‘De bouw leert te weinig van ongelukken’

Ingestorte parkeergarage

De Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzocht het instorten van de parkeergarage bij Eindhoven Airport. Conclusie: de hele bouwsector moet verbeteren.

Illustratie Roland Blokhuizen

Het goede nieuws was dat er niemand omkwam tijdens het ineenstorten van de parkeergarage bij Eindhoven Airport, in mei vorig jaar. Het slechte nieuws was dat een splinternieuw, bijna voltooid gebouw überhaupt was ingestort, een maand voor oplevering.

Hoe kon dat gebeuren? Over die vraag boog de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) zich. Donderdag, anderhalf jaar later, verscheen het rapport.

De OVV is minder kritisch op de veelbesproken bollenvloer dan andere onderzoekers, maar hard voor de bouw als geheel: die moet een „noodzakelijke verbeterslag” maken.

1 Wat ging er volgens de OVV mis in Eindhoven en hoe verschilt dat met eerder onderzoek?

De parkeergarage in Eindhoven werd gebouwd met zogeheten breedplaten, dunne, geprefabriceerde betonnen platen. Tussen die platen zaten betonbesparende kunststof bollen. Verschillende breedplaten werden vervolgens met elkaar verbonden, ondersteund door pilaren.

Volgens de OVV ging het in Eindhoven mis omdat bouwer BAM deze breedplaten anders heeft gelegd dan gebruikelijk, door ze een kwartslag te draaien. Daardoor kwam er te veel kracht op de naden tussen de platen. De stalen koppelwapening die de extra kracht moest opvangen, was op zijn beurt niet lang genoeg, concludeert de OVV. Dit, in combinatie met warm weer, zorgde ervoor dat de parkeergarage op 27 mei 2017 instortte.

Die conclusie gaat in tegen een eerder rapport over de garage. Onderzoeksinstituut TNO en Adviesbureau Hageman constateerden juist dat de hechting tussen de geprefabriceerde breedplaten en het ter plaatse gestorte beton, al dan niet gevuld met kunststof bollen, zelf het probleem was. Die hechting zou door een nieuw soort beton niet genoeg zijn. Daarnaast werd de bovenzijde van de breedplaten niet ‘opgeruwd’. Opruwen zou helpen tegen het loskomen en schuiven van de twee lagen.

Simon Wijte, hoogleraar structural design aan de TU Eindhoven, leidde dit onderzoek voor Hageman en blijft bij die conclusies. „Het draaien van de bollenvloer leidt wel tot een risicovollere constructie, maar is niet de oorzaak van de instorting”, aldus Wijte. Hij doet nog steeds onderzoek naar de breedplaatvloeren. Daaruit zou blijken dat als een vloer voldoende hecht en ruw is, hij grote trekkracht kan weerstaan, ook met relatief korte koppelwapening.

2 Wat moet er nu gebeuren met de breedplaatvloeren?

De OVV wil dat onderzoek naar mogelijk ondeugdelijke gebouwen nu meer gericht wordt op het ontwerp en de richting van vloeren, in plaats van de hechting van betonnen platen.

Naar aanleiding van de ingestorte parkeergarage in Eindhoven heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken alle gemeenten opgedragen een stappenplan uit te voeren, samen met eigenaren van gebouwen. Dat stappenplan is een soort checklist die mogelijk gevaarlijke betonnen vloeren in kantoren, winkelcentra, parkeergarages en andere gebouwen moet identificeren.

Lees ook: Dit is wat de betonvloeren deed instorten

Honderden gebouwen werden doorgelicht. Een klein deel werd uit voorzorg gesloten, zoals de kantoren waar de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie gehuisvest zijn en een gebouw van Hogeschool Windesheim.

Bob Gieskens, directeur van branchevereniging VNConstructeurs, is verbaasd over de aanbeveling van de OVV om de focus van het onderzoek te verleggen. Hij denkt niet dat dat nodig is. Bestudering van het vloerontwerp is nu ook al onderdeel van het stappenplan, zegt hij. „Dat is het eerste dat je doet als je wilt berekenen welke krachten er op een vloer spelen.”

Niemand weet precies hoeveel breedplaatvloeren al onderzocht zijn, en welke nog moeten, zegt Gieskens. Veiligheid van gebouwen is een taak van de eigenaar en het toezicht is niet centraal geregeld, maar een taak van de gemeente.

„Maar”, zegt hij, „onze leden zijn betrokken bij onderzoeken en uitvoeren van het stappenplan en de laatste tijd zijn er geen nieuwe risicovloeren meer aangetroffen”. Verschillende gebouwen, zoals dat van Windesheim, werden verstrekt. „Ik heb de indruk dat bij de gebouwen die als risico gekwalificeerd zijn, in alle gevallen maatregelen zijn getroffen.”

3 De OVV is hard voor de bouwsector. Wat is daar mis?

Zeer kwalijk vindt de OVV dat bij de parkeergarage in Eindhoven waarschuwingssignalen door niemand werden opgepikt: er zaten scheuren in de vloeren en ook stonden er plassen op meerdere plekken in het pand, zaken die volgens de OVV „wezen op een constructief veiligheidstekort”. Dat is geen incident, concludeert de OVV, die de afgelopen tijd liefst vier bouwongevallen onderzocht. In de bouwsector wordt „onvoldoende [geleerd] van ongevallen”.

Daarnaast is er sprake van „een schuldcultuur”, aldus het rapport, waarbij het afwentelen van schuld belangrijker is dan het verbeteren van veiligheid. In aanbestedingen gaat het bovendien vooral om de prijs, en worden risico’s onvoldoende doorgrond.

Ook is de verantwoordelijkheid op de bouwplaats te verdeeld, zowel in Eindhoven als bij de andere bouwongevallen die de OVV onderzocht. „Het ontbrak aan een centrale partij die zicht had op de risico’s van het gehele bouwproces.”

4 Hoe kan het beter in de bouw?

Niet alleen moet de bouwsector zelf beter leren van zijn fouten, ook vindt de OVV dat het toezicht verbeterd moet worden. De Wet kwaliteitsborging bouwen, die nog door de Eerste Kamer moet worden goedgekeurd, hevelt bouwtoezicht over naar private partijen. Daarop vooruitlopend is gemeentetoezicht sterk verminderd, merkt de OVV. Ook Rob Nijsse, hoogleraar building engineering aan de TU Delft, waarschuwde onlangs in NRC voor uitholling van overheidstoezicht.

Maar de vele veiligheidsincidenten, schrijft de OVV, „tonen aan dat deze sector niet zonder publiek toezicht kan”.

    • Jos Verlaan
    • Geertje Tuenter