Opinie

    • Christiaan Weijts

Landtong

De basgitarist van Picture, Nederlands eerste heavymetalband, zoekt elke ochtend de stilte op. Midden in het Botlekgebied, tussen olieterminals, walmende schoorsteenpijpen en vrachtschepen is hier, totaal onverwacht, een kalm stuk natuur: de landtong van Rozenburg. Tien kilometer aan vogelbroedgebied, Schotse hooglanders, wandel- en fietspaden.

„Er zijn hier hanen gedropt,” vertelt de 69-jarige rocker, Rien Vreugdenhil. „Door kippenhouders die die beesten zat zijn.” Die geeft hij te eten, terwijl hij geniet van de rust.

Nu maakt hij zich ernstige zorgen, zoals iedereen op dit voormalige eiland. Ze zijn overvallen door Havenbedrijf Rotterdam, de grondeigenaar, dat hier een distributiecentrum wil neerzetten. „Twee kilometer lang, helemaal tot aan de modelvliegclub. Ze nemen een hap uit het breedste stuk natuur weg. Eénderde deel gaat eraan.”

Kan dat nog teruggedraaid worden, vroeg hij maandag aan burgemeester Aboutaleb, tijdens een debatavond onder regie van RTV Rijnmond. Het antwoord: „Ik vrees van niet.” Dit was in 2003 al bekend, zei hij. „En in 2015 is het nog eens herbevestigd.”

Dat ligt wat genuanceerder, vertelt Marjon McElligott, van de Gebiedscommissie Rozenburg, mij telefonisch: „Dat het zó grootschalig zou zijn, past absoluut niet bij wat ooit besproken is. Ze willen het inpassen in het landschap, maar wij weten hier hoe een distributiecentrum eruitziet. We hebben er namelijk nogal wat. Die zet je niet zomaar achter een heg. En daar komt al het verkeer nog bij.”

Als ik nu stapvoets de Noordzeeweg volg, fladdert er ineens een enorme zwerm vogels op, pal voor mijn ruit. Halverwege de landtong staat een uitkijktoren. Vorig jaar gebouwd, zestien meter hoog. Als je de Rozenburgers wilt begrijpen, moet je daar misschien op klimmen.

In het landschap lees je de geschiedenis, van steeds dichter oprukkende havens, kranen, petrochemietanks, ijswit tegen de paarse hemel, nu allemaal nog op afstand gehouden door een laatste stuk van oevers, grasland, bomen – als de holte van een vuist die zich sluit.

De laatste keer dat ik hier was, is zes jaar terug, op bezoek bij de laatste herenboerderij, van schrijver Aristide von Bienefeldt en zijn stokoude moedertje, die niet wilde wijken voor de Blankenburgtunnel.

Elk voorjaar kwam de ‘huismeeuw’ terug op zijn vaste plek voor haar keukenraam: „Dan is het feest.” Ze doorliepen het bekende traject dat je ook hier weer ziet: petities, inspraakavonden, bezwaarprocedures. Ook al was Aboutaleb maandag helder: „Terugdraaien gaat niet. Mijn advies: ga met elkaar praten over de precieze inpassing.”

De boerderij is inmiddels gesloopt, en Von Bienefeldt is onverwacht overleden. Het laatste wat hij me berichtte: „Ik dacht aan je vanochtend: de meeuw is vandaag vervroegd teruggekomen.”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.

    • Christiaan Weijts