Helft van de promovendi is vrouw, maar cum laude krijgen ze zelden

Wetenschappelijk bedrijf Aan alle Nederlandse universiteiten hadden mannen de afgelopen jaren meer kans om cum laude te promoveren dan vrouwen. De criteria voor cum laude promoveren zijn niet objectief gedefinieerd, dus er is volop ruimte voor genderbias.

Mannen hebben meer kans om cum laude (‘met lof’) te promoveren dan vrouwen. Dat blijkt uit onderzoek van NRC. Alle Nederlandse universiteiten leverden gegevens aan over hun cum laude promoties van de afgelopen jaren. Bij de helft van de universiteiten hadden mannen anderhalf tot twee keer zo veel kans op cum laude als vrouwen, bij enkele universiteiten zelfs meer dan twee keer zo veel.

Het predikaat cum laude is een positief kwaliteitsoordeel, zowel over het promotie-onderzoek dat iemand heeft uitgevoerd als over de onderzoeker als persoon. Aan alle Nederlandse universiteiten samen promoveerden de afgelopen jaren tussen de 4.000 en 5.000 mensen per jaar; cum laude wordt bij minder dan één op de twintig toegekend, nog geen 200 per jaar.

Schrijven mannen betere proefschriften? Daar is geen enkel bewijs voor en het is ook onwaarschijnlijk. Meisjes doen het beter op school, vrouwen studeren vaker en sneller af. En de criteria voor cum laude promoveren zijn niet objectief gedefinieerd. Bij cum laude afstuderen wel: dan moeten iemands cijfers hoog genoeg zijn (wat precies hoog genoeg is, kan per opleiding verschillen). Maar bij promoties is een cum laude-oordeel subjectief.

En cum laude promoveren is goed voor je carrière. Als iemand een onderzoekssubsidie aanvraagt of solliciteert naar een post-doc-positie (een tijdelijke onderzoeksbaan voor een gepromoveerde), is het een pre. Dat zeggen wetenschappers en onderzoek laat het ook zien. „Uit mijn onderzoek onder Wageningse alumni”, zegt Gab van Winkel van Wageningen University & Research, „blijkt dat cum laude gepromoveerden vaker en langer actief blijven in het onderzoek, binnen en buiten universiteiten, en vaker hoogleraar worden dan andere gepromoveerden.” Hij doet promotie-onderzoek naar de vraag hoe het promoveren zich de afgelopen honderd jaar heeft ontwikkeld.

En in een onderzoek uit 2004, onder 238 mensen die tussen 1985 en 2000 in Groningen gepromoveerd waren, bleek dat de mensen die cum laude gepromoveerd waren vaker binnen de universiteit waren blijven werken. Opvallend is dat van de mannen met cum laude de grootste groep (36 procent) hoogleraar was geworden, terwijl bij de vrouwen met cum laude de grootste groep (32 procent) op het niveau van universitair docent was blijven steken (27 procent was hoogleraar geworden). Het gemiddelde functieniveau van de niet cum laude gepromoveerde mannen was hoger dan dat van de cum laude gepromoveerde vrouwen. Salaris: dito.

Academische carrièreladder

Dat vrouwen het in Nederland moeilijk hebben om carrière te maken aan de universiteit, is bekend. Bij elke stap hoger op de academische carrièreladder, neemt het aandeel vrouwen af. Het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren laat in hun Monitor tegenwoordig jaarlijks zien hoe het percentage vrouwelijke hoogleraren in Nederland maar uiterst traag richting een 50/50-verdeling kruipt: van 9,9 procent in 2005 tot 19,3 procent in 2016.

