidscollage van Jimi Zoet van karakter verandert en nieuwe lagen aanboort, zakt de blob ineen en zien we drie en even later vier andere humanoids. Hun blik is even wonderlijk leeg als van de vrouw in gele jurk en hun bewegingen even stram. Met name mimer Judith Hazeleger voert de mechanische tics beeldend uit; ook consequenter dan de anderen. Stap voor stap ontdekt het vijftal de wereld en de menselijkheid: lachen, huilen, klanken, zang, dans, lichaam, fietsen.

Zit er een schroefje los?

Alles wordt uitgedrukt in beweging, want praten doen ze niet.

Deze oefeningen in menselijke natuur leveren geen blijvend resultaat op. De figuren botsen en vallen, steeds weer. Alsof er ergens een schroefje loszit. Als er stukken huis de vloer op worden gereden, en er ook concreet aan het bouwen uit de titel van de voorstelling lijkt te worden begonnen, stagneert de ontwikkeling van de figuren. En van de voorstelling.

Na een half uur blijken de ideeën helemaal op. Er volgt alleen nog herhaling, met het zingen van een exceptioneel wezenloos dadadadadadadum als sterkste vertoon van nikserigheid. Dit deel doet meer denken aan het repetitieve minimalisme van Boogaerdt en Van der Schoot, collega’s bij Theater Rotterdam, dan goed is voor de voorstelling. Menselijkheid is misschien niet eenvoudig onder de knie te krijgen, maar in deze schets geeft Pieters het al te snel op.

    • Ron Rijghard