Minder kiezers graag

Verenigde Staten

In aanloop naar de midterms in de VS worden obstakels opgeworpen om de tegenpartij stemmen te ontnemen. De zwarte kiezer lijkt bovengemiddeld vaak te worden gehinderd.

Cuthbert, Georgia, de grootste plaats in Randolph County. Foto Jessica McGowan

Wie zou ook in Benevolence wíllen stemmen? Eén stap buiten de auto en honderden kleine muggen strijken neer op je oren, je hals, je handen. Nog geen twintig huizen telt het plaatsje en ze lijken uitgestorven op deze zonovergoten oktobermiddag. Alleen de schelle ratel van de krekels overstemt het gezoem van de muggen.

Naast de witte houten kerk van 1840 (doopsgezind) ligt een rechthoekig keetje met een schuin dak en een hoog rolluik. Op de deur staat ‘Station 5’. Het is een van de zeven locaties van waaruit de vrijwillige brandweer van Randolph County, Georgia, kan uitrukken. En op 6 november kunnen de inwoners van Benevolence en omgeving in dit keetje hun stem uitbrengen voor de midterm-verkiezingen – al heeft dat niet veel gescheeld.

In augustus maakte de plaatselijke kiesraad bekend dat hij van plan was zeven van de negen stembureaus in dit dunbevolkte gebied (1.100 km2, ruim 7.000 inwoners) te sluiten. Dat betekende dat sommige kiezers zo’n 15 kilometer zouden moeten reizen om te kunnen stemmen. Een groot deel van hen – vooral de ouderen en de armsten – zou dan waarschijnlijk niet de moeite nemen. De bevolking van Randolph County bestaat voor ongeveer tweederde uit mensen van Afrikaans-Amerikaanse afkomst, en die stemmen bovengemiddeld vaak op de Democratische Partij. Zo was een dubbele rel geboren: hier leek sprake van kiezershinder met een partijdige én een raciale component.

Het stembureau in Benevolence.

Foto Jessica McGowan

Eer en glorie

„Niet daar”, zegt Bobby Jenkins tegen de fotograaf. Jenkins, 66 jaar en gepensioneerd als leraar en hoofd onderwijs van Randolph County, wijst naar het standbeeld op het plein van Cuthbert. Op een hoge zuil in het plantsoen staat een soldaat van de Zuidelijken uit de Burgeroorlog. Op de sokkel staat dat hij en de zijnen „streden voor een op de Grondwet gebaseerde regering, zoals onze Founding Fathers die hadden gevestigd”. Geen woord over hoe het Zuiden de belangen van de op slavernij gebaseerde economie verdedigde.

Jenkins is oud genoeg om de wettelijke segregatie te hebben meegemaakt. „Ik zat hier op een school met alleen zwarte kinderen. Toen in 1967 de vrije schoolkeuze werd afgekondigd, gingen vier zwarte meisjes uit de buurt naar een witte school. Die hebben het zwaar gehad. Het jaar nadat ik eindexamen had gedaan, is onze school opgegaan in een gemengde. Alle zwarte directeuren werden toen plaatsvervangend directeur, dat snap je. Alle witte werden directeur.”

In augustus bladerde Jenkins, vergrootglas in de hand, door de plaatselijke krant en stuitte op het bericht over de sluiting van de stembureaus. Het argument was dat zeven van de negen locaties niet toegankelijk waren voor gehandicapten. Een opmerkelijk argument voor bijvoorbeeld de gelijkvloerse brandweerkeet in Benevolence, waarbij een bord staat dat gehandicapten naast de deur hun busje mogen parkeren.

Jenkins zegt dat het argument van de kiesraad voor sommige locaties wel degelijk klopte. „Die waren niet toegankelijk voor gehandicapten. Maar dat wisten ze al in 2012. Wil je me nou wijsmaken dat je in die zes jaar niet het geld of de moeite had willen nemen om die paar maatregelen door te voeren? Bij de voorverkiezingen eerder dit jaar konden alle mensen er kennelijk nog wel stemmen, bij de algemene verkiezingen van 6 november ineens niet meer.”

De vraag is wie voordeel heeft bij het beperken van het aantal kiezers. En die vraag wordt niet alleen in Randolph County gesteld.

