Voorbereiden op de marathon: Dromen

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Illustratie Merel Corduwener

Het zinderde afgelopen zondag boven de atletiekbaan van AAC in Amsterdam. Niet alleen omdat het zulk prachtig weer was. Onder de deelnemers die zich warmliepen, bevonden zich veel lopers die deze zondag de marathon van Amsterdam lopen. Afgetrainde, tanige lichamen met duizenden kilometers in de benen. Wie een marathon wil lopen, moet gaan houden van het asfalt. De weg wordt het huis van het lichaam.

Ik haak aan, luister naar hun voorbeschouwing en denk terug aan de marathons die ik zelf gelopen heb.

Ooit liep ik de marathon van Amsterdam in een niet onverdienstelijke tijd van 2 uur en 43 minuten. Hard voor getraind, veel voor gelaten. Ik viel af, werd dun als de Magere Brug. Saïda, mijn vrouw, beklaagde zich erover. Ik genoot van de zelfkwelling. Ik at, liep en sliep. De overzichtelijkheid van dat bestaan werkte bedwelmend. De dag van de wedstrijd werd de opoffering uitbetaald in snelle kilometers.

De marathon verliep volgens een perfect scenario. De laatste kilometers door het Vondelpark voelden als een zegetocht. Niet lang daarna raakte ik geblesseerd. De hardloopschoenen raakten hun magie kwijt. Ik werd een man met een probleem. Een blessure doet meer pijn dan de zwaarste kilometer in de zwaarste marathon.

Aan de Sloterplas ga ik mijn eerste tien kilometer in jaren lopen. De sportieve gesprekken met de hardlopers werken aanstekelijk. Zit er ook weer een marathon in mij?

Ik verlang naar dat moment van verbroedering

De hardlopers houden elkaar nauwlettend in de gaten. Wie heeft er zondag goede benen? Er wordt geroddeld. Zo is er Theo, een veteraan van 60 jaar die op latere leeftijd begon met hardlopen. Bloedfanatiek. Hij gaat op voor het Nederlands kampioenschap. Niks mis mee zou je denken. Toch niet, is de teneur. Men ergert zich aan zijn winnaarsmentaliteit. Ik ken Theo. Ik heb vaak in kleine wedstrijden rond Amsterdam tegen hem gelopen. We lopen ongeveer dezelfde tijden. Ik kan het fanatieke waarderen, het houdt me scherp. Met sommige tegenstanders verbroeder je. Je weet wat je aan elkaar hebt. Na afloop vallen we in elkaars armen en gaat ieder zijns weegs. Ik verlang naar dat moment van verbroedering. Moet ik wel eerst een marathon lopen. Een doel stellen.

Maar meer dan de concurrentie wordt het weer gevreesd. Het is aangenaam warm voor de toeschouwer langs de kant, voor de hardlopers betekenen deze zomerse dagen een martelgang. De opwarming van de aarde heeft de marathon bereikt.

We begeven ons naar de start van de tien kilometer. De voorhoofden gutsen van het zweet. Voor de marathonlopers is dit de laatste test. Voor mij markeert het een nieuw begin. Gaan trainen voor die andere grote Nederlandse marathon, die van Rotterdam, in het voorjaar. De marathon begint werkelijkheid te worden wanneer je ervan begin te dromen.

Het startschot voor de tien kilometer klinkt, we zijn vertrokken. Ik geniet van het horen van mijn ademhaling. Ik geniet van het ritme van de benen. Het lijkt allemaal vanzelfsprekend te gaan.

Over 175 dagen is de marathon van Rotterdam.

    • Abdelkader Benali