Nederlands-Indonesisch gezin maakt zich op om Nieuw-Guinea te verlaten in 1962 omdat Indonesië het Nederlandse gebiedsdeel dreigt in te nemen.

Foto Larry Burrows/The LIFE Picture Collection/Getty Images

Zij keren aan het einde van hun leven nog één keer terug naar Indonesië

Indiëgangers

Nederlanders die in Indonesië woonden in de koloniale tijd, zien er vaak tegenop om terug te gaan naar het land van hun jeugd. Als ze oud zijn, gaan ze soms toch.

Indonesië moesten ze maar vergeten. Ze waren nu immers in Nederland, híer moesten ze hun leven opbouwen. Teruggaan was geen optie. Tot één van de kinderen, tientallen jaren later, plotseling zegt: Zullen we gaan? Wil je nog één keer terug? De Indiëgangers, Nederlanders die de koloniale periode van Indonesië bewust hebben meegemaakt, sterven uit. En juist aan het einde van hun leven maken ze vaak nog een reis naar het land waar ze geboren zijn, waar ze hun jeugd hebben doorgebracht, waar ze zoveel herinneringen aan hebben.

Robert Feddes van Dari-Java organiseert zulke rootsreizen en hij vertelt dat meestal de kinderen met het idee komen. „Die zijn dan zelf al in de veertig of vijftig. Ze gaan vrij laat nadenken, waar kom ik eigenlijk vandaan? In hun opvoeding kregen ze er ook weinig over te horen.” Het op leeftijd raken van hun ouders speelt natuurlijk ook mee: „Nu kan het nog, denken ze.”

Veel ouderen hebben een ideaalbeeld van Indonesië, vertelt Feddes. „Ze zijn bang dat als ze teruggaan er weinig van hun herinneringen overblijft.” Hij helpt hen plekken van vroeger terug te vinden. Volgens Feddes staat dat huis, die school of die fabriek er nog in ongeveer zeventig procent van de gevallen, al is het vaak een bouwval, of een restaurant, of iets anders. „En Indonesiërs zijn vriendelijk, ze mogen altijd binnenkomen.”

De oude reizigers bezoeken ook verdrietige plekken, zoals overblijfselen van interneringskampen waar hun ouders of grootouders hebben gezeten in de tijd van de Japanse bezetting. Ongeveer de helft van Feddes’ klanten is Nederlands, schat hij, de andere helft heeft een gemengde achtergrond en noemt zichzelf Indisch of Indo.

Sterft met de laatste generatie Indische Nederlanders ook dit soort rootsreizen uit? Robert Feddes denkt van niet. Juist ook de jongere generaties zijn volgens hem geïnteresseerd in hun familiegeschiedenis, terwijl er voor hen een taboe van geweld of verdriet omheen hangt. „Ze kunnen ook zonder opa of oma gaan.”

Drie keer op rootsreis naar Indonesië

    • Annemarie Kas