Zes jaar geleden begon wijkagent Wilco Berenschot op straat spreekuur te houden in het Nieuwe Westen.

Foto Rien Zilvold

Wijkagent nieuwe stijl gaat landelijk

Politie Wilco Berenschot heeft met zijn wijktafel en zijn pop-up politiebureau in West de politie in de wijk veel toegankelijker gemaakt.

Een agent met grijze krullen zit aan een Frans terrastafeltje midden op een plein in de Rotterdamse wijk het Nieuwe Westen. Op het andere stoeltje zit een buurtbewoner. Wijkagent Wilco Berenschot (54) en de buurtbewoner zijn in gesprek. Er staat een plukje mensen te wachten. Zij hebben ook iets met de wijkagent te bespreken.

Dát beeld gaan de bewoners van het Nieuwe Westen missen. Berenschot gaat zijn wijktafel-concept uitleggen aan ándere agenten. Hij gaat als Landelijk Operationeel Specialist andere wijkagenten vertellen hoe het hem lukte om „met twee poten in de Hollandse klei” in gesprek te gaan met de mensen in zijn wijk. En hoe hij van de bewoners leerde om de wijk echt te begrijpen.

Berenschot merkt dat zijn wijktafel-methode werkt. Andere wijkagenten namen zijn idee over en ondervonden ook dat het een makkelijke manier was om contact te leggen. Daarnaast is ook onderzoek waaruit blijkt dat contact tussen bewoners en politie een positief effect heeft op het gevoel van veiligheid en dat het vertrouwen in de politie toeneemt. Marc Schuilenburg, docent strafrecht en criminologie aan de VU, volgde voor zijn onderzoek Positieve veiligheid. Naar een nieuwe Rotterdamse veiligheidsstrategie onder meer Wilco Berenschot. De ervaringen van wijkagenten en samen met onderzoek leidden er toe dat Berenschot nu landelijk aan de slag gaat.

Toen hij zes jaar geleden begon als wijkagent in de volksbuurt in Rotterdam, was dat midden in de economische crisis. Berenschot: „Bewoners waren niet bezig met hun gevoel van veiligheid, maar met vragen als: ‘Heb ik morgen nog een baan?’, ‘kunnen de kinderen op een voetbalclub?’ en ‘lukt het me om vanavond een warme maaltijd op tafel te zetten?’ Hoe ga je dan in gesprek over de buurt?”

Via het wekelijks spreekuur lukte dat niet. „Mensen hebben wel iets anders aan hun hoofd”, zegt Berenschot. „De paar die wel kwamen, hadden een serieus probleem of waren notoire klagers. Die klagers heb je ook nodig. Dat zijn vaak mensen die zich met hart en ziel inzetten voor de wijk.” Maar hij wilde ook de andere dingen horen – een oudere buurvrouw die vereenzaamt, de straat waar te hard gereden wordt, de vrouw die brood op straat gooit voor de duiven waar ratten op af komen. „Zaken die niemand op een spreekuur komt vertellen.”

Dan ga ik wel naar hen

Als mensen niet naar mij komen, dan ga ik wel naar hen, dacht Berenschot. Zijn eerste ‘mobiele wijktafel’ (het terrastafeltje) zette hij op het Mathenesserplein, op 12 januari 2013. Het vroor een paar graden. „Verbaasde blikken natuurlijk.” Maar al snel nam de eerste voorbijganger plaats. Binnen een uur sprak hij twaalf mensen.

Een week later zat Berenschot er weer. Dit keer zorgde het Leger des Heils voor een bakje snert. Het liep als een trein en de wijktafel werd een blijvertje. Hij twitterde er ook over, zodat bewoners wisten waar ze hem konden vinden. Tegenwoordig is er bijna geen wijkagent zonder twitteraccount, maar Berenschot begon in 2010 als een van de eersten. Hij vond het een ideaal medium om met bewoners te communiceren. Inmiddels heeft hij ruim 12.000 volgers.

