In Zwolle ruik ik Syrië

Integreren De geur van laurierzeep brengt Hazem Darwiesh terug in Syrië. Maar betekent integratie niet dat je gevoelens uit het verleden moet onderdrukken?

Illustratie Jenna Arts

Je zit in de trein. De conducteur roept om dat we zijn aangekomen op station Zwolle. Je opent je ogen. Station Zwolle? Je was toch onderweg naar Gaziantep in zuidoost-Turkije? Mensen dringen bij de deur om uit te stappen. Je wrijft de slaap uit je ogen en wilt opstaan. Dan merk je dat je een stuk zeep op je schoot had gelegd. Je doet de zeep terug in het bijbehorende zakje. Deze zeep kreeg je zojuist cadeau van je geliefde, je vriend die ook uit Syrië komt. Nu ligt de zeep, in zijn mooie verpakking, in je handen. En jij bent omgeven door een wolk lauriergeur, afkomstig van deze zeep.

Nog niet helemaal wakker loop je de lange trappen af naar de stationstunnel. Je kijkt, net als de andere reizigers, naar de grond. Dan strijk je met je hand over je voorhoofd en ruik je opnieuw de lauriergeur. Op dat moment voel je verdriet van je hoofd naar je hart gaan.

De geur van laurier wordt sterker. De tunnel van het station verandert in de oude souk van Aleppo. Mensen in kleurrijke kleding lopen langs je heen. Ze bekijken de uitgestalde goederen, ruiken aan de specerijen, voelen aan de stoffen en praten met verkopers. Vrouwen bewonderen de gouden juwelen. Je oren vangen de stemmen van de verkopers op; je ziet hun glimlach en voelt de spanning die hoort bij het onderhandelen over de prijs. De lauriergeur mengt zich met die van peper, komijn, tijm en nog veel meer. Je haalt diep adem om al deze geuren in je op te zuigen; je proeft ze in je mond. De smaak gaat van je mond naar je hart. Je ogen dwalen van de moslimmannen die bij de muur van de moskee hun handen wassen naar een oude vrouw die uit een kerkje komt, gekleed in een bruin habijt.

Buitengekomen pak je je fiets uit de stelling en fietst naar het centrum van de stad. Je vraagt je af waarom je je vandaag zo verdrietig voelt. De lauriergeur doet zijn werk. Je herinnert je de ogen van je vriend, die je deze zeep heeft gegeven.

Later douche je met de zeep. De geur zorgt voor ontspanning; je hart komt een beetje tot rust.

Elke dag in Nederland zie je beter hoe Syrisch je bent, meer dan in Syrië misschien

Maar ze zeiden je toch dat je moet integreren? Betekent dat niet dat je die gevoelens uit het verleden, die bij de lauriergeur naar boven komen, moet onderdrukken? Of mag je misschien ook minder streng zijn voor jezelf? Die geur uit het verleden kan je misschien helpen om het gemis van Aleppo te verzachten… Moet je het verleden loslaten om te integreren? Of mag je het verleden koesteren om je te steunen bij je integratie? Soms denk je dat je verleden slaapt. Maar er is zo weinig nodig om het te doen ontwaken. Iets kleins, zoals de geur van laurierzeep, volstaat.

Affiniteit met Nederland

Vanmiddag wandelde je met je vriend in Groningen. In een klein steegje raakte je zijn hand aan. De klimrozen tegen de muren, die in volle bloei stonden, herinnerden jullie aan de smalle straatjes in Aleppo. Jullie maakten een foto. Om dat speciale moment vast te houden, maar ook om te bevestigen dat Aleppo in jullie hart nooit verloren gaat.

Wat in je hart omgaat, zoekt steeds weer een weg naar buiten. En elk klein detail opent een van de vele deurtjes in je hart. Ben je wel goed aan het integreren? Je hebt wel affiniteit met de mensen en de steden in Nederland. Maar die doen je niet alle herinneringen vergeten aan wat je hebt achtergelaten. Hoe harder je probeert in Nederland nieuwe, mooie herinneringen op te bouwen, hoe groter het gemis van je verleden wordt. Je mist de warmte van het leven ginds, de gepassioneerde mensen, het dicht bij elkaar leven, met elkaar van het leven genieten. Wat je mist is hier moeilijk te vinden. Hoe verder je integreert, hoe meer je de beperktheid van die integratie beseft. Misschien voelde je je op de eerste dag dat je in Nederland aankwam, wel meer Nederlander dan nu. Elke dag in Nederland zie je beter hoe Syrisch je bent, meer Syrisch dan je in Syrië was misschien.