Discriminerende uitwerking

Het Amerikaanse kiessysteem is complex. Elke staat heeft zijn eigen regels. Er zijn dus ook vele manieren waarop de kiezer kan worden belemmerd om naar de stembus te gaan. Vorige maand publiceerde de federale commissie voor de burgerrechten een rapport over de stand van zaken op dit gebied. Aanleiding was het schrappen van een bepaling in de wet die in 1965 het stemrecht voor alle Amerikanen regelde en de segregatie in de Zuidelijke staten doorbrak. Staten die hun kiessysteem wilden aanpassen, moesten hun nieuwe regels eerst aan de burgerrechtencommissie voorleggen. Die bepaalde of de regels een discriminerende uitwerking hadden. Het hoogste gerechtshof oordeelde in 2013 dat deze bepaling ongrondwettelijk was.

De commissie concludeerde dat burgers „substantiële, sterk ongelijke beperkingen van hun stemrecht” ondervinden. Nieuwe wetten en regels zorgden vooral voor een aantasting van het stemrecht van minderheden, aldus de commissie, en sommige van de verkiezingen die na het arrest van 2013 werden gehouden, zijn achteraf door rechters veroordeeld als „bewust discriminerend”.

Nu de midterm-verkiezingen naderen, duiken van alle kanten berichten op over beperkingen van het stemrecht. Zo geldt in Texas een collegekaart met foto niet als ID, maar een wapenvergunning wel. In North Dakota heeft het hoogste gerechtshof van de staat onlangs geoordeeld dat kiezers op hun identiteitsbewijs een huisadres moeten hebben staan. Daarmee zijn in één klap zo’n 5.000 native Americans hun stem kwijt: zij wonen in reservaten waar doorgaans geen huisadressen zijn. Florida is een van de staten die mensen die een gevangenisstraf krijgen, hun stemrecht ontneemt. Zij krijgen het hier ook niet terug nadat ze hun straf hebben uitgezeten. Daarmee zijn in Florida 1,5 miljoen mensen uitgesloten van het kiessysteem. Ter vergelijking: in 2016 versloeg Donald Trump in deze staat Hillary Clinton met een verschil van 100.000 stemmen.

In Georgia zijn tussen 2013 en 2017 1,3 miljoen namen uit het kiesregister gehaald. Van 417.000 was dat heel verstandig: die waren overleden. Maar de rest is om andere redenen geschrapt, voornamelijk omdat die kiezers niet hadden gestemd bij de laatste twee grote verkiezingen, een criterium dat in meer staten wordt gehanteerd.

Onderzoeksjournalist Greg Palast heeft vastgesteld dat in 2017 één op de tien kiezers in Georgia zichzelf niet kon terugvinden in de registers. Op zijn website kunnen inwoners van Georgia controleren of zij uit het kiesregister zijn verwijderd zonder dat zij het wisten. Persbureau AP stelde deze maand vast dat de registratie van 53.000 nieuwe kiezers in Georgia nog altijd niet is geregeld – en dat 70 procent van hen zwart is.

Saillant: Brian Kemp, die de afgelopen jaren als secretary of state van Georgia verantwoordelijk was voor de organisatie van de verkiezingen, is nu de Republikeinse kandidaat voor het gouverneurschap. Zijn tegenstander is de Democraat Stacey Abrams, die de eerste zwarte vrouwelijke gouverneur in de Verenigde Staten kan worden. „Dit is geen incompetentie, dit is bedrog”, zegt zij over de vertraging in de registratie. Kemp, in eigen woorden een „politiek incorrecte conservatief”, zegt dat Abrams „illegale immigranten probeert te laten stemmen”.

In de bibliotheek van Cuthbert schetst Bobby Jenkins, die hier in 2014 een afdeling van de Democratische partij oprichtte, de geografische contouren van de verkiezingen. Terwijl iedereen let op de ‘grote’ verkiezingen voor de landelijke Senaat, Huis van Afgevaardigden en gouverneurs, worden op 6 november ook verkiezingen gehouden voor de afgevaardigden op statelijk niveau en tal van publieke functies. Langs de wegen staan bordjes voor kandidaten voor het openbaar ministerie, de landbouwcommissie of het schoolbestuur.

Randolph County is een van de negen gebieden die samen ‘house district 151’ uitmaken. Jenkins: „In dat district wil de Republikein Gerald Greene worden herkozen in het Huis van Afgevaardigden van onze staat.” In 2014 versloeg Greene zijn Democratische rivaal met 1.600 stemmen. „Op zo’n aantal tellen onze stemmen dan ineens zwaar mee.”

