Van der Vlerk: „Thuis was ik het beloftekind.” Zijlstra: „Ook ik was de artiest.”

Foto Merlin Daleman

‘Ik had constant het gevoel dat ik 15 koppen koffie op had’

Impostor syndrome Constant bang door de mand te vallen of ‘ontmaskerd’ te worden. Sarah van der Vlerk en Jelle Zijlstra, ervaringsdeskundigen, maakten er cabaret over.

Twee jaar geleden belandde Jelle Zijlstra (30) bij de huisarts, ervan overtuigd dat hij getroffen was door een hartaanval. Maar uit de reeks testjes die volgden kwam niks naar voren. „Toen vroeg die arts: heb je veel stress?” En ja, eigenlijk was hij behóórlijk gestresst. Vooral in de trein naar het werk elke ochtend, dan gierde de adrenaline door zijn lijf. „Jarenlang voelde het alsof ik elke dag vijftien koppen koffie ophad.”

In diezelfde tijd was Sarah van der Vlerk (30) net afgestudeerd als regisseur. De verwachtingen waren hoog, maar de realiteit viel tegen. „Ik gaf les op een musicalschool voor kinderen en was niet ineens Beyoncé. Dus de buitenwereld zou nu ook wel vrij snel inzien dat ik eigenlijk maar gewoontjes was.”

Toen Zijlstra in een boek over het wel en wee van de millennial (de generatie geboren tussen 1980 en 2000) een hoofdstuk over het impostor syndrome las, herkende hij het meteen: bij zichzelf, zijn omgeving én zijn generatie. „Ik appte Sarah: hier móéten wij iets mee doen.”

Het bedriegerssyndroom – dat overigens geen officieel psychiatrisch syndroom is, maar eerder een gevoel of psychologisch verschijnsel – houdt in dat je op je werk constant de angst hebt door de mand te vallen. Dat ‘ze’ erachter komen dat je eigenlijk helemaal niet zo goed bent en je succes op geluk is gebaseerd.

Wat is het bedriegerssyndroom precies? Zes vragen over het verschijnsel.

En dat er op een dag, zoals het duo het zelf omschrijft, „een man met een streng gezicht en een aktetas voor de deur staat” die je ontmaskert. Over hun eigen ervaringen met dit fenomeen maakten ze de cabaretvoorstelling Imposters, vanaf deze maand door het hele land te zien.

Hun voorstelling gaat over de ratrace waar vooral, maar niet alleen, twintigers en dertigers van nu massaal aan mee lijken te doen, met als hoogste goed een zo indrukwekkend mogelijk cv.

In absurdistische scènes vergroten ze hun eigen angsten en gevoelens van bedrog uit. Zoals de boekpresentatie van een hip Midden-Oosters kookboek (Jelle) dan wel dichtbundel (Sarah), in een ruimte vol familie, pers en beroemdheden. De ontmaskering van de ‘schrijvers’ mondt uit in een steniging op de Amsterdamse Dam, geleid door Oprah Winfrey.

Hoe verklaren jullie je eigen angst voor ontmaskering?

Van der Vlerk: „In de creatieve wereld is het normaal dat je een ‘slackjob’ neemt, omdat je niet kunt rondkomen van je eigenlijke beroep. Denk aan een kunstenaar die als barista werkt. Daardoor heb je best vaak het gevoel dat je een bedrieger bent, omdat je een groot deel van de tijd iets anders aan doen bent. Je geeft les op een theaterschool, maar wilt eigenlijk spelen. In hoeverre ben je dan nog wel acteur of regisseur?”

Zijlstra: „Eigenlijk ben je dat, maar je doet dit. Wat ben je dan?”

Een bekend onderzoek naar dit verschijnsel stelt dat mensen die dit ervaren als kind óf juist wel óf juist niet geprezen zijn om hun intelligentie en talent. Hoe zit dat bij jullie?