Berenschot vindt social media sowieso een uitkomst voor de wijkagent. Whatsapp-groepen bijvoorbeeld, daar doet hij ook aan. „Natuurlijk gaat het wel eens mis, al spreken we van te voren af dat die groep er niet is om elkaar welterusten te gaan wensen. Maar sommige groepen zijn heel succesvol.” Neem die van de Burgemeester Meineszlaan, waar wel honderd gezinnen inzitten. Na een schietpartij meldden zich via een oproep in de appgroep drie getuigen.

Waar de gesprekken aan de wijktafel het vaakst over gingen? Over veiligheid, zegt Berenschot. Onprettige plekken, hangjongeren, kapot straatmeubilair. Mensen zijn ook vaak bang voor het onbekende, leerde hij. „Neem de Marokkaanse moskee in de wijk. Daar gaan moslims bidden. Vergelijkbaar met christenen die naar de kerk gaan. Maar van een hoofddoek en een djelabba raken mensen toch van streek. Dat komt ook door de media, die negatieve zaken uitvergroten.” Berenschot zat regelmatig met zijn wijktafel in de buurt van de moskee. In de portiek als het regende, of voor de deur bij mooi weer. „Ik zat er ook voor de moskeegangers. De imam vertelde hen vaak voor de preek dat ik er zat en waarom. Maar ik zat er ook voor niet-moslims, zodat we het eens konden hebben over wat daar binnen gebeurde. Je kunt best eens binnenlopen, zei ik dan.”

Huiselijk geweld

Hij maakte bijzondere dingen mee. Zoals de oudere vrouw die steeds weer achteraan sloot aan de rij voor zijn tafel. Uiteindelijk was ze toch aan de beurt. ‘Ik word mishandeld door mijn zoon’, fluisterde ze. Ze was niet de enige die een geval van huiselijk geweld kwam melden. „Zulke zaken noteer ik, en ik maak een afspraak”, zegt Berenschot. „Dat ga ik niet op straat bespreken. Maar ik geloof wel dat de drempel om zo iets te vertellen lager is als je zo makkelijk benaderbaar bent.”

Een andere manier om benaderbaar te zijn, is het pop-up politiebureau – ook een idee van Berenschot. De wijkagent kwam er op door de opkomst van de pop-up winkel. Hij hield kantoor in een leegstaand kantoor, in een basisschool, een verzorgingstehuis. En in een groot herenhuis van een man die niet thuis was, maar zijn drie teckels wel.

Het was in zo’n pop-up politiebureau dat een postbode binnenliep. Hij had per ongeluk een brief in de verkeerde brievenbus gegooid maar de bewoner deed maar niet open. Uiteindelijk klom Berenschot via de regenpijp naar boven en keek op het balkon van de eerste verdieping in de verwilderde ogen van een man met een lange baard. „Hij bleek al tien jaar niet meer buiten geweest. Voor hem hebben we hulp geregeld.”

Berenschot bedacht niet alleen de mobiele wijktafel en het pop-up politiebureau. Hij introduceerde ook Agent bijt hond geïnspireerd op het televisieprogramma Man bijt hond. Het betekent dat hij ergens aanbelt en vraagt of hij daar zijn boterham mag opeten. En even mag babbelen, natuurlijk. Hij heeft verhalen over bewoners die midden in de dag opendoen in hun badjas, zonder iets er onder. Hij vertelt over de oudere dame die zegt: ‘Dat treft. Ik ben vandaag jarig!’ Samen delen ze het taartje dat ze voor zichzelf kocht. En hij vertelt over de kunstenaar die zijn kunst niet verkocht kreeg. Hij zat krap bij kas en bleef maar staren naar de boterhammen van de wijkagent. „Uiteindelijk heeft hij drie van de vier opgegeten.”

Correctie (18 oktober 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond dat er geen onderzoek was gedaan naar de wijktafel-methode. Dat klopt niet. Onderzoeker Marc Schuilenburg en zijn collega’s keken onder meer naar de wijktafel-methode voor hun onderzoek: Positieve veiligheid. Naar een nieuwe Rotterdamse veiligheidsstrategie. Hierboven is dat aangepast.

    • Sheila Kamerman