Lees ook: Zo is het leven in een azc

Het steegje in Groningen is stil. De klimrozen maken geen geluid. Maar zodra je je ogen sluit, hoor je de vrouwen in Aleppo van het ene balkon naar het andere praten. Je hoort de kinderen spelen in het trappenhuis of tussen de huizen. Je ruikt de etensgeuren. Op de vensterbank van de bovenste etage zit een duif. Koerend maakt deze Turkse tortelduif haar nest en zegent daarmee de huizen en hun bewoners. Dat alles doet je terugdenken aan hoe je als klein kind door de steegjes van Aleppo liep. In je handen droeg je borden met eten dat je oma had gekookt. Je bracht het naar een tante of een buurvrouw.

Integratiespel

In ons leven in Syrië was veel warmte. Niemand accepteerde ‘eenzaamheid’ of ‘kou’. Maar hoe kun je je Nederlandse vrienden uitleggen dat jij in Zwolle geen Syrisch eten kunt koken? De keren dat je het deed, begon je te huilen toen het klaar was. Je kreeg een brok in je keel en liet het eten onaangeroerd. Het is makkelijker om snel een Nederlandse maaltijd op tafel te zetten. Je speelt dan het integratiespel. Een spel dat je vaak speelt, en dat geen winnaar kent. Maar als je dit spel speelt, heb je in elk geval geen pijn.

Moest je echt al die wegen tussen het Midden-Oosten en het Westen aflopen? Moest je die gevaarlijke tocht over zee maken? En is dat integratiespel echt nodig?

Veel Syriërs met jou hebben dezelfde ervaringen.Hoe kunnen jullie het pijnlijke gemist accepteren? Fietsend door Zwolle probeer je niet langer een antwoord te zoeken op deze vragen. Zodra je de Peperbus ziet, de kerktoren van Zwolle, ervaar je opluchting. De Peperbus is voor jou een symbool geworden van de vrijheid, de veiligheid en al het positieve dat je in Nederland hebt meegemaakt. Maar diezelfde Peperbus herinnert je ook aan het kasteel van Aleppo, midden in de oude stad, zichtbaar vanuit de wijde omgeving. Dat kasteel, dat je als kind elke dag zag, speelde vaak een rol in de verhalen van je oma.

Als de dag van gisteren herinner je je die keer dat je gevallen was en moest huilen. Je oma nam je op schoot om je te troosten, ze streek met haar handen door je haar. Ze vertelde dat zij ooit in dezelfde tuin was gevallen. En dat haar vader haar toen naar de dokter had gebracht om een wond te hechten. Op de terugweg liepen ze langs het grote kasteel van Aleppo. Als troost kreeg ze een snoepje van haar vader en ze gaf je geld om zo’n zelfde snoepje te kopen. En terwijl je op haar schoot zat, naar haar verhaal luisterde en naar de sterrenhemel keek, werd je weer rustig. Zoals je nu rustig wordt wanneer je naar de Peperbus kijkt en je aan de ogen van je vriend denkt.

Je houdt van de Peperbus en van Zwolle. Je bent dankbaar voor wat deze stad je heeft gegeven; alles wat je nodig had maar in het Midden-Oosten niet kon krijgen. Maar diezelfde Peperbus, die zijn verhalen met jou deelt, heeft ook het recht om jouw verhalen over Aleppo te kennen. Om met jou mee te reizen naar Aleppo en alles wat je daar hebt achtergelaten te groeten. Zo’n reis met de Peperbus kun je alleen figuurlijk maken. Maar misschien kun je het werkelijk doen, met de mensen van de Peperbus? Met Marij bijvoorbeeld, je vriendin en taalcoach. Je zit vaak met haar aan tafel en dan werken jullie samen om je integratie te bevorderen.

Hier kunnen jullie veilig leven. Maar tegelijkertijd voelen jullie je ook hier anders

Veel van die gesprekken brengen jullie naar Aleppo. Je wilt graag vooruit, maar gaat tegelijkertijd terug in de tijd. Je denkt dat je al je sterke emoties moet onderdrukken om goed te kunnen integreren. Maar is dat werkelijk nodig? Tijdens de gesprekken met Marij lijkt het of de afstand tussen het Westen en het Midden-Oosten kleiner wordt. Jij ervaart een schouderklopje, zij krijgt een inkijk in de warme gastvrijheid van het Midden-Oosten. In het begin waren er hiaten in jullie gesprekken, jullie tastten elkaar af, maar de afstand werd steeds kleiner. Dat betekent niet dat er iets veranderde in jullie karakter, wel dat jullie allebei de kracht vonden om elkaar beter te begrijpen, om de schoonheid in elkaar en in elkaars werelden te zien. Is dat niet ook integreren?