Van der Vlerk: „Thuis was ik het beloftekind. Mijn ouders kregen mij best laat en ik was enig kind. Ze gaven mij veel complimenten en zeiden: je kunt later alles worden wat je wil. Dat dacht ik dus ook. Maar in de grotemensenwereld viel het vies tegen.”

Zijlstra: „Ook ik was het geprezen kind. In mijn hoofd zat de gedachte dat ik het moest waarmaken. Ik was de artiest, ik zou grootse dingen gaan doen.”

Van der Vlerk: „Het paradoxale is dat het gevoel vooral optreedt als je iets eigenlijk best goed kan. Volgens mij hebben veel getalenteerde mensen op hoge functies hier last van.”

Zijlstra: „Je hebt de juiste diploma’s, mensen hebben je gecomplimenteerd. Maar om de een of andere reden internaliseer je dat niet. In je hoofd zit een stemmetje dat fluistert dat je het eigenlijk niet kunt.”

Op welke momenten meldt dat stemmetje zich?

Zijlstra: „Eigenlijk elke keer als ik aan een nieuwe baan begin. Dan denk ik: zo meteen loopt er iemand binnen die zegt dat ik het helemaal niet kan.”

Van der Vlerk: „Als ik het podium afloop na een voorstelling. Dan moet ik van minimaal vijf mensen horen dat het goed was, voordat ik het zelf geloof.”

Waarom is er juist in deze tijd zoveel aandacht voor het bedriegerssyndroom, denken jullie?

Van der Vlerk: „Wij, onze generatie, laten onze identiteit zien aan de hand van wat we allemaal doen. Met de banen die we hebben en de geweldige reizen die we maken en de fantastische dingen die we in onze vrije tijd doen. Als je iemand vraagt hoe het gaat, krijg je als antwoord: druk, druk, druk. Niemand zal ooit zeggen: ik voel me matig en heb gisteren aardappelen gegeten. Van anderen zie je alleen die zogenaamd succesvolle buitenkant, waardoor je zelf nog sterker het gevoel krijgt dat je dat allemaal niet kunt.”

Zijlstra: „In de grote steden zie je een nieuw type werkende mens, de duizendpoot. Ze hebben één ding gestudeerd, maar vervolgens zes freelance baantjes, waarvoor ze vooral in een koffiebar zitten te typen. Maar vaak doe je dan niet honderd procent wat je écht kunt doen, voor je gevoel. Omdat je zoveel verschillende dingen tegelijk doet en zoveel ballen ophoudt.”

Van der Vlerk: „Je vergelijkt jezelf met een handjevol succesvolle mensen waarvan je alleen de buitenkant ziet, en daardoor stel je jezelf eigenlijk de hele tijd teleur. Want het leven is gewoon tamelijk middelmatig. We hebben allemaal middelmatige levens, met veel teleurstellingen.”

Is dat inzicht jullie medicijn?

Van der Vlerk: „Deze voorstelling maken was een enorme healing journey. Ik heb geleerd om tegen mijzelf te zeggen: you can do anything, but not everything.”

Zijlstra: „Sinds ik twee jaar geleden burn-outverschijnselen had, is het mij gelukt om dat stemmetje in mijn hoofd zachter te zetten. We hebben de neiging driehonderd kilo gewicht aan al onze negatieve gedachten te hangen, maar vergeten te zien wat er allemaal wél goed gaat. Ik probeer de positieve gedachten nu bewuster te detecteren.”

Van der Vlerk: „Met vallen en opstaan hebben we geleerd de dingen meer te relativeren. Dit stuk is ook een pleidooi voor zelfspot, jezelf niet al te serieus nemen. Kinderen sterven overal, de planeet gaat kapot. Laten we alsjeblieft ophouden ons constant bezig te houden met cool gevonden worden.”

Zijlstra: „Laatst zei een opdrachtgever dat hij spijt had dat hij mij voor een klus had gevraagd. Ik werd wakker, het bleek een droom. De voorstelling zat te veel in mijn hoofd.”

    • Jonas Kooyman