Recensie

Op vakantie in eigen stad bij de Polat Göks

Rotterdam, 16 oktober 2018Restaurant SahlanFoto: Walter Herfst

Linke boel om deze herfst een stukje te beginnen met de vermelding dat het de ‘laatste, warme nazomerdag’ was waarop je nog buiten kon eten, want voor hetzelfde geld lopen ook dit weekend de terrassen weer gewoon vol. Maar goed, zo’n aller-allerlaatste prachtige herfstavond was het afgelopen zondag, toen we op de lange buitenbanken van Sahlan Ali op de Rodenrijselaan neerstreken.

Sinds 2015 runnen Yildiz Polat Gök en haar man Haydar daar hun eigen zaakje. Moeder Yildiz stelt de Turks-Koerdische kaart van Sahlan Ali samen, pa staat in de keuken en de zoon des huizes doet de bediening. In zijn aankleding is restaurantje gezellig – best een verademing om weer eens in een Rotterdams tentje te zitten waar de boel nou eens níet naar de dominante smaak van hippe twintigers en dertigers is ingericht. Bij de Polat Göks zijn de muren niet ongestuct en kaal maar volgehangen met tapijten, kélims, oosterse snuisterijen, landschapsfoto’s en familieportretten uit het voormalige vaderland. Aan het plafond hangen her en der kleurige lampen voor een maximum aan sfeer. Bonte folklore ja, maar smaakvol en geenszins zó over de top dat je je in een toeristische tingeltangel waant.

Het menu in Sahlan Ali kan de authenticiteit van het gebodene ten dele onderstrepen. Ik schrijf voor de zekerheid ‘ten dele’, aangezien zoon Ali bij het bestellen niet helemaal precies kan vertellen welke gerechten ervan nou echt uit Koerdistan zijn. Hij houdt er op dat zijn daar uit afkomstige moeder vijf schotels op haar repertoire heeft die op zijn minst op die streekkeuken zijn geïnspireerd. Dat is voor ons aanbeveling genoeg, en we worden daarin niet teleurgesteld. Origineel Koerdisch dan wel een variant daarop van mevrouw Polat Gök: de yerisk köfte van gegrild lamsgehakt met abrikozen, kaneel, krenten, dille en spinazie in moerbeisaus (18 euro) is zó lekker dat ik hem met mijn armen om het bord heengeslagen moet beschermen tegen het herhaalde „toch-nog-even-een-proefje” van mijn tafelgenote.

Bonte folklore ja, maar smaakvol en geenszins zó over de top dat je je in een toeristische tingeltangel waant.

Omgekeerd weerstaat zij meerdere aanvallen op haar gemarineerde en vervolgens gegrilde dorade met dikke schijven bloedsinaasappel en citroen en peterselie (22,50 euro), die in al zijn eenvoud al net zo onweerstaanbaar uitpakt. Ook de böregi’s (6,50 euro) die we vooraf laten doorkomen, overtreffen de verwachtingen. Vaak zijn deze ‘sigaren’ van bladerdeeg gevuld met kaas, spinazie en – soms – lamsgehakt heel vettig of juist te droog, maar in Sahlan Ali zijn ze knapperig en zeker niet al meteen te machtig. Regelmatige bezoekers van Turkse restaurants weten het: rustig aan doen met mezze, omdat je door de overdaad van die entrees vaak al bent afgeserveerd voordat het hoofdmaal zich aandient.

Dat waren we dus weer mooi even vergeten: behalve de sigaren namen we ook nog twee schaaltjes ‘gestampte’ bieten (6 euro) en dito aubergines (8 euro) als voorgerechtje. Daarover waren we dan iets minder te spreken. De dikke yoghurt waarmee ze tot standaard-‘smeerseltjes’ (vreselijk woord, vreselijk fenomeen) zijn vermalen, maakt dat je nog geen halve seconde het idee hebt dat je groenten aan het eten bent, zoals ze zich in verfijning ook maar moeizaam laten vergelijken met een goede hummus of baba ganoush. Daar zou hier of ginder nog wel eens kleine culture war over uitgevochten mogen worden.

Aanbeland bij het dessert zijn we dat smeerseltjesdingetje onmiddellijk vergeten. Meneer laat zich méér dan tevreden stellen met een hurma tatlisi (gepureerde dadels, noten en ijs, 7 euro), mevrouw toont zich al even ingenomen een bescheiden kommetje rijstepap (4 euro) en het genoegen dat ze anderhalf uur lang Haydar en Ali Polat Gök op hun vingers heeft kunnen kijken: „Ik vind ze alletwee zo knap dat ik nog steeds geen idee heb wie ik zou moeten kiezen.”

Wim de Jong is culinair recensent.

    • Wim de Jong