Foto Frank Ruiter

Columnist Asha ten Broeke: ‘Ik heb het recht om blij te zijn met mijn omvang’

Lunchinterview Asha ten Broeke (35) , columniste, is de fatshaming die dikke mensen ten deel valt zat. „Het grootste probleem van overgewicht is het stigma.”

Asha ten Broeke (35) zou eigenlijk haar bek moeten houden. Hoezo dat? Nou, vanwege alles. Ik bedoel: ze is vrouw, en dan ook nog een zonder lang haar en make-up. Ze is dik, om niet te zeggen obees. Ze is ziek. Dat staat weliswaar los van haar overgewicht, maar toch. Even kijken, wat nog meer… O ja, ze is provinciaals, ze groeide op in Groningen, en woont nu in Overijssel. En verder is ze links, zo links dat ze bijna van het politieke spectrum dondert.

Dus als zij in haar tweewekelijks column in een landelijke krant (de Volkskrant) weer eens een mening heeft, laten we zeggen over Syrië, of #MeToo of over iets onschuldigs als Goudse kaas, dan valt te verwachten dat er reacties komen. Grote, dikke lafbek. Zuur feministisch gedrocht.Je zou je hond nog niet op Asha zetten. Daar vráágt ze om. Toch? Nu komt ze weer met een boek vol meningen, en dat noemt ze ‘Calm. The. Fuck. Down.’ Klinkt ook niet speciaal vriendelijk, maar misschien heeft ze daar een reden voor.

Eind september schreef de vette zure linkse sneugleuf een column waarvan de tranen je in de ogen springen. „Ik was 11 toen ik in mijn dagboek schreef: ‘Ik wil niet dik zijn. Waarom ben ik zo’n vies vet varken.’” Zo gaat ze leeftijd voor leeftijd af. 14 jaar: Hoera, ze is even iets minder dik. Haar ouders scheiden en ze kan niet eten van verdriet. 18 jaar: Het kan haar niks meer schelen hoe dik ze is. Ze is verkracht, een laag vet zal haar beschermen. 24 jaar: De verloskundige vindt haar een onverantwoordelijke, want te dikke moeder. 25 jaar: de hypotheek valt duurder uit, wegens haar gewicht. 29 tot 32 jaar: ze is ernstig ziek. De dokter zegt: ‘Heb je al geprobeerd af te vallen?’ Inmiddels is vastgesteld dat ze de ziekte van Sjögren heeft, een auto-immuunziekte die ontstekingen veroorzaakt, bij haar (onder andere) in de nieren.

Dikzijn is heerlijk, het is grandioos

Haar omvang, haar gewicht, haar vetrollen en kwabben bepalen hoe er over haar wordt gesproken en gedacht. „Als ik werd gepest als kind, dan was het daarmee.” Zo was het op de kleuterschool, en zo is het nu nog steeds. Wie dik is, moet zich gedeisd houden. Wie ergens wat van wil vinden, moet eerst afvallen. En doe je dat niet, dan heb je wat uit te leggen. Asha ten Broeke is na 35 jaar zwaarlijvigheid goed klaar met fatshaming en altijd maar commentaar op haar uiterlijk. Ze houdt haar bek niet, integendeel. Om de boel nog wat verder op de spits te drijven, beveelt ze het dikzijn tegenwoordig van harte aan. „Het is heerlijk, het is grandioos. Wacht geen moment, doe het vandaag.” Op een terras bij winkelcentrum Flora aan de rand van Deventer vraag ik of ik haar daarover het hemd van haar dikke lijf mag vragen. En dat mag.

Ze drinkt een flesje alcoholvrij bier. Op haar 21ste knalde ze al dansend met haar hoofd tegen de rand van het podium – hersenschudding. Daarop besloot ze nooit meer te drinken. Ze bestelt een vegan broodje dat, zo waarschuwt de serveerster, niet volledig vegan is. „Vlees eet ik, met wat flexitarische pauzes, niet meer sinds m’n vijfde of zesde.” Het liefst zou ze thuis helemaal niks dierlijks eten, maar voor haar twee dochters, die fanatiek aan waterpolo doen, vindt ze dat niet verantwoord. Ze vertelt over de gevulde groentesoepen die ze in het weekend maakt en invriest voor doordeweeks. De volkoren boterhammen die ze erbij geeft. En dan realiseert ze zich dat ze zich tóch weer aan het verdedigen is. ‘Kijk eens hoe gezond ik ben, hoe verstandig ik heus eet.’ „Al at ik avond aan avond een bak chips, dan nog verdien ik het niet te worden gestigmatiseerd.” Dat een „dik persoon” zich altijd moet verantwoorden, vindt ze „principieel” onjuist.

Die zelfhaat waaraan zij als elfjarig meisje begon te lijden, is haar aangepraat door de samenleving die geen dikke mensen tolereert. Tot haar elfde was haar lichaam nog van haar. „Ik las, ik dacht, ik speelde buiten. Achter ons huis begonnen de aardappelvelden.” Haar dochters, van 11 en 7,5 jaar, zijn ook nog „één” met hun lichaam. „Zij zijn geïnteresseerd in wat het kán. Hard zwemmen. Ver rennen. Een nog betere flip trick op hun skateboard. Hoe hun lichaam eruitziet, staat qua belangrijkheid op plaats 6.” Zij was het enige kind van twee psychiatrisch verpleegkundigen, haar moeder dik, haar vader heel dik. Dat zij een dik meisje was, is nooit een kwestie geweest. „Nooit. Mijn moeder stamt uit een familie van hobbits. Iedereen is klein en breed. Mijn moeder voelde zich daar prima bij en droeg dat op mij over. Daar ben ik haar heel dankbaar voor. Het maakte het makkelijker om over mijn zelfhaat heen te stappen.”

