Kabinet wil meer tijd voor besluit over zomer- en wintertijd

Verzetten klok Vicepremier Hugo de Jonge (CDA) vindt het voorstel van de Europese Commissie om lidstaten te dwingen tot een keuze tussen de zomer- en wintertijd nog „onvoldoende onderbouwd”.

Foto Getty Images

Het kabinet wil dat de Europese Commissie de lidstaten van de EU meer tijd geeft voor een besluit over het afschaffen van het halfjaarlijks verzetten van de klok. Een van de redenen is dat er eerst een peiling moet komen onder de bevolking over het onderwerp.

De ministerraad besprak vrijdag een voorstel van de Europese Commissie, dat lidstaten vraagt een keuze te maken tussen de zomer- en wintertijd. De snelheid waarmee Europa hierover wil besluiten noemt het kabinet „niet voldoende realistisch”.

Lees ook: Waarom we ieder jaar de klok vooruit- en terugzetten

De Europese Commissie hoopt dat alle EU-lidstaten voor april volgend jaar beslissen of het verzetten van de klok stopt en of zij voor zomer- of wintertijd kiezen. Als het besluit dan gevallen is, hebben de landen die voor zomertijd kiezen de klok voor het laatst verzet en doen de andere landen dat in oktober 2019 voor het laatst.

Vicepremier Hugo de Jonge (CDA) noemde het vrijdag op de wekelijkse persconferentie na de ministerraad „goed dat de Commissie dit agendeert” omdat het kabinet het „verstandig vindt om terug te gaan naar één tijd.” Wel is het kabinet kritisch over het huidige voorstel van de Commissie: dat tot kan tot gevolg hebben dat er binnen de EU verschillende tijdzones komen. Het kabinet vindt dat onwenselijk en wil meer tijd voor afstemming met de andere lidstaten over de keuze voor één tijd.

Nog geen voorkeur kabinet

Een voorkeur voor de zomer- of wintertijd heeft Nederland nog niet. Omdat het onderwerp volgens het kabinet „enorm leeft onder Nederlanders”, komt er een representatieve peiling onder de bevolking waarvan het kabinet de resultaten „zal meewegen”. De Jonge benadrukte dat met zo’n peiling uitdrukkelijk niet een referendum wordt bedoeld. Het kabinet gaat naast de bevolking ook belangenorganisaties en experts raadplegen.

Het kabinet wil ook meer tijd voor een besluit omdat het voorstel van de Europese Commissie nog onvoldoende onderbouwd zou zijn. Het voorstel „maakt nu onvoldoende duidelijk wat de exacte voor- en nadelen van de diverse keuzes zijn”.

Het Europese besluit om de klokken tegelijkertijd te verzetten werd in 1980 genomen om energie te besparen. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat het iets lagere energieverbruik in de avond voor een deel weer tenietgedaan wordt door het vaker aanzetten van de verwarming in de ochtend. Ook zou het (slaap)ritme van mensen verstoord worden.

Aan een permanente keuze voor de winter- en zomertijd zitten voor- en nadelen. De zomertijd klinkt aanlokkelijk vanwege meer dagen waarop het langer licht blijft, maar het wordt dan in de winter pas tegen tien uur ’s ochtends licht. Marijke Gordijn, de directeur van een adviesbureau in chronobiologie, zei vorige maand in NRC te vrezen dat mensen bij een permanente zomertijd later in slaap vallen en 's ochtends niet goed hun bed uit kunnen komen. De wintertijd zou het bioritme minder in de war schoppen.

Lees ook: Brussel is eruit: verzetten klok moet stoppen

Binnen de Europese Unie loopt de zomertijd van de laatste zondag van maart tot de laatste zondag van oktober. Volgend weekend wordt de klok dus weer teruggezet naar de wintertijd, officieel de standaardtijd.

    • Pim van den Dool