Sinds drie jaar strijden vier Nederlandse vrouwelijke hoogleraren onder de naam Athena’s Angels tegen ongelijke kansen voor vrouwen in de wetenschap. Maar als een van hen, de Utrechtse universiteitshoogleraar Naomi Ellemers, hoort over de sekseverschillen in cum laude promoveren, wil ze niet te snel concluderen dat vrouwen benadeeld worden. „Kun je eerst eens kijken hoe de verdeling van cum laudes over disciplines is?”, vraagt ze. „Komt het misschien doordat bèta’s, en dat zijn vaker mannen, vaker cum laude krijgen? Het is misschien duidelijker wanneer iemand ‘nul fout’ heeft voor een probleem in een bèta-vak dan in een alfa of gamma-vak.” Maar nee, daar zit het hem niet in: in bèta-vakken wordt niet vaker cum laude gepromoveerd dan in andere vakgebieden. „Integendeel”, zegt ook Wageninger Gab van Winkel. „Bèta’s zijn er vaak juist zuinig mee.” (Dat vakgebieden verschillen in de kans op cum laude promoveren, levert trouwens geen oneerlijke concurrentie op, omdat onderzoekers voor beurzen en banen concurreren binnen hun eigen vakgebied.)

Er is ruimte voor bias bij het voordragen en toekennen, bevestigt Ellemers desgevraagd. „De standaard is onduidelijk en het vergelijkingsmateriaal, andere promovendi, is op dat moment niet betrokken in de beoordeling.” Uit onderzoek is bekend, vervolgt Ellemers, dat mannelijke onderzoekers in aanbevelingsbrieven vaker als excellent omschreven worden dan vrouwen, en dat vrouwen in die brieven meer mitsen en maren meekrijgen. „Van zowel mannen als vrouwen overigens. Het zou dus best kunnen dat mannelijke promovendi ook eerder worden voorgedragen voor cum laude, of een in ronkender taal geschreven cum laude-voorstel meekrijgen dan vrouwelijke promovendi.” Verder, zegt Ellemers, worden wetenschappelijke prestaties van vrouwen vaker toegeschreven aan de input van een co-auteur of promotor, hard werken of geluk en prestaties van mannen eerder aan talent. „Dat kan de beslissing om cum laude voor te stellen of toe te kennen ook beïnvloeden. In het hele proces is veel ruimte voor eigen initiatief om voor te dragen, en eigen criteria voor oordelen op punten waarvan bekend is dat gender bias objectiviteit in de weg kan staan.”

De Leidse onderzoeker Inge van der Weijden, gespecialiseerd in de manier waarop mensen carrière maken aan de universiteit, denkt dat daarnaast een rol kan spelen dat de promotor en veel commissieleden vaak mannen zijn. Want, zegt ze: mannen bevoordelen andere mannen. Waarschijnlijk niet bewust, maar het gebeurt. Ze noemt onderzoek uit 2011 waaruit blijkt dat de toch al kleine kans dat er een vrouwelijke hoogleraar wordt benoemd nog kleiner wordt naarmate er minder vrouwen in de benoemingscommissie zitten – van 22 procent bij twee of meer vrouwen in de commissie tot 7 procent bij nul vrouwen in de commissie. „Je kiest vaak iemand die op je lijkt”, zegt Van der Weijden.

Met ruim 80 procent mannelijke hoogleraren worden dus misschien vooral promovendi voor cum laude voorgedragen die op hen lijken. „In 2016 en 2017 waren vrouwen ineens oververtegenwoordigd in Wageningse cum laude promoties. De helft van hen had een vrouwelijke promotor”, weet Gab van Winkel. Over de hele linie laten de cijfers overigens geen trend zien dat de kans op cum laude promoveren voor mannen en vrouwen gelijker wordt.