Yin-en yangen

Ergens halverwege haar jeugd is dat gevoel dat ze goed was zoals ze was, verdwenen. Ze heeft vage herinneringen aan de keer dat ze uit de klas werd gehaald om te worden gewogen. „Daar zal wel het nodige gezegd zijn.” En op de een of andere manier kreeg ze ook wel door dat een meisje beter niet dik kan zijn als ze aan de man wil. Dat is nooit letterlijk tegen haar gezegd of zo. Zoiets voel je. Een beetje zoals wanneer ze nu op het station even snel een kroket uit de muur trekt voor ze de trein in stapt. Ze rolt haar ogen schuin. „Side eyes.” Steelse blikken. Wandelende verwijten. „Wie dik is, overschrijdt een maatschappelijke norm. Wij respecteren wie matig is en sober. Wie vadsig, gulzig en vraatzuchtig is, verafschuwen we. Die afkeer zit heel diep.”

Haar prille verliefdheden leden onder haar ongewenste omvang. „Ik ben een ontvlambaar type. Maar mensen die ik leuk vond, liet ik lopen. Want wie viel er nou op mij? Ik nam genoegen met wie mij wou.” Een vriend van haar vriendje verkrachtte haar op haar achttiende. Weinig mensen geloofden haar. De jongen was een van de ‘top dogs’ op de scouting, en zij was… nou ja, dik. Vanaf dat moment is haar lichaam dik gebleven, en haar haren kort. „Alles om te voorkomen dat iets aan mij nog aantrekkelijk kon zijn voor anderen.” Dat ze eruitziet als „een vijftienjarige jongen” vindt haar echtgenoot een pre. „Zo voel ik me ook. Mijn brein is een man. Als mijn man een vrouw was geweest, waren we ook gelukkig.” Ze schuift haar bril met één vinger dichter op haar neus. „Zo yin- en yangen we samen door het leven.”

Haar lichaam doorstond twee ongecompliceerde zwangerschappen, twee moeizame bevallingen en bracht twee „levenslustige meiden” voort. Maar, zegt ze: „Zodra je als dikkerd enige tevredenheid met je lijf toont, beginnen mensen zich met je te bemoeien.” Op straat. „Ik eet een ijsje. Vind ik niet eens zo lekker, ik ben meer van de friet met mayo. Maar mijn dochter haalde me over. Begint een volstrekt onbekende vrouw een college tegen me over gezonde voeding.” In de winkel, bij het passen van een ruime slobbertrui om thuis in te schrijven: „De winkeljuffrouw adviseert me een maat kleiner, want dat kleedt slanker af. Wie zegt dat ik dat wil?”

Darteldikkerd

Ze heeft pakweg twee jaar geleden besloten dat ze geen buikindrukkend ondergoed meer draagt, haar middel niet meer insnoert, niet meer bezig wil zijn met anders worden. „Mijn verhouding tot mijn lichaam is veranderd toen ik ziek bleek.” Tot die tijd leefde ze in de overtuiging dat het háár verdienste was dat ze, ondanks al haar wiebelvet, gezond was. „Tot ik me realiseerde dat ik daarmee het stigma verlegde van dikke naar ongezonde mensen. De slechte bankhangdikkerd wordt allicht ziek, maar de goede darteldikkerd – ik dus – zal gespaard blijven.”

Maar ziekte is, net zomin als dikzijn, een teken van „schuld of falen”. „Mijn lichaam liet me in de steek. Het kon niet meer dertig baantjes zwemmen, hardlopen of dansen. Het werd een obstakel in mijn leven.” En dat, bovenop de zelfhaat, werd haar te gortig. „Ik zie eruit zoals ik eruitzie.” Ze heeft, zegt ze, het recht om blij te zijn met haar omvang. „Het grootste probleem van overgewicht is het stigma.”

Nou is Asha ten Broeke van nature behept met een grote bek. „Ik aard naar mijn moeder, met mijn superovermatig rechtvaardigheidsgevoel en overal iets van vinden.” En hoe getergder en pissiger ze is, hoe eloquenter en grappiger ze schrijft. Die column over haar dikke zelf van 11 tot heden was een heel persoonlijke. Maar eigenlijk dondert het niet waarover ze schrijft – feminisme, racisme of andere „linksigheden”. Altijd wordt de discussie gesmoord met commentaar op haar omvang. Het uiterlijk dat ze zich ooit aanmat om agressie te voorkomen, lokt razende reacties uit. Je zou er huilend van in je bed kruipen.

Het went nooit, zegt ze, om „ge-geenstijld” te worden. „Maar ik wil me niet verstoppen.” Ze is een jaar lang serieus bang geweest dat de twitteraars die haar wilden „verkrachten met een stoelpoot, stok of honkbalknuppel” het ook echt zouden komen doen. „Maar vorig voorjaar, ik was alleen thuis, het onweerde in de verte, heb ik besloten niet meer bang te zijn.”

    • Rinskje Koelewijn