Opinie

    • Sjoerd de Jong

Ja, rechters hebben een naam, maar een vonnis is geen persoonlijke opinie

Wat is de juiste balans tussen het personaliseren van uitspraken van de rechtbank? En hoe staat het eigenlijk met de juridische kennis van NRC over het recht?

Ze waren er verontrust over, en ook een beetje nijdig, de rechters-in-opleiding. Waarom noemde de krant de namen van rechters in strafzaken? Een vonnis is geen subjectieve opinie of zoiets, maar een uitspraak, op basis van de wet, van de rechtbank – vaak een meervoudige kamer.

Ik sprak die juristen op een bijeenkomst over recht en media in Utrecht, en dit was wat hen het hoogst zat (behalve de vraag of journalisten vonnissen ook echt lazen). Terwijl NRC nota bene zelf dagelijks een ongesigneerd Commentaar publiceert, als mening van ‘de krant’. Waarom geldt dat dan niet voor uitspraken van dat andere instituut, de rechtbank?

De zorg van die rechters-in-opleiding kan ik me indenken, anno 2018. Het noemen van namen hoort bij de journalistiek – en die van rechters zijn openbaar, in het belang van transparantie en verantwoording. Maar in een tijd waarin álles gepersonaliseerd wordt (‘wie ben jij om dat te zeggen?’) ondervinden ook rechters de nadelen daarvan. De tirades van Geert Wilders en de zijnen tegen ‘neprechters’ of ‘D66-rechters’ zijn een patent voorbeeld: de uitspraak van een rechter wordt gereduceerd tot een effect van zijn persoonlijkheid, biografie of vermeende politieke voorkeur. En dan is er de zware misdaad, die niet terugdeinst voor bedreiging van juridische ambtsdragers.

Aan de andere kant, de rechterlijke macht zelf zoekt directer contact met het publiek; rechtbanken vertalen vonnissen naar ‘gewone-mensen-taal’, rechters geven interviews (soms ook over omstreden vonnissen die ze ooit velden, zoals Hans Hofhuis over de zaak tegen Lucia de B.).

Wat is hier de juiste balans, en hoe staat het eigenlijk met de juridische kennis van NRC, een krant die vanouds veel wordt gelezen in de beroepsgroep?

Eerst die kennis. Kleine fouten zijn er altijd wel in een krant, een lezer wees me er vorige week op twee. In buitenlands nieuws was sprake van vrijspraak van een Spaanse gynaecoloog, terwijl hij geen straf kreeg wegens verjaring; in een artikel op Binnenland stelde per abuis niet de Staat maar de Stichting Urgenda hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank. Het laatste was gewoon een verschrijving (die is gecorrigeerd), het eerste verwarring bij het vertalen van een buitenland persbureaubericht.

Dat kan eenvoudig worden voorkomen door buitenlandse juridische terminologie op een rijtje te zetten. Ook in het Stijlboek van de krant, nu onder revisie, komt een lemma over veelgebruikte juridische begrippen, begrijp ik, en dat is een goed idee. Overigens, juridisch redacteur Folkert Jensma verzorgt intern geregeld een cursus over het recht.

Een andere, flinke stap voorwaarts op juridisch gebied is overigens onlangs online gezet. Het juridische blog van Jensma, een succesvolle community met bijdragen van buiten dat de laatste jaren helaas wat in het digitale bos verdween, is vernieuwd en opgenomen in een nieuwe sectiepagina op nrc.nl, ‘Recht’, met juridisch nieuws, dossiers, de rubriek De Zitting en columns (via ‘menu’, ‘meer secties’, ‘recht’).

Dan die balans in het noemen van namen, ook die van rechters. Die komen veelvuldig voor in de rubriek De Zitting, waarin drie redacteuren (Jensma, Merel Thie en Wubby Luyendijk) verslag doen van een rechtszaak die normaliter het nieuws niet zou halen (en ja, ze lézen de vonnissen). De krant heeft al decennia zo’n rubriek; die geeft lezers inzicht in de gang van zaken bij een rechtbank, wat zowel juridisch als sociologisch interessant kan zijn. Bij de ene auteur ligt het accent dan ook meer op het recht, bij de andere op human interest. Achternamen van verdachten worden niet vermeld.

En de rechters? Nou ja, de ene auteur (Jensma) vindt die minder relevant, omdat hij vooral iets wil laten zien over het recht. Het gaat om tamelijk willekeurige zaken, heel vaak bij uiteenlopende rechtbanken. Kortom, om illustratieve stukjes, niet om consequente rechtbankverslaggeving waarin het nuttig kan zijn om de uitspraken van één met naam genoemde rechter of rechters te volgen. Een ander vermeldt de naam van de rechter bijna altijd, omdat dat transparanter is, menselijker – de rechter is geen robot – en omdat die naam in principe openbaar is en op de rol staat.

Hier past wel een kleine historische excursie, die ook al laat zien hoezeer de tijden zijn veranderd. Frits Abrahams, die van 1991 tot 1997 de rechtbankrubriek in NRC schreef (‘Bij de politierechter’, later ‘Bij de rechter’), herinnert zich dat veel rechters destijds juist graag met hun naam in zijn rubriek wilden en soms na de zitting nog even een praatje kwamen maken met de meneer van de krant. Ja, dat was in de papieren tijd, vóór de komst van internet en de permanente woedemolen van sociale media. Overigens gaf Abrahams verdachten consequent een gefingeerde naam (dat stond onder zijn stuk vermeld), wat inmiddels bij NRC taboe is verklaard.

Het pleit voor de rechters lijkt nu in elk geval beslecht, bij De Zitting staat sinds kort een blokje met de namen van de ‘deelnemers’: officier van justitie, advocaat van de verdachte en rechter.

Geeft de krant daarmee het signaal dat een vonnis een subjectieve opinie is? Niet zolang de wet erbij wordt uitgelegd en duidelijk wordt gemaakt dat een rechtbank meer is dan één rechter.

De personalisering van maatschappelijke verhoudingen is een feit, for better and worse – maar het is juist voor een krant als NRC, die de rechtsstaat hoog in het vaandel heeft, zaak om ook op formele verhoudingen te blijven wijzen, dus hier: op het recht en de rechtbank als instituties.

Dan kan dat stichtelijke Commentaar tenminste ook ongesigneerd blijven.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong