Opinie

Stop het conflict om een noodzakelijk gedenkteken

Als er nou iets géén aanleiding zou mogen zijn voor ophef dan is dat het nationale Holocaustmonument. Dat is er nog niet in Nederland. Een beschamend gemis waar het Nederlands Auschwitz Comité (NAC) iets aan besloot te doen. In 2006 nam het comité het initiatief voor een monument dat voor altijd de namen zou bewaren van álle Nederlandse Joden, Sinti en Roma die Hitlers nazi’s hebben vermoord. Niemand is tegen dat monument. Iedereen vindt het belangrijk dat het er komt. En toch is het er nog altijd niet. Er wordt nu twaalf jaar over gesteggeld en de schermutselingen laaien weer op .

Het monument moet een plaats krijgen in de Amsterdamse Plantagebuurt. Uiteraard. Het is historisch gesproken de meest geëigende locatie. Het was daar, vanaf Umschlagplatz Plantage Middenlaan, dat de nazi’s in 1942 en 1943 grote aantallen Joden op de tram zetten naar de treinstations vanwaar zij op transport werden gesteld: tussenstop doorgangskamp Westerbork of Vught, eindbestemming de vernietigingskampen in Duitsland, Tsjechië en Polen.

De eerste locatie die in 2006, met instemming van de gemeente Amsterdam, werd aangewezen was het Wertheimpark, om de hoek van de Umschlagplatz. Historisch gezien geëigend maar niet ideaal. Het groot bemeten monument dreigde het intieme, kleine park te overschaduwen, inclusief het Auschwitzmonument (1993) van Jan Wolkers. Het plan werd in 2014 geschrapt in antwoord op heftig protest van de buurtbewoners.

Nu, vier jaar later, is het nationale Holocaust Namenmonument opnieuw gepland, iets verderop, op een groenstrook aan een verkeersader. Alles is in kannen en kruiken, het stadsbestuur is akkoord. En weer komen de buurtbewoners in verzet. Het op sommige plekken zeven meter hoge labyrint van staal en bakstenen met de geboorte- en sterfdata van alle 102.000 Nederlandse Joden, Sinti en Roma die Hitlers nazi’s hebben vermoord zal de buurt klem zetten.

Het probleem heet Daniel Libeskind. Deze Amerikaanse architect, ontwerper van het indrukwekkende Jüdisches Museum Berlin (2001), werd twaalf jaar geleden door het NAC in de arm genomen. Zijn kwaliteit is onbesproken. Maar ga met hem in zee en het wordt groot. Intussen is een venijnige strijd ontbrand. Een groep bewoners voelt zich door de gemeente genegeerd om niet te zeggen gepiepeld. Zij zijn niet tegen een monument, ze maken bezwaar tegen dit monument op deze plek. Ze worden heftig bestreden door het NAC. Dat verlaagde zich door hen in te wrijven dat ze wonen in de huizen van destijds weggevoerde Joden. Dat het de ondertekenaars van een petitie allemaal persoonlijk mailde om hen op hun standpunt te bevragen, grenst aan onfatsoen. Anderzijds is het voorstel van de protesterende bewoners om Libeskind na twaalf jaar de opdracht te ontnemen net zo onbehoorlijk.

Het oplaaien van dit conflict is genant, de partijen moeten elkaar respecteren. Ze zijn het eens, ze hechten allemaal aan een nationaal holocaustmonument. Werk met Libeskind, erken zijn stijl, zoek nu een passende locatie. Op de oplossing is herhaaldelijk gewezen. Tussen Wertheimpark en Weesperstraat, nabij de synagoge, is op een onherbergzaam plein, ampel ruimte voor het indrukwekkende gedenkteken dat op de groenstrook niet tot zijn recht zal komen. Er is vast van alles tegenin te brengen. Maar van de hakken in het zand wordt niemand wijzer, de nagedachtenis van de vermoorde Joden al helemaal niet.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.