Er is nog meer onbewuste bias tegen vrouwen in de wetenschap. Het sekseverschil in cum laude promoveren doet Van der Weijden denken aan onderzoek waaruit blijkt dat vrouwelijke wetenschappers minder kans maken op subsidie. In de periode 2007-2013, bijvoorbeeld, was 25 procent van de aanvragen voor onderzoekssubsidie bij het het European Research Council van een vrouw, maar slechts 20 procent van de gehonoreerde aanvragen. En tussen 2010 en 2012 hadden vrouwen minder kans op een Veni-beurs van NWO dan mannen (14,9 tegenover 17,7 procent). Bij vrouwen, schrijven Romy van der Lee en Naomi Ellemers, die dit laatste in opdracht van NWO onderzochten, wordt de kwaliteit van de onderzoeker lager ingeschat dan bij mannen, maar niet de kwaliteit van het onderzoeksvoorstel dat die vrouwen hebben geschreven. En dat terwijl uit andere studies blijkt dat mannen niet systematisch betere cv’s hebben dan vrouwen. Maar het kan er bijvoorbeeld mee te maken hebben, denken Van der Lee en Ellemers, dat de prototypische wetenschapper nog steeds een man is.

Ontvrouwelijkte formuleringen

Dat zie je terug in subsidieregelingen, en óók in promotiereglementen. Die verwijzen naar de onderzoeker met ‘hij’ en ‘hem’. „Indien deze aanvrager niet in dienst is van een Nederlandse universiteit, dient hij aantoonbaar te beschikken over voldoende ervaring op het desbetreffende onderzoeksgebied”, staat bijvoorbeeld in de meest recente subsidieregeling van NWO, uit 2017. Nergens ‘zij’.

En het promotieregelement van de VU meldt: „Ingeval de Promotor of de eventuele Copromotor van mening is dat de Promovendus in zijn Proefschrift van meer dan gewone bekwaamheid blijk heeft gegeven, dient hij ten minste 60 dagen voor de Promotie een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot verlening van het predicaat Cum laude in bij de Decaan.” Zo’n ontvrouwelijkte formulering schept ruimte voor de impliciete gedachte of het gevoel dat een vrouw eigenlijk niet in de wetenschap hoort of er niet goed kan functioneren – niet zo goed als een man.

„Misschien is cum laude promoveren te beschouwen als een van de laatste bastions die vrouwen moeten veroveren”, zegt Gab van Winkel. „Ooit was studeren iets voor rijke witte mannen. Vanaf de jaren 50, 60 kwamen er steeds meer vrouwelijke studenten.” In 1959 was in Nederland ongeveer een vijfde van de studenten vrouw, evenveel als het aandeel vrouwelijke hoogleraren nu. „Daarna gingen vrouwen ook promoveren. Nu is de helft van de promovendi vrouw. Maar dat zien we nog niet bij het cum laude promoveren.”

En hoe erg is dat? Erg, vindt Ellemers: „Dit soort bijzondere erkenningen aan het begin van de loopbaan kan over tijd een groot en cumulatief effect hebben, weten we. Een cum laude maakt dat je eerder een belangrijke beurs krijgt, wordt voorgedragen voor een internationale prijs voor je proefschrift, een baan krijgt aangeboden... Als daar dus een bias in zit, kan dat een belangrijke factor zijn die ervoor zorgt dat vrouwelijk talent minder snel zichtbaar wordt en minder wordt aangemoedigd dan mannelijk talent.”

Gab van Winkel denkt dat er boven een bepaalde grenswaarde aan vrouwen op topposities een vrouwvriendelijke cultuur zal ontstaan. „En dan gaat het hard.” Maar Inge van der Weijden gelooft niet dat dat vanzelf gaat. „Er moet een landelijk volgsysteem komen voor gepromoveerden en cum laude gepromoveerden”, zegt ze. „Daar pleit ik al langer voor. Als dit niet centraal wordt bijgehouden en je weet de samenstelling van de commissies niet, kan dat een mogelijk oneerlijk systeem in stand houden. De kans is al klein om in de wetenschap te blijven. Je weet als onderzoeker dat het dan belangrijk is om persoonsgebonden beurzen te krijgen. En cum laude promoveren helpt daarbij.”

    • Ellen de Bruin