Onmogelijk veilig in Syrië

Je komt thuis en zet je fiets tegen het flatgebouw. Je pakt de krant uit de brievenbus en loopt de trap op. En terwijl je leest, gaat je telefoon. Je vriend wil nog even je stem horen. De geur van laurier en de ogen van je vriend, die de kleur hebben van laurier, versmelten met elkaar. Wat is belangrijker voor je: de ogen van je vriend, of de laurier van Aleppo? Slaat de weegschaal door naar het Westen of het Midden-Oosten? Je vriend kwam in Syrië dezelfde problemen tegen als jij. Waarom was het voor jullie onmogelijk om veilig in Syrië te leven zodra jullie ontdekten dat je anders was, en werd dat door de oorlog nog eens versterkt?

Hier kunnen jullie veilig leven, in dit land dat jullie geeft wat jullie daar misten. Maar tegelijkertijd voelen jullie je ook hier anders; jullie vluchtten van ‘anders’ naar ‘anders’. Dat je ginds mist, is jullie kruis.

Het is moeilijk om te integreren, maar dat is de prijs die jullie betalen om zonder angst jezelf te mogen zijn. Daarvoor ben je in die donkere herfstnacht de Egeïsche zee overgestoken naar Griekenland. Die nacht was de zee donker en het water koud. Maar het voelde als je laatste kans. Het bitterzoete verleden was op dat moment al ver weg, en er was nog geen toekomst.

Rodaan Al Galidi, geboren in Irak, zat negen jaar lang in een asielzoekerscentrum. Lees ook het interview met hem: ‘Ik heb van Nederlanders geleerd: houd het kort’

Op de boot stelde je je Maria voor en je zag haar, haar ogen vol tranen. Zij was ontzet toen ze zag wat jij moest meemaken. De maan verlichtte de Egeïsche zee en Maria sprak tegen je. Ze zei: ‘Ik kan deze pijn dragen, dat heb ik lang geleden ook gedaan. Hou mijn hand vast, dan komen we samen aan de andere kant.’ Het beeld van Maria gaf je rust en je probeerde te bidden. Je dacht terug aan je puberteit, de angstige tiener die je was; de jongen die twijfelde over zijn identiteit. De kerk was toen je toevluchtsoord: de plaats waar je samen met Maria kon zijn. En op dat moment beloofde je dat als je in Griekenland aan land zou komen, je Maria zou bezoeken in Lourdes.

Salam Alaykum Maria

En nu je alles hebt overleefd, de vlucht naar Nederland en je verblijf in het azc, ben je samen met een groep uit het Zwolse Dominicaanse klooster naar Lourdes gegaan. Tijdens deze reis leerde je hoe iedereen het recht heeft om zichzelf te zijn. Je leerde dat je seksualiteit anders is, maar niet minder en zeker niet crimineel. Je denkt terug aan het gevoel van veiligheid dat je oma je als kind gaf, maar dat ophield nadat je ontdekte dat jij anders was. Nu komt dat gevoel terug, met steun van je Nederlandse reisgenoten. En ’s avonds tijdens de lichtjesprocessie, waaraan duizenden mensen van over de hele wereld deelnemen, klinkt jouw stem door de luidsprekers en spreek jij een Wees Gegroet uit in het Arabisch: ‘Salam Alaykum Maria’. Deze vrede kun jij alleen beleven omdat je de warmte uit het Midden-Oosten, met al zijn herinneringen, achter je hebt gelaten.

De trein tussen Aleppo en Gaziantep is vol van de geuren en kleuren van ons leven. Op dit traject nam je afscheid van Syrië. De trein wisselt van spoor; je reist nu van Groningen naar Zwolle. Op het eerste traject groeide je op, maar kon je niet jezelf zijn omdat je je moest beschermen tegen de buitenwereld. Op het tweede traject is er verdriet, omdat je soms de lauriergeur mist. Maar op dit tweede traject heb je vrijheid en een veilige haven gevonden. En ben je samen met je geliefde, twee mannen met ogen in de kleur van laurier.

Hazem Darwiesh groeide op in Aleppo, waar hij Arabische taal en cultuur studeerde en werkte als journalist en schrijver. Hij is sinds drie jaar in Nederland. Bij het schrijven van dit verhaal in het Nederlands kreeg hij hulp van columnist en schrijver Karin Spaink.
    • Hazem Darwiesh