Verlaten olieveld in Bakoe, Azerbaidjan, 1999.

Josef Koudelka

Koudelka: de desolate schoonheid van verwoeste landschappen

Interview Josef Koudelka, fotograaf

Magnum-fotograaf Josef Koudelka legt in strakke, soms bijna schilderachtige composities vast hoe door menselijk ingrijpen het landschap kan veranderen in een smerige, ontoegankelijke plek.

Nee, zei Josef Koudelka, toen curator François Hébel hem in 2013 vroeg of het niet een geweldig idee zou zijn om zijn foto’s van industriële landschappen tentoon te stellen op het nieuwe fotofestival Foto/Industria in Bologna. Nee, hij had geen zin en geen tijd die foto’s af te drukken voor het festival. En nee, hij wist trouwens ook niet waar die foto’s waren, misschien had hij ze niet eens meer. Het zou vele gesprekken, flinke overtuigingskracht en vier jaar duren voordat Koudelka uiteindelijk ja zou zeggen. Pas in 2017 was zijn serie Industrial Landscapes op het Italiaanse fotofestival te zien. Grote zwart-wit panoramafoto’s, 3 bij 1 meter, van landschappen die Koudelka sinds het eind van de jaren 80 had gefotografeerd in Frankrijk, Zuid-Amerika, het Midden-Oosten en de Black Triangle – de regio op de grens van Duitsland, Tsjechië en Polen die bekendstaat als een van de meest vervuilde landschappen van Europa. Alhoewel op al die foto’s nauwelijks mensen te zien zijn, is hun invloed overal akelig zichtbaar. Koudelka legde in strakke, soms bijna schilderachtige en abstracte composities vast hoe door menselijk ingrijpen het landschap veranderde in een vaak smerige, onooglijke en ontoegankelijke plek. Waar vrachtauto’s met hun enorme banden modderige sporen op de aarde achterlaten, schoorstenen dreigende rookpluimen uithoesten, olievaten zijn gedumpt in verlaten groeves en boortorens hun vuile werk doen tegen een grimmige wolkenhemel.

Frankrijk, regio Nord-Pas-de-Calais, het noordelijke departement. Duinkerk, Sollac, 1987. Foto boven: verlaten olieveld in Bakou, 1999. Josef Koudelka

De tentoonstelling is nu voor de tweede keer te zien, onder de titel Industries, in de Helmondse Kunsthal. Speciaal voor de opening is de 80-jarige Tsjechisch/Franse Koudelka op een zondagmiddag met de trein vanuit Parijs hiernaartoe gekomen, samen met curator François Hébel. Koudelka, sinds 1971 gevierd lid van het Parijse fotoagentschap Magnum, wandelt ondanks een recente heupoperatie verrassend kwiek door de zalen.

Liever geen interviews

Hij heeft toegezegd één interview bij de tentoonstelling te doen, maar drentelt lang rond voordat hij bereid is even te gaan zitten voor een paar vragen. Daarbij nodigt hij Hébel uit een stoel aan te schuiven en hem hier en daar in zijn antwoorden aan te vullen. Koudelka staat erom bekend dat hij een hekel heeft aan interviews en weken voor de opening stuurt Magnum al een tekst over hem, 22 pagina’s, waarover Koudelka verder geen vragen meer wenst te beantwoorden. En dus gaan we het hier vandaag niet hebben over zijn verleden. Niet over de foto’s van de Russische invasie in Praag in 1968 waar hij zo beroemd mee werd. Of over de indrukwekkende series over zigeuners, die hij maakte in Tsjechië en de rest van Europa, toen hij daar rondzwierf – letterlijk; Koudelka had vanaf het moment dat hij in 1970 Tsjechië verliet tot hij in 1987 de Franse nationaliteit kreeg, geen huis en was statenloos.

Mensen zien uw grimmige landschapsfoto’s als een waarschuwing tegen milieuvervuiling.

Koudelka: ,,Ik kan niet controleren hoe mensen naar mijn foto’s kijken. Het maakt me ook niet uit. Ik leg mijn foto’s niet graag uit en ik praat er niet graag over. Deze foto’s van verwoestingen van het landschap zeggen iets over de menselijke aard. Ze zeggen iets over industrialisatie in de 20ste eeuw, hoe wij onze productieketen hebben ingericht. Ik ben geen milieuactivist maar het is prima als mensen door deze foto’s zich geroepen voelen actie te ondernemen.”

Hoe kiest u de plekken?

„Ik ga meerdere keren terug en... François, leg jij het verder uit?”

Hébel: „Voor Josef is zijn werk een lang en moeizaam proces. Wanneer een plek hem inspireert, reist hij daar niet één keer maar soms wel vijf of zes keer naartoe. Pas dan weet hij of er een foto op hem ‘wacht’.” Koudelka: „Ik zie mezelf niet als fotograaf. Ik verzamel foto’s. Als fotograaf moet je de plaatsen vinden waar die foto’s zijn. Om een goede fotograaf te zijn moet je vooral een goed paar wandelschoenen aanschaffen. Je moet eindeloos rondlopen, kijken, je instinct volgen.”

Wat interesseert u zo in deze industriële landschappen?

„Voor veel mensen zijn deze landschappen verschrikkelijk. Ik zie de verwoestingen en vind dat tragisch, maar ik zie er ook een soort van desolate schoonheid in.”

Hébel: „Het gaat Josef niet om een verhaal in de klassieke zin, met een begin, een midden en een eind. Het moet gewoon de best mogelijke foto zijn van een bepaalde plek. En dat best mogelijke, dat bevat poëtisch drama met tegelijk een soort van compromisloze hardheid. Zijn unieke kijk op de wereld wordt gevoed door het gevoel te moeten vechten. Er is bij hem altijd een bepaalde woede, een behoefte iets nieuws te creëren uit die gewelddadige, anarchistische chaos om ons heen.”

Josef Koudelka, Industries, t/m 27 januari 2019 in de Kunsthal Helmond. Bij de tentoonstelling verscheen in 2017 het gelijknamige boek, uitgegeven door Xavier Barral.
    • Rianne van Dijck