Je mag alles horen, ook de krakende stoel

Muziek Op zijn tweede cd is van het punkverleden van Harm Goslink Kuiper niet veel terug te horen. Maar de doe-het-zelf mentaliteit heeft hij nog.

Zelfportret van Harm Goslink Kuiper

Het begrip ‘doe-het-zelver’ schiet in het geval van Harm Goslink Kuiper tekort en niet zo’n beetje ook. Maakt iedereen als het zo uitkomt bij wijze van spreken wel eens een vogelkooitje, Harm Goslink Kuiper (45) doet áltijd álles zelf. Als hij een cd maakt, schrijft hij niet alleen alle liedjes, zingt hij ze niet alleen allemaal zelf, speelt hij niet alleen alle instrumenten, maar máákt hij ook alle instrumenten zelf. In zijn eigen studio zit hij achter de knoppen. Hij schildert het zelfportret voor het hoesje. Hij brengt de cd zelf uit op Goslink Recordings.

Dat wordt wat als die cd, die Zelfportret heet (ja, duh), zondag in Theater Walhalla wordt gelanceerd, want dan treedt Kuiper noodgedwongen op met andere muzikanten. Die dan weer wel op door hem gebouwde instrumenten spelen. Hij wijst op zijn hoofd. „Hier gaat het de hele dag door”, zegt hij. De hem aangeboren rusteloosheid raakt hij kwijt in het dóen. Schilderen. Beeldhouwen. Strips tekenen. Instrumenten bouwen. Lampen maken. Animatiefilms. Boekjes, tijdschriften. En muziek dus.

Gevoelig mens

Zelfportret is na Stil leven, in 2010 verschenen op het Excelsior-label, zijn tweede officiële cd. Hij kwam via crowdfunding bij voordekunst.nl tot stand. „Ik houd er erg van om alles op mijn eigen manier te doen”, zegt de allesdoener vanachter een espresso. „Dat is omslachtig, maar het geeft de dingen die ik maak hun eigen karakter. Misschien een overblijfsel van toen ik punk was. Die do-it-yourself-cultuur zit er bij mij nog een beetje in.”

Zowel op Stil leven als op Zelfportret is de invloed van punk ver te zoeken. Kuiper zingt met zachte stem. Op het eerste gehoor klinken alle liedjes even lief. „Eh…, ja… Ik ben een gevoelig mens, ik houd van mooi”, zegt hij. „Maar wat is mooi? Bij punk is het schreeuwen om gehoord te worden. Ik wil ook gehoord worden, maar toen ik in mijn punktijd muziek maakte, zaten er al subtiele gitaardingetjes in. Ik zit altijd in een verkeerd tijdperk. Ik was op zoek naar zachte, fijne, rustige muziek, iets als bluegrass, maar dat was toen iets voor sukkels. Je werd uitgelachen als je dat soort gevoelige muziek maakte. Maar die muziek had zo mijn ziel geraakt, dus ik speelde banjo en omdat niemand meespeelde, moest ik alles wel zelf doen: dobro, lapsteel-gitaar, mandoline, viool. Daar pluk ik nu nog de vruchten van.”

Sinds hij zelf zijn instrumenten ging bouwen van fruitkistjes, deurdrempels, kaasdozen en saladeschalen (bespannen met schilderslinnen) heeft Harm Goslink Kuiper een eigen geluid ontwikkeld. „Ik pak nog wel eens een gewone gitaar, en dat is dan wel lekker, maar het voelt voor mij veel natuurlijker om te spelen op instrumenten die ik zelf heb gebouwd. Mijn ziel is in die klanken gaan zitten.”

Zijn stijl beweegt zich intussen in de richting van kamermuziek, denk aan strijken, tokkelen. Hij zegt: „Ik ben snel verveeld. Als ik iets heb gemaakt, ligt het nog even en ben ik intussen weer met iets anders bezig. Luister ik dan terug, dan vind ik dat alles beter moet. Met deze plaat ben ik wel drie keer helemaal opnieuw begonnen. Andere manier van opnemen, andere mensen erbij halen. Maar het was nooit helemaal naar mijn zin. Toen ben ik maar zelf alles gaan inspelen. Ik houd van het huiskamergevoel. Het is niet erg dat je het stoeltje hoort kraken waarop ik zit te spelen, dat vind ik eigenlijk wel mooi.” Dat stoeltje zal hij ook wel zelf hebben gemaakt.

Ironie

Op zijn nieuwe cd gebruikt Kuiper ironie als stijlmiddel („Jij brak mijn hart, ik brak jouw nek”), maar sommige liedjes zijn zo persoonlijk dat je je als luisteraar haast een voyeur voelt (als dat in verband met luisteren het goede woord is): „Lieve mama, ik wil je wat vragen / alsnog wat aan mijn opvoeding bij te dragen / hoe is ’t nu om dood te zijn? / … / Zou je me niet stiekem es kunnen helpen? Mij met geluk overstelpen / lieve mama ik voel me alleen / het leven gaat door / zegt iedereen.”

„Ja, dat ervaar ik zelf ook als ongemakkelijk. Als ik zoiets opneem, denk ik: moeten anderen dit horen? Ik probeer iets van mijzelf en tegelijkertijd iets universeels te maken, er balans in te vinden. De onrust die ik altijd heb gevoeld, is de energie die mij beweegt, mijn creatieve bron.”

Theater Walhalla, 21 oktober om 15.00 uur. Toegang 14 euro.

    • Frank van Dijl