Opinie

    • Ellen Deckwitz

Storm

Voor het eerst sinds eeuwen leek een zomer bijna even lang te duren als die uit mijn kindertijd. Bij ieder terras dat ik de afgelopen maanden pakte, werd er dan ook flink op de zon getoost. Er was echter altijd wel een onheilsprofeet aanwezig (vaak was ik die zelf) die benadrukte dat al deze warmte een voorproefje is van de klimatologische rampen die Nederland te wachten staan. Dan zit je toch iets minder lekker in dat gekoesterde licht.

Begin deze week was ik aan het kanovaren met mijn neefjes (10 en bijna 13). We peddelden wat langs oude waterlinies, schepten een meerkoet, reanimeerden een meerkoet, peddelden verder.

„Wat een raar idee dat het volgende week koud wordt”, zei de jongste, helemaal high van al dat licht.

„Gelukkig maar”, zei de oudste, „het móét afkoelen. We zijn al veel te hard aan het opwarmen geweest deze zomer, ik hoop dat het snel gaat regenen, straks smelt er weer een ijsberg.”

Ze dreven voor me uit. Even leek het kanovaren niet meer op sporten maar op voorbereiden. Kinderen hebben tegenwoordig heel andere angsten. In mijn tijd was je bang voor clowns of geesten die je televisie vertiefden. Tegenwoordig ligt de jeugd wakker van een zeespiegel die binnen afzienbare tijd tot aan hun slaapkamerraam zal staan. Hebben ze nachtmerries over oceanen vol plastic, in plaats van over monsters. Als opvoeder kan je daar weinig tegenin brengen, want die opwarming is aan alles te merken. Mijn ouders konden tenminste nog zeggen dat spoken onzin waren en moordende clowns alleen in Amerika voorkwamen. Tegenwoordig sta je met je mond vol tanden. Mijn neefjes zetten, als ze bij mij logeren, altijd de thermostaat zo laag dat ze op een zeker moment met blauwe vingers onder hun dekentje liggen.

‘Er moet ook energie overblijven voor de kinderen na ons”, roept de jongste wanneer ik dan naar de verwarming loop.

Na het kanovaren gingen we naar het pannekoekenhuis. De lucht betrok een beetje, waarop de oudste een zucht van verlichting slaakte.

„Eindelijk herfst”, verzuchtte hij. Zijn broertje pakte buienradar.nl erbij waaruit bleek dat het niet zou gaan regenen en het de hele avond nog zomers warm zou blijven. Beiden staarden een beetje sip voor zich uit. Ik wist niets te bedenken om hen op te vrolijken. Vroeger was je als kind stuiterblij met de zon. Nu is ze een stil verwijt, en zien jongeren mooi weer als een teken van vernietiging.

„Misschien gaat het deze winter wel heel hard vriezen”, zei de jongste hoopvol.

We stroopten onze broekspijpen nog wat verder op, zaten de warmte voor de storm uit.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz