Minister wil Stint voorlopig nog niet terug op de weg

Deze donderdagmiddag diende in Utrecht een kort geding tegen vervoersminister Van Nieuwenhuizen. Een gastouder uit Almere probeert het Stint-verbod via de rechter op te heffen.

Stints. Foto Rob Engelaar/ANP

De Stint, de elektrische bolderkar van het fatale ongeluk in Oss op 20 september, komt als het aan minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) ligt voorlopig nog niet terug op de weg. Onderzoeksinstituut TNO heeft van de minister de opdracht gekregen voor een onderzoek naar de technische aspecten en veiligheid van de Stint. Dit onderzoek wordt rond de jaarwisseling afgerond.

Lees ook: Kinderen vervoeren zonder Stint: fiets, taxi of lopen

Dat bleek donderdagmiddag bij een kort geding in Utrecht. Een gastouder uit Almere, Michelle van Zundert van gastouderopvang Het Kinderstraatje, probeert via de rechter het tijdelijke verbod te laten opheffen. Zij heeft één Stint en kan de zes kinderen op wie ze past nu niet goed vervoeren. Op 1 oktober besloot minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) om de toelating van de Stint tot de openbare weg „te schorsen voor onbepaalde tijd”. Dat besluit is omstreden omdat de gevolgen ingrijpend zijn en de gronden onduidelijk.

3.500 Stints ongebruikt

Veel kinderdagverblijven maken gebruik van de Stint, geïntroduceerd in 2012 voor het vervoer van kinderen van en naar school. Tot aan het ongeluk in Oss leek het een veilige en verantwoorde manier van vervoer. Er staan nu 3.500 Stints ongebruikt aan de kant. De Nederlandse fabrikant met dertig werknemers probeert het bedrijf overeind te houden. Organisaties voor kinderopvang denken dat de kosten voor ouders zullen stijgen omdat ander vervoer – busjes, taxi’s – duurder is.

Het besluit van de minister is ook omstreden omdat niet helder is op basis waarvan zij precies heeft besloten tot de schorsing. De rechter probeerde dat te achterhalen maar stuitte op onduidelijke antwoorden van de advocaten van de minister, Elisabeth Pietermaat en Floortje de Bruijn van landsadvocaat Pels Rijcken. Zelf concludeerde de rechter dat het feitenrelaas van de Inspectie Leefomgeving en Transport, voortkomend uit een kort ‘verkennend onderzoek’, de doorslag gaf.

Lees ook: Mocht de Stint te snel de weg op?

‘Selectief geciteerd’

RTL Nieuws meldde woensdag dat de minister bij de onderbouwing van haar besluit selectief heeft geciteerd uit een nog geheim rappport. Dit kwam tijdens het kort geding niet aan de orde, maar rechtskundig adviseur Werner van Bentem, die Het Kinderstraatje bijstaat, maakte wel duidelijk dat de kans op een technisch defect bijzonder klein is. Een noodsituatie ontstaat pas als twee afzonderlijke onderdelen tegelijk niet goed functioneren. Volgens advocaat Pietermaat „kan zich een situatie voordoen waarin het zeker is dat Stint onveilig is.”

Dat er na de goedkeuring technische wijzigingen zijn aangebracht aan de Stint, noemde de minister aanvankelijk ook als reden voor de schorsing. De elektromotor is verzwaard van 800 naar 1.200 Watt. Waarom heeft de minister niet gekozen voor handhaving en alleen de exemplaren met een niet goedgekeurde motor van de weg gehaald, wilde de rechter weten. Omdat er ook andere wijzigingen waren, was het antwoord. Inmiddels geldt dit niet meer als argument voor de schorsing. Pietermaat: „De wijzigingen zijn een gegeven. Op dit moment ook niet meer dan dat.”

Van Bentem betwistte de bevoegdheid van de minister om de Stint van de weg te halen. Toelating is wel wettelijk vastgelegd, verbieden niet. Volgens de advocaten van de minister gaat het om een ‘impliciete bevoegdheid’: wie het recht heeft om een voertuig toe te laten, mag dat voertuig ook verbieden. En daarmee ook schorsen, want dat is een mildere variant van verbieden. De uitspraak volgt op 1 november. Diezelfde avond spreekt de Tweede Kamer met minister Van Nieuwenhuizen over de Stint.

Correctie (18-10-2018): In een eerdere versie van dit bericht stond dat het verbod op de Stint hoe dan ook tot het einde van dit jaar duurt. Dat was niet juist: de rechter beslist op 1 november al of het verbod van kracht blijft. Hierboven is dat aangepast.

    • Mark Duursma