Bobby Jenkins, voorzitter van de plaatselijke Democratische Partij

Foto Jessica McGowan

„Onze stemmen”, daarmee bedoelt Jenkins de stemmen van de zwarte gemeenschap. Hij weet dat dit overwegend stemmen zijn voor de Democratische partij. Er is namelijk een vergaande synchronisatie ontstaan van Democratische kiezers en burgers met een migratieachtergrond. Hoogleraar politicologie aan de Emory universiteit in Atlanta (Georgia), Alan Abramowitz, noemde zijn dit jaar verschenen boek niet voor niets The Great Alignment: het grote oplijnen. Kern van zijn betoog is dat aanhangers van de twee partijen die het Amerikaanse politieke landschap bepalen, ideologisch steeds verder uit elkaar zijn komen te staan. En dat etnische afkomst in die scheiding een grote rol speelt. Tussen 1976 en 2012 is het aandeel van niet-witte kiezers in de VS gestegen van 11 tot 28 procent. Onder het electoraat van de Democratische partij ging hun aandeel van 15 naar 45 procent.

Ziedaar het belang voor de Republikeinen om het niet-witte kiezers moeilijk te maken: ze stemmen haast niet op hun partij en ze zijn een fundament onder hun Democratische rivaal geworden.

Op-apen

Dat ras een rol speelt in de verkiezingsretoriek van president Trump en de Republikeinen is duidelijk. De zwarte sporters die uit protest knielen als het Amerikaanse volkslied wordt gespeeld, zijn een vast thema op de massabijeenkomsten waar Trump spreekt, net als de immigranten uit Midden-Amerika, die Trump steevast in verband brengt met de moorddadige bende MS13.

Toen de Democraten in Florida in augustus de zwarte Andrew Gillum hadden verkozen tot hun gouverneurskandidaat voor de verkiezingen in november, waarschuwde de volgende dag de witte Republikeinse kandidaat Ron DeSantis de kiezers. Zij hadden het nu zo goed door alle successen van Trump en ze wilden de boel toch niet „op-apen”?

„Racisme is nooit weg geweest, mensen durfden het alleen niet openlijk te tonen”, zegt Bobby Jenkins. „Taal en toon van Trump heeft hen van die schroom bevrijd.”

Abramowitz schrijft: „Meer dan enige andere presidentskandidaat in de recente geschiedenis heeft Trump heel effectief de raciale, culturele en ideologische verschillen in het electoraat gebruikt door direct te appelleren aan witte raciale vijandigheid.”

Racisme is nooit weg geweest, mensen durfden het alleen niet openlijk te tonen

Bobby Jenkins

„De verkleuring van Amerika jaagt de racisten angst aan”, zegt Jenkins. De Zuidelijke staten hebben vanouds een groot Afrikaans-Amerikaans bevolkingsdeel (in Georgia zo’n 30 procent). „Zij komen alleen minder vaak stemmen dan witte, dat is een historisch gegeven.”

Laten we eerlijk zijn, zegt Tracy Adkison daarom: „Er bestaat ook zoiets als kiezersapathie.” Zij is in Georgia voorzitter van The League of Women Voters, een organisatie die bijna een eeuw geleden werd opgericht om vrouwen aan te moedigen van hun nieuwe kiesrecht gebruik te maken. Hun zorgen over „voter suppression” gaat nu meer over obstakels die armen en etnische minderheden verhinderen te stemmen.

Ze is streng voor beide partijen. „Ik denk dat we veilig kunnen zeggen dat de partij die het in een staat voor het zeggen heeft, haar invloed gebruikt om het de eigen kiezers gemakkelijk te maken om te gaan stemmen, en de kiezers van de tegenpartij moeilijker.”

De vraag is: worden die obstakels in relatief grotere mate opgeworpen voor Afrikaans-Amerikaanse kiezers? „In Georgia is 70 procent van de mensen die niet als kiezers worden geregistreerd zwart”, dat zegt volgens Adkison genoeg. Ze is voorzichtig. „Ik ben geen autoriteit op dit gebied. Maar van wat ik zie en hoor: ja, zwarte kiezers worden bovengemiddeld vaak getroffen door deze obstakels. Zij hebben als kiezers vaak de doorslag gegeven. Er is sprake van een poging om de Afrikaans-Amerikaanse stem te onderdrukken.”

Correctie (26 oktober 2018): Afrikaans-Amerikanen maken zo’n 30 procent van de bevolking van Georgia uit, niet 60 procent, zoals hierbover eerder stond.

    • Bas Blokker