Opinie

    • Caroline de Gruyter

Dit zijn helemaal geen onderhandelingen

‘Onze onderhandelingen voor toetreding tot de EU kon je nauwelijks onderhandelingen noemen”, zei een Poolse diplomaat eens. „Je wilt bij een club met spelregels, waar bestaande leden jaren over onderhandeld hebben. Als nieuwkomer moet je die regels aanvaarden, punt. Sommige Polen wilden dat, anderen probeerden shortcuts te vinden of uitzonderingen te bedingen. De échte onderhandelingen vonden nauwelijks plaats tussen Polen en Brussel, maar tussen Polen onderling.”

We hebben deze week weer een hoop drama beleefd in de Brexitsaga. Wel een deal. Oh, toch niet. Maar net zoals toetreden tot de EU nauwelijks een kwestie is van onderhandelen, zoals de Pool uitlegde, valt er over uittreden ook weinig te onderhandelen. De echte onderhandelingen die nu plaatsvinden, zijn tussen Britten onderling.

Dat is frustrerend voor de Britten. Maar de Europese Unie is een community of law, een stelsel van regels en wetten dat sinds de jaren vijftig langzaam is opgetuigd. Veel wetten en regels gaan over het functioneren van de interne markt, over eisen die aan goederen en diensten op die markt worden gesteld. De interne markt is goeddeels ontworpen door de Britten. Het was eurocommissaris Lord Cockfield die dit unieke systeem heeft opgetuigd (Margaret Thatcher benoemde hem hiervoor in Brussel) – uniek, omdat het een sterke rol biedt voor het Hof in Luxemburg, dat bindende uitspraken doet als er geschillen rijzen. Als één land zich heeft ingespannen om die interne markt uit te breiden, was het wel het Verenigd Koninkrijk.

Veel interne marktregels komen voort uit geschillen tussen twee landen op gebieden die nog niet gereguleerd zijn. Vaak begint dat als één land een buitenlands bedrijf probeert te weren. Vroeger escaleerden die conflicten vaak politiek, en soms militair. Nu stapt de gedupeerde partij naar de Europese Commissie, die de plicht heeft een compromisregel te ontwerpen die de angel uit het conflict haalt. Alle lidstaten moeten die regel goedkeuren. Dat is een koehandel: iedereen wil het beste voor ‘zijn’ bedrijven. Maar als de regel er eindelijk is, tornt niemand er meer aan. Als iedereen aan regels gaat sleutelen, is het fundament van de EU – de markt die vetes tussen landen depolitiseert, en dus een enorm politieke functie heeft – binnen de kortste keren weg.

Daarom zei een Brexit-sleutelfiguur in Brussel laatst: „Ik onderhandel niet. Ik zit de Britten vooral onze regels uit te leggen. Ze vragen alsmaar dingen van ons die we niet kunnen bieden.” Veel Britten die weten hoe de EU werkt, zijn uit Londense ministeries weggezuiverd.

Con O’Neill, de Britse onderhandelaar bij de toetreding (1973), noemde de onderhandelingen destijds „secundair”. Waar het om ging, was het acquis communautaire – de regels van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap – overnemen: „We must swallow the lot, and swallow it now.” Niet omdat de EEG zo vilein was, maar omdat al die regels „het resultaat zijn van conflicten tussen lidstaten, en ze dus een compromis zijn van nationale belangen”.

De Britse regering heeft afgelopen tijd vaak gezegd dat zíj compromisvoorstellen gedaan had, en dat Brussel nu maar moest bewegen. Alsof dit een ‘gewone’ onderhandeling is, waarbij je elkaar uiteindelijk ergens in het midden ontmoet. Maar zo zit het niet. Tot nog toe is er weinig onderhandeld, behalve bijvoorbeeld over een calculatiemethode om de Britse financiële bijdrage (40 miljard euro of meer) te bepalen. Voor de rest was het aan het Verenigd Koninkrijk om te bepalen wat het wilde. Douane-unie? Volledige interne markt? Onderwerping aan het Hof? Bij elke optie liet Brussel dan weten welke rechten en plichten daarbij horen.

De échte onderhandelingen over Brexit vinden plaats in Londen. Tussen Britten. Binnen de Conservatieve partij. Precies waar het een paar jaar geleden begon.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

    • Caroline de Gruyter